MediablOg


5 maart 2017 - In deze wezenloze campagne is Wilders tot dusver de grote afwezige. Het cordon sanitaire heeft hem volgens de peilingen nauwelijks geraakt. Houdt Wilders zijn kruit droog voor de eindspurt, de debatten waar hij wel aan mee gaat doen? Of grijpt hij de problemen rond zijn beveiliging aan als excuus om straks als tweede of derde te eindigen? Misschien koerst hij aan op verlies, zodat hij kan blijven prijsschieten vanuit de oppositie?
    Ik ga niet op hem stemmen, maar toch hoop ik dat de PVV deze keer de grootste wordt. In dat geval zouden de andere partijen hun mislukte strategie beter kunnen heroverwegen. Want als de PVV de grootste wordt, biedt dat nieuwe kansen om de partij klein te krijgen. Al dertien jaar lang is Wilders een belofte, de eeuwige nieuwkomer die ons landje “weer groot gaat maken”. Als Wilders wint moet hij die belofte waar zien te maken. Ongetwijfeld weet hij als geen ander dat hij dit helemaal niet kan.
    Mijn onlangs gepubliceerde online documentaire “Wilders wilde haren” blikt terug op de tienerjaren van deze rebel zonder reden. Een dwarse puber die zijn wortels zocht in Israël en onder Joodse kolonisten inspiratie opdeed voor zijn latere kruistocht. Als het aan de inmiddels 53 jarige angry young man ligt, blijft hij ook de komende vier jaar onverminderd puberen in de oppositie. Niets wijst erop dat Wilders wil regeren. Hij heeft geen verkiezingsprogramma, hij heeft nooit moeite gedaan om een partijorganisatie op te bouwen en heeft geen kandidaten voor regeringsposten. Wilders is een control freak die de leiding over zijn eenmanszaak nooit zal willen delen met PVV-ministers, staatssecretarissen en fractievoorzitters. Geen LPF-toestanden, herhaalde hij vorige maand voor de Duitse televisie.
    De LPF mocht in 2002 na één overwinning gelijk meeregeren, en ging binnen een paar maanden ruziënd ten onder. Wilders kwam tot nu toe weg met een comfortabele rol als gedoger van het kabinet Rutte 1: Wel de lusten, niet de lasten van de macht.
    Stel dat hij nu de grootste wordt, dan ligt de bal bij hem. Hij zal het voortouw moeten nemen om andere partijen te verleiden tot een coalitie. In het WNL-interview van vorige maand liet hij doorschemeren dat hij zich daarbij weinig gelegen zal laten liggen aan de strijdkreten uit zijn verkiezings-A4’tje. Alles is voor hem bespreekbaar. Formateur Wilders zal zich coöperatief opstellen beweerde hij, in de wetenschap dat bijna iedereen hem al heeft uitgesloten.
    Het is voor al die andere partijen dus zaak om hun mislukte cordon zo snel mogelijk op te heffen. Ze zijn er veel meer bij gebaat om Wilders in de rest van de campagne en –mocht hij de grootste worden- na 16 maart zo ver mogelijk uit zijn tent te lokken en desnoods zelfs een tijdje met hem te gaan regeren, natuurlijk binnen de grenzen van de grondwet.
    Mocht de formatie van het kabinet Wilders I niet lukken dan zal er een andere coalitie zonder de PVV moet worden gesmeed. Maar Wilders op voorhand buitensluiten is hem in de kaart spelen. Hij zal het huidige cordon met beide handen aangrijpen als een excuus om in de oppositie verder te groeien. Voor zijn kiezers moet duidelijk worden dat het mislukken van een formatie te wijten is aan Wilders’ vooringenomenheid, niet die van de midden partijen.
    Zodra de kiezers doorkrijgen dat hun volksvertegenwoordiger eigenlijk helemaal niet wil regeren, zullen ze teleurgesteld afdruipen. Dat merkte de SP na de formatie van 2006. De partij had veel zetels gewonnen en mocht mee formeren. Maar na één gesprek liet Jan Marijnissen zich al gewillig afschepen door het CDA, zodat hij zich kon wijden aan het managen van een sterk gegroeide fractie. De SP heeft sindsdien nooit meer dat aantal zetels behaald.
    Hetzelfde kan de PVV overkomen. Daarom is het belangrijk dat de andere partijen een afwachtende houding aannemen. Natuurlijk moeten ze Wilders aanspreken op zijn onhaalbare standpunten en discriminerende uitlatingen, maar tegelijk de deur openhouden. Zo dagen ze Wilders uit om de stap te maken van een protestpartij naar een coalitie-kandidaat. Wat wil hij nu echt bereiken voor zijn achterban? Die zitten niet te wachten op symbool-politiek als een Koran-verbod. Heeft Wilders wel voeling met wat er onder zijn kiezers leeft? Kan hij hun reële zorgen vertalen naar haalbaar, uitvoerbaar beleid? Ik ben benieuwd waar hij mee komt als hij de grootste wordt. Na dertien jaar mag de PVV het dan eindelijk waar maken.
    Laat Wilders straks maar zwoegen in zijn nieuwe rol. Laat hem maar bruggen bouwen, compromissen aandragen (“mag het een onsje minder, minder zijn?”), eindelijk eens dat moeizame politieke handwerk verrichten waarvoor wij hem nu al dertien jaar betalen en beveiligen. En laat hem als onze eigen versie van Trump grandioos mislukken.

Februari 2017- Ik ontmoette hem toevallig in 2010, in de haven van Berbera, Somaliland. Jürgen Kantner, zeezeiler, zestiger, een ontzettend aardige, gewone man  die zijn rijtjeshuis had verkocht om op zijn oude dag een jongensdroom te vervullen: de wereldzeëen over in een klein zeiljacht. Op die manier genoot hij van zijn pensioentje. Het bewijs dat je geen miljonair hoeft te zijn voor het Zwitser-leven-gevoel.
   Maar toen was zijn scheepje geënterd door Somalische piraten en werden hij en zijn vrouw gevangen gehouden in de rimboe.
    En nu zat hij hier - na maanden wachten vrijgekocht- aan de verlaten kade in Berbera zijn zeilboot Rockall te repareren. Alles was geplunderd. Zelfs de motor was er door de piraten uitgesloopt. Hij vertelde erover voor mijn camera, wees de mast aan waaraan ze hem op hadden willen hangen, hoe hij en zijn vrouw uiteindelijk waren vrijgelaten nadat de piraten de dollarbiljetten van het losgeld één voor één met een geavanceerd apparaat op echtheid hadden gecontroleerd.
   Kantner wilde verder, vertelde hij toen. Hij sleutelde met somalische scheepsmonteurs aan een tweedehands motor, lapte zijn scheepje op voor een niewe reis. Zijn vrouw had er meer moeite mee, was getraumatiseerd. Maar hij hield van de zee en liet zich zijn droom niet afpakken.
   Ik verwerkte zijn verhaal in deze documentaire over piraterij en hield nog een tijdje contact per mail. Hij en zijn vrouw waren weer op wereldreis, van haven naar haven in hun eenvoudige jacht.
     Dit najaar ging het weer fout. Nu werd het stel overvallen door de Fillipijnse piraten van Abu Siyaf. Zijn vrouw Sabine, vastbesloten zich niet weer te laten gijzelen, kwam bij een vuurgevecht om het leven. Kantner werd overmeesterd en weggevoerd door de islamitische separatisten. Hij smeekte de afgelopen maanden  voor zijn leven, voor losgeld, in video's die ik niet hoef te zien. De Duitse regering weigert te onderhandelen met terroristen. En nu is hij dood, onthoofd. Ook die beelden schijnen online te staan. Zijn lijk is inmiddels teruggevonden. Een bescheiden, rustige man die geen problemen wilde, die niet voor niets het ruime sop verkoos boven het vaste land.  Een oude dag in het paradijs, samen genieten van de ondergaande zon: Hij kende de risico's en ik hoop dat de tussenliggende jaren mooi zijn geweest, dat hij geen spijt heeft gehad van zijn keuze. Ik had ze veel meer tijd gegund en een minder gruwelijk einde. Diep, diep triest. 
November 2016 - De zege van Donald Trump deed me in eerste instantie denken aan de roman "The Plot against America" van Philip Roth. Dit boek, gepubliceerd rond de herverkiezing van George W. Bush in 2004, is een verbeelding van wat er gebeurd zou kunnen zijn, als Amerika in de jaren veertig niet Roosevelt maar de fascist Charles  Lindbergh zou hebben verkozen als president.
     Maar daarna drong 
zich een ander boek aan me op: Het ultrarechtse cultboek  "Atlas shrugged" van Ayn Rand. Trump, die zich erop laat voostaan dat hij nooit boeken leest, is desalniettemin een bewonderaar van deze omstreden schrijfster en filosoof. Rand weet in dit boek de Amerikaanse droom om te turnen naar een fascistoïde nachtmerrie.
     "Atlas Shrugged" is een curieus boek, gepubliceerd in 1957.
Ik zie de dikke pil sinds jaar en dag liggen in luchthavenkiosken. De roman wordt op het omslag aangeprezen als het populairste boek na de Bijbel, maar het heeft weinig literaire status. Ik ben het uit nieuwsgierigheid maar eens gaan lezen en het blijkt een saaie ideëenroman waarin de schrijfster vooral een ideologisch antwoord wil geven op het communisme. Rand werd geboren in Sint Petersburg, onvluchtte de Russische revolutie en schetst in haar roman een karikatuur van socialisme en planeconomie. Ze was in de jaren vijftig,  op het hoogtepunt van de koude oorlog, bang dat ook haar nieuwe vaderland, de Verenigde Staten kapot zouden gaan aan middelmaat en bureaucratie: Bruggen die instorten, oogsten die mislukken  en treinen die  niet meer rijden, omdat niemand zich verantwoordelijkheid voelt en iedereen bang is om initiatief te nemen. Vergelijk haar fictie uit de jaren vijftig met de verouderde infrastructuur die Trump nu belooft aan te pakken!
    Het langdradige epos volgt een aantal bordkartonnen helden die zich verzetten tegen de middelmaat van het fictieve Amerikaanse socialisme. Deze eenlingen houden vast aan de traditionele Amerikaanse waarden van vrijheid en eigen initiatief. Maar ze maken van de deugd een dogma.
       Bij Rand zijn deze Amerikaanse helden veranderd tot groteske zeloten zoals we die kennen uit het werk van Dostojevski. Haar zakenmannen en uitvinders geloven in competitie en marktwerking tegen elke prijs. I
n de loop van het boek trekken deze  monomane strebers zich terug uit de instortende verzorgingstaat en beginnen een kapitalistische heilstaat voor de happy few.
   De Amerikaanse droom - een meritocratie waarin iedereen met hard werken, talent en een beetje geluk vooruit kan komen- wordt bij Rand een elitaire nachtmerrie waarin alleen plaats is voor enge übermensen die hun eigen moeder nog zouden verpatsen.
    Nu, zestig jaar later, is het communisme al lang tenonder gegaan aan de door Rand  voorspelde zwakheden. En het Amerikaanse kapitalisme heeft inderdaad wel wat trekken gekregen van deze als ideaal beschreven angstdroom.
      "Atlas shrugged" is natuurlijk vooral populair bij de de verkeerde mensen. Niet bij  de echte vernieuwers zoals de Bill Gates of Mark Zuckerberg, maar bij bankiers, speculanten en andere parasitaire beroepsgroepen: Zij spiegelen zich graag aan dit boek. Greed is good.
     Het is niet verwonderlijk dat ook opschepper Trump zich meent te herkennen in Rand's doorgedraaide superhelden. Hij is -in eigen ogen- ook zo'n succesvolle bikkel, zo'n meedogenloze self made man die het moest doen met een startkapitaal van  schamele miljoenen, geerfd van zijn louche vader.
      De roman geeft ook de naam aan een bekende anti Islam-site. "Atlas shrugs" is het populaire extreemrechtse blog van Pamela Geller, pleitbezorgster van Trump én van Geert Wilders.  In deze tijden van groeiende tweedeling en nieuwe scheidslijnen kan ik iedereen aanraden dit lijfboek voor de nieuwe elites te lezen, juist omdat het zo immoreel, dom, kortzichtig en slecht geschreven is.
September 2016 - Het was een koude, hete zomer die achter ons ligt. Koud qua temperatuur, heet van opwinding en geweld. Het dieptepunt was de derde week van juli, met bijna elke dag een nieuwe aanslag in Duitsland of Frankrijk. Gelukkig is het daarna weer rustig geworden. Het begon al bijna te wennen.
    Terrorisme went, en gewenning is waarschijnlijk het enige effectieve weermiddel. De aanslagen zullen misschien ophouden als we niet meer opkijken van een nieuwe aanslag. Maar misschien ook niet. In Kaboel en Mogadishu behoren aanslagen al jaren tot de orde van de dag. Idereen is eraan gewend. De angst is uitgewerkt, maar de explosies gaan gewoon door,
    Wat was het weer een verknipte serie van absurde horror verhalen. De homoseksuele afghaan die een Gay bar in Orlando schietend binnenvalt. De Iranier die geinspireerd door Breivik migrantenkinderen executeert in een MC Donalds in Munchen. De chauffeur in een scheiding die op de dag van de Franse revolutie met zijn vrachtwagen 86 mensen verplettert. Het is allemaal cultuurschok, identiteits crisis op het scherp van de snede, en in die bloederige botsingen zit ook nog heus de nodige islam, maar de restanten van de Islamitische Staat die wat propaganda goed kan gebruiken, lijkt de aanslagen met steeds minder kracht op te eisen.
      De geheime diensten staan machteloos tegen dit soort suicidale gekken. Iedereen kan een mes kopen, een auto huren, een wapen regelen. In de Verenigde Staten is er bijna elke dag wel ergens zo'n massale schietpartij. Bijna elke dag, jaar in jaar uit, is er wel iemand die op deze manier uit het leven stapt en zoveel mogelijk vreemden met zich meesleurt. Met Islam heeft het daar vrijwel nooit iets te maken. Het is kopieer gedrag en aandacht zoeken.
    Toen Goethe in 1774 zijn bestseller over de suicidale Werther publiceerde, leidde dat tot een golf van copy cats, jonge mannen die vanuit weltschmertz zich van het leven beroofden. Sinds die tijd berichten de media terughoudend over zelfmoordenaars. Maar over zelfmoord terroristen wordt juist heel veel gepubliceerd. En als de publieksmedia besluiten om namen en gezichten van de daders niet meer te tonen, zoals de Franse media deze zomer besloten, dan zet de terrorist zijn testament zelf wel online.
    Negeren is het beste. Aandacht voor de slachtoffers en de daders zoveel mogelijk doodzwijgen. Het zijn geen helden, zelfs geen martelaren. Martelaren offeren zich op. Deze laffe losers offeren anderen op aan hun waanzinnige egotrip.
 
Augustus 2016 - Ik heb laatst weer eens geprobeerd een aflevering Game of Thrones  uit te zitten, maar nee: De draken, de verzonnen koninkrijken en dynastieën zijn tot daaraantoe, maar ik kan niet tegen die premoderne eendimensionaliteit. Zelfs al lopen goed en kwaad soms in elkaar over, toch is alles vergeven van die epische uitvergroting, de als archetype verkochte clichés en het totale gebrek aan humor en relativering dat dit soort fantasy waarschijnljk juist zo aantrekkelijk maakt voor de fans. 
    Ook de Hobbit en In de ban van de ring hebben mij nooit kunnen boeien. Maar ik heb wel een keer een smakelijke hobbit gegeten.
    Dit is al weer twintig jaar geleden, op het platteland van Ierland. Ik was op doorreis in een afgelegen county, waar elk jaar  gedurende één week in october de jacht op hobbits wordt gedoogd. Ik wist hier niets van en bestelde nietsvermoedend het dagmenu in de plaatselijke herberg. Met een wat besmuikte blik zette de waard een dampend bord voor mij neer en daarmaast een glas roetzwart bier.
    De aardappels waren kruimig, de rapen waren gaar, maar de biefstuk had een oprmerkelijk zilte smaak. "Tournedos van de hobbit, een wat ouder exemplaar", legde de waard uit en haalde zijn schouders op: "Je moet er van houden. Het is onze traditie."
     Ik had toen nog nooit van hobbits gehoord. Volgens de gastheer waren het een soort kabouters die zich weinig lieten zien. Ik schrok  en legde mijn  mes neer. Was ik nu een kannibaal? Nee, dat leek me niet. Maar na mijn consumptie van gefrituurde chimpanseeoren, twee jaar eerder in het oerwoud van Liberia bleek ik wel een nieuwe grens gepasseerd. Ik schoof het bord van me af en hoorde bij een tweede glas bier de rest van het verhaal aan.
   Midden-aarde bleek in de nabijgeleden vallei te liggen. De hobbits veroorzaakten het hele jaar door veel overlast. Ze stalen 's nachts appels uit de boomgaarden, hadden een keer ingebroken bij een supermarkt en poepten het plantsoen onder. Het jachtseizoen was op het randje, zo gaf de waard toe, maar hobbits waren irritante etters. Volgens een eeuwenoud gebruik mochten
de dorpelingen één week per jaar hun gram halen. Of ik het aljeblieft niet verder wilde vertellen. Dat heb ik niet gedaan maar de recente opmars van de hobbit in de media laat me geen andere keus.

Juli 2016 - Bij Europa en euroscepsis moet ik wel eens terugdenken aan het huismerk Euroshopper, waarmee Albert Heijn jarenlang de supermarktoorlog probeerde te winnen. Tegen afbraakprijzen werd de eurotroep aangeboden in witte, uniforme zakken met rode letters. De inhoud van de zakken met een oostblok-achtige uitstraling voldeed ongetwijfeld aan alle strenge Brusselse voorschriften. Maar het smaakte elke keer nergens naar en deed verlangen naar rauwe melk, gekke koeien, blauwe kaas, rokende worsten en al die andere lekkernijen die Brussel verboden heeft.
   Het meest vervreemdend aan het merk waren nog de Engelse  opschriften. Kroepoek heette opeens "Prawn crackers", hagelslag werd aangeboden als "pure chocolate sprinkles" en onze oud hollandse speculaas werd aan de man gebracht als "Dutch spiced cookies." Je kreeg toch een beetje het gevoel dat met Euroshopper onze eigen cultuur in de uitverkoop was gedaan.
   Ongetwijfeld bevatten de producten de minimaal voorgeschreven  hoeveelheid visafval of kaneel-surrogaat, maar Euroshopper gaf geen prettig vertrouwd gevoel. Dan toch liever de normale marketing leugens van ambachtelijke houtovens, met zorg geselecteerde ingrediënten en grootmoeders geheime recepten. 
     Het merk Euroshopper is drie jaar geleden vervangen en met Brexit is volgens sommigen ook de bijl aan de wortels van de Europese unie gelegd. Brussel is zo abstract dat het zich te gemakkelijk laat wegzetten als een karikatuur:  Bureaucraten die ons hun spijswetten opleggen, die in Brussel bepalen dat hier een glazenwasser niet meer op een ladder mag staan en dat wij achterin de auto opeens ook een gordel moeten dragen.
     En nu willen de Britten eruit. Al die ergenis over details en bedilzucht heeft ertoe geleid dat niemand meer pleit voor meer Europa. Als we het al niet eens worden over de inhoud van een zak koekjes, dan gaan we toch helemaal niet ons buitenlandbeleid  in Brussel laten harmoniseren?
    Toch zouden we dat juist wel moeten doen. Europa moet zich juist ver houden van het lokale -wat we eten, hoe we werken, van onze culturele verscheidenheid- en zou zich moeten beperken tot een sterk, gemeenschappelijk buitenlandbeleid. Een vuist naar onze boze buren Poetin en Erdogan. Een immigratiebeleid dat eindelijk eens gewoon goed geregeld is, met asiel- en visumprocedures in de landen van herkomst. Denk aan de Verenigde Staten: Elke staat heeft zijn eigen  wetgeving, zijn  eigen cultuur en gebruiken. De federale overheid gaat vooral over een paar gemeenschappelijke taken: defensie, buitenland, de grondwet en de munt. Geen eenheidsworst, wel een wereldmacht.

21 juni 2016 - Deze week overleed de journalist van de vorige eeuw. Ik kreeg ooit een persoonlijke brief van H.J.A Hofland, die ik al die jaren bewaard heb en die ik vandaag  opzocht in mijn knipselmappen. In 1994 recenseerde ik twee van zijn romans, die net waren verschenen: "Het Diepste Punt van Nederland" over de wederopbouw van Rotterdam en "Man van zijn Eeuw", over de jaren negentig. De economie zat ook in 1994 in een dipje en ik maakte de vergelijking met "een troosteloos pretpark dat betere tijden heeft gekend. "De draaimolen is afgebladderd, de ballentent gesloten en de politiek kan er maar weinig aan doen."
   Ik prees Hofland om zijn eloquente maatschappijkritiek die me erg aansprak. Ik was toen 28, net begonnen als journalist, Hofland was 66, net gepensioneerd. In zijn brief bedankte hij me voor de lovende woorden. "Het was werkelijk een opluchting om een kritiek te lezen waaruit bleek dat de schrijver had begrepen wat ik met die verhalen heb bedoeld", schreef hij en ik was natuurlijk onzettend trots op dat compliment.
    Maar in dezelfde brief wees hij me terecht. Hij was niet, zoals ik had geschreven, een "oud-journalist". Hij was weliswaar met pensioen, maar zou zeker door blijven werken, zo voorspelde hij. En dat is hij blijven doen, letterlijk tot zijn laatste snik.
    Ik zag hem wel eens lopen in Amsterdam, heb hem ook wel een keer gebeld voor een TV interview. Dat weigerde hij, vriendelijk maar beslist. Hij was bang om op straat of in de tram nog vaker herkend te worden. Maar hij bleef dus wel schrijven.
     Hij was niet bang om in zijn columns soms de plank mis te slaan, voorzag na de moord op Fortuyn een staatsgreep maar had de Fortuyn-revolte zelf wel goed voorspeld ("De Elite verongelukt" uit 1995!). In alle necrologieen van deze week mis ik aandacht voor zijn zes romans (waaronder vier thrillers) die ik allemaal heb verslonden, en die ik binnenkort eens ga herlezen. Te beginnen met het vlijmscherpe "Man van zijn eeuw", geschreven door de journalist van zijn eeuw!  
Maart 2016 - Met hangen en wurgen heeft Sander Dekker zijn omstreden mediawet nu gedeeltelijk door de eerste kamer gekregen. Er was nogal wat rumoer over. Minder macht voor de omroepen, meer voor het centrale bestuur van wat al weer een tijdje NPO heet. Een soort BBC model, maar dan zonder garantie voor onafhankelijkheid. Het lijkt een beetje spijkers op laag water zoeken van de eerste kamer. Haagse censuur? Polder propaganda? Politieke benoemingen? Dat zal toch allemaal wel loslopen?
    Waar de eerste kamer zich druk maakt over politieke benoemingen en inmenging, zeg maar het Berlusconi effect, lopen de omroepen vooral te hoop tegen het verbod op amusement. Ze willen eigenlijk juist meer Berlusconi, minder ingewikkelde onderwerpen en lastige vragen en meer bakkende boeren, nog meer paling en bananasplit.
     De centrale sturing van de NPO ten koste van al die omroepen heeft de afgelopen jaren goed uitgepakt. Nederland 1 (die naamsverandering blijft een vergissing) is de best bekeken zender van het land, met mooie programma's voor een groot publiek. Nederland 2 heeft elke avond goede documentaires op prime time. Jongerenzender 3  mag nog een stuk gedurfder, maar de balans is positief: Meer drama, meer informatie en debat. Actualiteitenrubrieken die niet meer allemaal hetzelfde doen, maar elkaar aanvullen. Reden voor een feestje, dus.
     Ook de NOS vierde onlangs feest. Het journaal bestaat 60 jaar en bewierookte zichzelf als vlaggeschip van de publieke omroep. Maar dat is de NOS zeker niet.
    Aan de NOS kun je zien dat politieke invloed op de omroep toch een heikel punt is en kan leiden tot kleurloosheid. De NOS is politiek neutraal en je zou kunnen zeggen dat het journaal zich verschuilt achter neutraliteit. De grootste nieuwsorganisatie van Nederland is gedegen maar ook verlegen, doet als geen andere nieuwsorganisatie aan fact dubbelchecking en weegt zijn woorden, maar is daarmee ook tandeloos en overbodig. Heel wat anders dan de BBC.
      Wat minder positief geformuleerd: De NOS is een vergaderclub van journalisten met een wat ambtelijke taakopvatting die veel en lang nadenken over hun "grote maatschappelijke verantwoordelijkheid" en ondertussen bijna alleen agenda-nieuws brengen, nauwelijks aan eigen nieuwsgaring doen en daarom weinig voeling met de samenleving hebben. Onderzoeksjournalistiek,  zelf op zoek naar nieuws gaan, kost veel tijd en vraagt een andere houding: Kritisch, nieuwsgierig, gedreven in plaats van vermoeid, volgzaam van negen tot vijf als een soort boekhouders de nieuwsstroom verwerken.
   En als ze bij de NOS dan een keer uit hun onkreukbare kramp schieten, dan gaan ze vaak onderuit, het zoals oud-premier Balkenende op een skateboard. Dan drommen ze bij mensen in de voortuin op zoek naar een dood kind of een ontsnapte oehoe. Regioverslaggevers interviewen in nauwelijks verstaanbare accenten gewone mensen gewoon op straat. Het is Lucky TV - werken bij de NOS. Amateuristisch dieptepunt was de gijzelingsactie door Tarik, vorig jaar. De NOS sloeg keihard terug. De verwarde jongen met zijn neppistool werd voluit, zonder balkje aan het volk getoond.
     Koudwatervrees, onzekerheid, angstvallige politieke correctheid en stijfheid die zomaar kunnen omslaan in stampvoeten en valse noten. Laat de politiek daar alsjeblieft verre van blijven. 
Februari 2016 - Ooit genoot ik van De Naam van de Roos en De Slinger van Foucault en nu de maker van die schitterende puzzels deze maand op 84 jarige leeftijd is overleden, heb ik ook zijn laatste roman gelezen: Het vorig jaar verschenen boek "Het  Nulnummer" trok in alle In Memoriams mijn aandacht. De novelle gaat namelijk over journalistiek, over een nieuw tijdschrift dat wordt opgezet in het Italië van de vroege jaren negentig, de tijd dat Berlusconi aan zijn opmars bezig is. Het boek zit vol complottheorieën, zoals we van Eco gewend zijn, en speelt in 1992, een jaar waarin ik zelf veel door Italie gereisd heb, schrijvend over de waargebeurde schandalen die Eco in dit boek oprakelt.
    Het was het jaar van de zogenaamde "Operatie Vuile Handen", de frontale botsing tussen onder- en bovenwereld die begon met een affaire van niets, een corrupte sociaaldemocraat in Milaan, een directeur van een bejaardentehuis die betrapt werd op het aannemen van steekpenningen. Binnen de kortste keren werden steeds meer corrupte politici ontmaskerd en gingen ook maffiosi elkaar verlinken. Maar Cosa Nostra gaf zich niet zomaar gewonnen. Onderzoeksrechters werden opgeblazen. Het was een smerige sneeuwbal van geweld en verraad met als hoogtepunt een met een kus bezegeld pact tussen de eeuwige premier Andreotti en de mafia-baas aller bazen Toto Riina.
     De "Operatie Vuile Handen" veroorzaakte vooral een politieke aardverschuiving. De christen democraten en de Socialistenen verdwenen van het toneel en maakten plaats voor nieuwe partijen zoals de Lega Nord en Berlusconi's Forza Italia. Ik betwijfel of de mafia veel terrein heeft moeten prijsgeven, maar de politiek heeft in die tijd een gedaantewisseling ondergaan waar we in Nederland nu al vijftien jaar over doen. 
    Terwijl die periode Italie nog geen vijfentwintig jaar geleden onherkenbaar heeft veranderd, constateert het boekje van Eco dat alles inmiddels al
lang weer vergeten is. In de kleine roman wil een louche journalist van allerlei verbanden onthullen, maar uiteindelijk blijkt niemand echt geinteresseerd.
    In Italië hebben ze er een woord voor: Dietrologia, de kunst om overal iets achter te zoeken, de theorie van het complot.
    Zelf herinner ik me uit dat jaar een interview met  Agostino Cordova in het stadje Palmi, diep in het zuiden van Italië. Daar zat de onderzoeksrechter
in het afbladderende Paleis van Justitie een sigaar te roken achter een bureau vol vergeelde paperassen . Cordova onderzocht een nieuwe samenzwering in de toch al intens verstrengelde Italiaanse slangenkuil. Volgens hem speelde de vrijmetselarij weer een sleutelrol, net als in de jaren tachtig ten tijde van de rode brigades, contraterreur en bloedige aanslagen.
    Ik knikte, stelde in mijn beste Italiaans een paar vragen, ging naar huis en schreef er een spannend stuk over in Trouw. Daarna werd het stil. Ik hoorde nooit meer iets van de man.
    Nu, zoveel jaar later is er google en blijkt de inmiddels 80 jarige magistraat een facebook pagina te hebben. Zijn onderzoek heeft nooit tot veroordelingen geleid. Wel werd hij de meest gehate en gevreesde rechter van Italië. Van de president ontving hij op een dag een intimiderend pakket, zo klaagde hij later voor het Europese hof: In de doos bleken een  
stokpaard en een driewieler te zitten. Zo liet het staatshoofd aan de aanklager weten dat hij hem maar een kinderachtige drammer vond.
Januari 2016 - Lang hoopte ik dat David Bowie zou eindigen als crooner. Dat hij zijn mooiste liedjes zou gaan zingen, gehuld in een fout glitterpak voor een solide bigband. Zijn ontelbare stemmige ballads zoals Life on Mars, Lady Grinning Soul en Rock´n´Roll Suicide, maar ook een nummer als Heroes teruggebracht tot de smartlap die het eigenlijk is, de riffs uit Rebel Rebel en Cracked Actor vertolkt door stuiterend koper. Als een superieure Las Vegas act had de gewezen rockster zijn in het slop geraakte carriere op een waardige manier kunnen afsluiten, als een soort nieuwe Sinatra of Elvis.
    In de jaren zeventig en tachtig had Bowie zichzelf een paar keer indrukwekkend opnieuw uitgevonden. De singer songwriter was glamrocker geworden, had daarna de soul en funk omarmd, was in Berlijn gaan experimenteren met new wave en krautrock en had tenslotte zijn grootste hits gescoord met disco en pop.
    Na het megasucces van Let´s dance en Tonight was de kameleon definitief zichzelf  kwijt geraakt, alsof de man daadwerkelijk zijn zieltje had verkocht aan de discoduivel. Alles wat Bowie nadien probeerde, mislukte en werd door de critici afgebrand. Altijd had hij de toon gezet, maar nu leek hij wel zo´n zielige fashion victim geworden, die hij in een van zijn oude hits op de hak had genomen: Een veertiger en daarna vijftiger die koste wat kost hip en happening wilde blijven, maar elke keer de plank missloeg. Bowie ging dance maken en jungle, ging dan weer obligaat en postmodern zichzelf citeren, werd zelfs zanger in een suffe gitaarband of ging maar weer eens experimenteren met electronica. Ik bleef hem als trouw fan volgen en op bijna elke plaat stonden wel weer een paar mooie nummers, maar trendsetter of avant garde was hij al lang niet meer. Uiteindelijk werd het stil rond Bowie na een hartaanval in 2004. Was hij met pensioen? Was hij ziek? Hij liet zijn fans tien jaar in onzekerheid.
     En toen was hij ineens terug, in 2013, met de ´grootste come back aller tijden´. Toen het stof van de stunt weer was neergedaald bleek de nieuwe plaat bij nader inzien eigenlijk niet beter of slechter dan al die andere platen die Bowie in de jaren negentig had laten verschijnen. Best aardig en poppy, maar niet memorabel.
    Maar twee jaar later, in de loop van 2015. verschenen er nieuwe nummers met een ander geluid, en toen was daar begin januari opeens dat hele album, Black Star, dat twee dagen werd bejubeld en toen opeens zijn zwanenzang bleek te zijn geweest.
    En deze plaat is wel een blijvertje.  Wat een prachtig afscheid, wat een geslaagde mengeling van rock en jazz. Blackstar is zonder enige twijfel Bowies beste plaat sinds Scary Monsters uit 1980. Het laat een man horen die eindelijk weer eens als niemand anders klinkt, die muziek maakt die nergens op lijkt en daarom vernieuwend is. De  plaat ademt spontaniteit, klinkt fris, direct, bijna live en er is veel ruimte voor lyrische solo´s en een heerlijke jazzy ritme sectie. In de teksten zinspeelt Bowie voortdurend op de dood, maar toch is Blackstar geen sombere plaat. Steeds weer refereert Bowie aan een leven na de dood, zoals van de astronaut wiens schedel in de clip Black Star wordt aanbeden, of zoals het voor zijn musical geschreven Lazarus, de bijbelfiguur die herrees uit de dood. Bijna elk nummer geeft stof voor de  onvermijdelijk op internet al circulerende theorie dat Bowies dood een hoax is zoals  zinnen als `I´m dying to (...) fool them all again` en `I know something´s very wrong, the pulse returns´. Ongetwijfeld zijn er al mensen die hem op een bankje in Central park hebben zien zitten, samen met Elvis.
      En zo heeft de levende legende ook van zijn dood een bron voor mythevorming gemaakt. Bowie heeft de wereld zeker beet genomen, voor een laatste keer op het verkeerde been gezet, maar vooral verrast met een plaat die leeft en bruist, En eigenlijk maakt hij mijn wens waar, om als crooner voor een fantastische jazzband tijdloze en onthechte muziek te maken, een muzikale wederopstanding waar we nog lang van kunnen genieten.
     

December 2015 - Het jaar begon en eindigde met een aanslag in Parijs. De tweede, op 13 november, leek al op routine. Een gruwelijke routine, maar toch routine. De marathon uitzendingen en herdenkingen op tv, de pagina's in kranten. De waxine lichtjes, de knuffels, de holle woorden van de leiders. Opblaastaal en lege rituelen. Het was allemaal deja vu.  
   Charlie Hebdo, MH17, Breivik: De media zijn dol op de dood. Die massale omarming van het slachtofferschap krijgt soms de trekken van een morbide cultus. Zou het in de kern dezelfde fascinatie voor destructie zijn die ook zelfmoord terroristen drijft? Je zou bijna gaan verlangen naar de grimmige ongenaakbaarheid waarmee we in de toekomst zullen reageren op de zoveelste aanslag, net zoals mensen in Bagdad en Kaboel dat doen. Net zoals Spanjaarden en Britten deden toen Eta en Ira nog bommen lieten afgaan in Madrid en Londen. Het zal de terreur niet stoppen, maar maakt het nog net wat zinlozer dan het nu al is.
    Terreur. Het woord is ook verbonden met de Franse revolutie, Parijs 1799. Die begon met vrijheid, gelijkheid en broederschap maar vloog daarna net zo uit de bocht als al die arabische lentes van deze tijd. Ook toen waren er onthoofdingen, was er een populist die zich ontpopte als dictator en aan het einde van het liedje werd alles weer teruggedraaid. Toch bleven de idealen van de revolutie levend. Ze werden verwerkt in grondwetten, in steeds meer democratieën en vormde  de basis voor wat we het vrije westen gingen noemen. Het vrije westen dat nu een nieuw ijzeren gordijn optrekt.
   Toch blijven die kernwaarden bestaan: Vrijheid, de vrijheid om bijvoorbeeld een hoofddoek te dragen, of juist niet. Gelijkheid, wat niet betekent dat we allemaal hetzelfde hoeven te zijn. Juist niet. Er zijn heel veel verschillen tussen mensen, tussen rijk en arm bijvoorbeeld, geprivilegieerd en achtergesteld. Toch kunnen we doen alsof die verschillen er niet toe doen. We kunnen en moeten elkaar een kans geven en gunnen. We behandelen elkaar alsof we gelijk zijn en daarmee zijn we niet gelijk, maar wel gelijkwaardig.
    En broederschap. Het lijkt soms ver te zoeken in onze propvolle leventjes die vooral om onszelf draaien. En toch is het overal om ons heen, in al die miljoenen interacties op straat, hoe vluchtig ook, in het verkeer, op het werk, in de winkels. Ook in Bagdad en Parijs gaat het gewone leven altijd weer verder, met al het alledaagse vertrouwen dat daarvoor onmisbaar is. Het is te weinig, te oppervlakkig en onbewust, loopt vaak krassen en deuken op, maar is niet kapot te krijgen.

November 2015 - Wat is het geheim achter het succes van Joris Luyendijk, die vorige week andermaal de NS publieksprijs kreeg? Ik overwon mijn scepsis en besloot "Dit kan niet waar zijn" zelf te lezen. En voelde me naderhand bekocht. Het bleek inderdaad niet waar. Het boekje biedt geen nieuwe inzichten. Het is niet mooi of meeslepend geschreven. Het is een alledaags verslag van kennelijk vrij saaie gesprekken met willekeurige bankmedewerkers uit de City. Anonieme bronnen die zichzelf voor een interview hadden opgegeven. De belangrijkste conclusie is dat ook bankiers net mensen zijn. En dat een crisis weer kan gebeuren, maar ook dat wisten we al.
     Er zijn veel boeken en documentaires over de bankencrisis die spannender zijn, die meer onthullen en verhelderen. Daarbij vergeleken lijkt de bekroonde bestseller van Luyendijk een gehypt niemendalletje, met al dat opgeklopte gezeur over de bancaire omertá. Luyendijk gaat wel heel ver mee in de koudwatervrees van de angsthazen die bij hem komen biechten. Niemand klapt in het boek uit de school, dus er is eigenlijk ook geen journalistieke rechtvaardiging voor de anonimiteit van de bronnen. En als er wel nieuwswaardige feiten in hadden gestaan, dan was er over die anonieme bronnen veel meer discussie gekomen. Maar nu blijft het bij een tamelijk fletse zedenschets van de Londense  kantoortuinen.
    Of beoordeel ik het boekje nu met de maatstaven van de gangbare journalistiek, die Luyendijk in zijn vorige bestseller "Het zijn net mensen" bekritiseerde? Is het juist de verdienste van Luyendijk dat hij de honger naar sensatie en hapklare brokken negeert, ons niet manipuleert met stijl en beeldende taal, ons niet intimideert met vertoon van feitenkennis, ons niet aan het lachen of aan het huilen probeert te maken, maar laconiek en luchtig verslag doet van het zoveelste kopje koffie met de zoveelste deepthroat met een aardappel erin. Hij doet zich niet groter voor dan hij is, hangt niet de deskundige uit met makkelijke generalisaties en overhaaste conclusies. Hij heeft gewoon met tweehonderd mensen gesproken, en van zijn veldonderzoek doet hij verslag.
    Luyendijk past zijn eigen methode toe en het grote publiek waardeert dat. Zijn timing is perfect. Dit jaar is precies het moment om een aantal open deuren over het bankwezen in te trappen. Kennelijk is er een behoefte aan dit soort journalistieke duiding; transparant, toegankeljk, degelijk en betrouwbaar. Maar van mij mag het wel wat spannender en met wat meer verhaal en context.
    
Oktober 2015 - Ik heb altijd al een haat liefde verhouding gehad met het medium waar ik het meest voor werk: De televisie.  Het begon alemaal toen ik een jaar of vijf was, met een hartstochtelijke verliefdheid. Ik was niet weg te slaan voor die wonderlijke kijkdoos. Kindertelevisie was er alleen nog maar op de woensdagmiddag en elke dag even voor bedtijd. De fabeltjeskrant, Barbapapa,Tita Tovenaar,de Bereboot. Ik vond het allemaal prachtig.
   Tijdens de puberjaren bekoelde de verhouding. Het blauwe oog in het centrum van de huiskamer begon me te ergeren. Het schotelde ons avond na avond dezelfde prak voor. Amusement voor het hele gezin. Het tijdperk Ted de Braak. "Er is geen bal op de TV". zong ik mee met Doemaar.
      Bijna dagelijks werden er familieruzies uitgevochten
over het karige rantsoen op de twee zenders. Voetbal of nieuws? Kwis of Toppop? Dallas of Zeg ´ns A? Levensgrote kwesties, temeer daar alles maar één keer werd  uitgezonden. Wie een aflevering miste, was reddeloos verloren. En net toen wij thuis over al die dillemma's een broos bestand hadden gesloten, werd de afstandsbediening uitgevonden. Met dit nieuwe wapen in de hand laaide de strijd nog feller op.
      Toen ik op kamers ging, nam ik dan ook geen verrekijk mee. Ik ging liever naar de bioscoop. Ik heb zeven jaar nauwelijks televisie gekeken en heb het geen moment gemist.
    Toch kwam ik er na mijn studie voor te werken. Er waren inmiddels commercië
le zenders bijgekomen. De TV ontwikkelde zich van gaarkeuken tot fastfood restaurant.  Maar het bleef daarmee toch een kwestie van weinig keus en steeds meer van hetzelfde. Ik sloot een verstandshuwelijk met Hilversum. Ik werkte er met plezier, maar keek er weinig naar en dan nog bij gebrek aan beter.
    Gelukkig is er sinds die tijd veel veranderd. De oude beeldbuis is een Smart TV geworden, met steeds meer content die je kunt bekijken wanneer je wilt. Het scherm is van de huiskamer verplaatst naar de jaszak, en televisiekijken doe je tegenwoordig vaak alleen, net als lezen. En je kijkt wat je echt wilt zien, niet wat er toevallig langskomt. Er is veel meer keuze en kwaliteit dan vroeger: Drama, documentaires, talkshows, reality, het aanbod is overweldigend en gevarieerd.
      Zenders moeten harder knokken voor de kijker en dus concurreren ze ook op kwaliteit. En terwijl de TV steeds meer opgeslokt
wordt door internet, beleeft het oude medium zo een prachtige levensavond. Hoewel  het omslagpunt hier en daar al wel zichtbaar is.
    Ik vind dat ik die afbladdering ook nog mee moet maken. Televisie
als een vervallen pretpark, als een noodlijdend circus waar de laatste Bekende Nederlanders hun kunstjes staan te vertonen voor het hoogbejaard publiek. Ik zal er dan ook bij zitten en blijven kijken tot het bittere eind. Het zal me weemoedig stemmen, omdat het waarschijnlijk weer net zo vertrouwd zal smaken en ruiken als de lauwe prak waarmee ik ben opgegroeid.

       
September 2015 - Daar was ie weer, in KRO Reporter, Volkert van der Graaf, beter bekend als Volkert van der Gé, vijftien jaar ouder, maar nog altijd dezelfde irritante veganistische betweter. Ik zag hem voor het eerst de dag nadat hij Fortuyn had vermoord, enkele meters van mijn toenmalige werkplek. Hij was er bijna ook nog mee weg gekomen. Doodgemoedereerd en ongezien was het stuk Asperger van de plaats delict weggewandeld richting zijn autootje.  Als Hans Smolders er niet was geweest hadden we misschien wel nooit geweten wie Fortuyn had omgelegd.
    De volgende dag had ik de twijfelachtige eer om Volkert aan het volk voor te mogen stellen. Dat kon met een bewerking van een portret dat een Eenvandaag-collega eerder over zijn milieuwerk had gemaakt en dat nu ook weer werd herhaald in Reporter. Daarna kwamen de rechtzaak, de obligate commissierapporten over de moord, een mooie biografie van Johan Faber en toen werd het stil.
    Maar vorig jaar kwam Volkert na veel gedoe vrij en nu kon hij op een terrasje triomfantelijk vertellen over zijn luizeleven in Apeldoorn. Voorheen was Volkert milieuactivist
met behoud van uitkering, nu doet hij met behoud van uitkering lekker helemaal niets meer. En misschien is dat ook maar het beste. Ik vertrouw hem niet met een papierprikker.
      De ophef ontstond over de Volkert-foto's die kort na zijn vrijlating in de Telegraaf waren verschenen. Volgens Reporter een overtreding van het mediaverbod en daarom het meest relevante nieuwsfeit uit de met verborgen camera vastgelegde ontboezemingen. De advocaat van Volkert reageerde met een kort geding om de uitzending tegen te houden, toenmalig staatssecretaris Teeven zei van niets te weten. Het verhaal leek dus rond, met als mogelijk gevolg dat Volkert alsnog de rest van zijn straf zou moeten gaan uitzitten. Maar al snel bleek eerst de advocaat, toen de reclassering en tenslotte ook de top van het Openbaar Ministerie van te voren op de hoogte te zijn geweest van de fotoshoot. Het was zelfs een idee van justitie geweest om zo de mediadruk van de ketel te halen. Niks schending van het mediaverbod. Het was eerder andersom. Veel commotie, politici in het nauw, maar in feite was het een zeperd voor de KRO. Had Reporter dit niet beter van tevoren kunnen uitzoeken?
      Waarschijnlijk wilden ze hun nieuwspuntje niet doodchecken. Ze hadden het nodig om de inzet van de verborgen camera mee te rechtvaardigen. Of wist Reporter van te voren dondersgoed hoe het zat en zette de rubriek een ingenieuze val voor de brekebenen van Veiligheid en Justitie? Zoals eerder Nieuwsuur al deed? Is hier misschien sprake van een nieuwe trend in de onderzoeksjournalistiek?
    Er zijn in Nederland tien voorlichters voor elke journalist. Hun dagelijkse werk is de media tegenwerken en bestoken met propaganda prietpraat. De door hen bekokstoofde fotomomentjes, opzetjes en one liners halen maar zelden het nieuws. Maar ze slagen er wel vaak in het echte nieuws tegen te werken.
     Hoeveel uur zal er de afgelopen weken zijn vergaderd op het departement? Koortsachtige sessies waarbij koppen rollen en iedereen elkaar de eh... gouden piet toespeelt. Zo werd een klein nieuwtje tot een flinke rel, net als eerder dit jaar de bonnetjes affaire over de Teeven deal. Deze keer heeft de minister het wel overleefd, maar het was weer spannend en ontluisterend. Als Reporter de ware toedracht van tevoren wist of vermoedde, dan zou je het kunnen zien als de wraak van de journalistiek op de voorlichting. Laat ze zich maar weer eens goed verslikken in hun leugens! Nieuws als booby trap. Nieuws als bermbom.
    Nog even verder denkend zou ook de hele Reporter uitzending doorgestoken kaart kunnen zijn, een vooropgezette strategie om Volkert zo eindelijk eens zijn verhaal te laten vertellen zonder het media verbod te schenden. Volkert weet gewoon dat hij wordt gefilmd vanaf het andere tafeltje. Het kort geding was om de schijn op te houden. Ik geef toe, dit is niet erg waarschijnlijk. Anders dan voorlichters mogen journalisten namelijk niet liegen.
     Ondertussen had Justitie al die tijd wel gewoon gelijk. Het was een goed idee om Volkert te laten fotograferen door de Telegraaf.  Mede daardoor kan deze vervelende man gewoon vrij rond lopen in Apeldoorn. Niet opgejaagd door paparazzi en daardoor ook veiliger voor wraakzuchtige malloten. Eigenlijk zijn we nog best een beschaafd landje. Volkert leeft nog lang en gelukkig en hoeft dus ook niet terug naar de gevangenis.  We kunnen hem nu maar het beste weer snel vergeten. Goed bedacht dus van justitie, maar rampzalig slecht gecommuniceerd.

PS 12 okt: Vandaag werd bekend dat het hoofd voorlichting van het ministerie V en J vertrekt.
29 augustus 2015 - Ooit gold het als aanbeveling als je "van onbesproken gedrag" was. Tegenwoordig kun je in het belang van je carriere maar beter stevig over de tong gaan. Neem Bram Moszkowicz. De spraakmaker gaat nu toch 35.000 euro terugbetalen aan hell's angel Donald Groen, meldt de Volkskrant vandaag. De geplaagde oud-pleiter ontkende tot nu toe in alle toonaarden dat hij geld van afperser Groen had geleend. Maar hij betaalt nu toch. Heeft Moszkowicz weer eens gelogen of wordt de prille politicus nu zelf ook met succes afgeperst door zijn oud client? Welke optie zou eigenlijk erger zijn? En bij optie 2, waarmee wordt Moszkowics dan wel niet gechanteerd? Allemaal lastige vragen voor een lijsttrekker.
    Ik volg de aanstormende showpoliticus al meer dan twintig jaar. Midden jaren negentig zag ik hem door zijn vader op het schild worden gehezen tijdens het grote Hakkelaar-proces, daarna was hij kind aan huis op de redactie van Peter R. de Vries toen ik daar werkte, en de afgelopen jaren zag ik hem vooral op tv. Maar ook, eerlijk is eerlijk, bij een onbekende mensenhandelzaak die de tv nooit heeft gehaald. Het is een meeslepende familie saga van Auschwitz naar jetset, en via de goot is hij inmiddels dus aan een nieuw hoofdstuk begonnen.
   Het geschorste 'mafiamaatje' loopt zich warm in de Haagse wandelgangen. Daar zal hij nog meer opvallen dan tussen de excentrieke toga's. Moszkowicz is van een beproefd type, dat de Nederlandse huiskamers al jaren weet te vermaken. Het typetje van de blaaskaak, ooit ontsnapt uit romans van Charles Dickens. duikt steeds weer op in een nieuwe gedaante.
Archaische mooipraters van ouderwetse snit, causeurs die zichzelf graag horen oreren, liefst met een sigaar in het hoofd, horlogeketting op de vaak omvangrijke pens. Denk aan het bloemrijke geouwehoer van Wiegel en Van Agt, maar ook Bomans en Gerard Reve met hun ironische volzinnen. Het oertype in Nederland is wellicht Ollie B. Bommel, ook weer fraai vertolkt door kasteelheer en minister Ard van der Steur.
     Moszkowicz is een blaaskaak pur sang met zijn maatpakken en overdreven dictie. Zelfspot en parodie zit in het type ingebakken, ook als de vertolker dat zelf niet echt door heeft. Echte eloquentie is niet vereist. De blaaskaak hoeft alleen welsprekendheid voor te wenden. Zelfs Ivo Opstelten kon met zijn bronzen gestamel decennia lang voor een geloofwaardige blaaskaak doorgaan. Het gaat om de aanzet, de pose.  "Ik hoor het u zeggen..." Ik heb Moszkowicz nooit iets scherps of geestigs horen zeggen. Hij is clownesk en hoeft dus niet meer grappig uit de hoek te komen.
     Er is alleen een probleem: Het type blaaskaak verdraagt geen tegenspraak. Het hooggeëerd publiek moet het spel meespelen, net als bij de keizer zonder kleren. Moszkowicz gedeit bij  tv klapvee dat lekker wil lachen, maar het politieke debat in de kamer is andere koek. Wilders, ook geen groot debater, houdt zich daar maar net staande met zijn verzuurde mantra's. Maar van Moszkowicz verwachten we meer.
      De Grote Redenaar moet het juridisch rookgordijn nu verruilen voor een politiek  luchtkasteel, de ontkenning voor het vergezicht. Kon hij als advocaat af met halve waarheden, als politicus moet hij het hele verhaal verkopen. In een heel ander tempo dan in de rechtzaal. Het is de vraag of de man, die de afgelopen jaren de ene na de andere inschattingsfout maakte, erin slaagt zichzelf opnieuw uit te vinden. Mocht het niet lukken, dan wordt de come back een afgang.

 

28 juli 2015 (Dit opiniestuk werd eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad) - Verbijstering over celstraf voor een schietende agent. Dienders met pruiken op voor de rechtbank. Haagse wijkagent durft de straat niet meer op. Politie voorlichters maken deze week overuren om het beeld na de dood van Mitch Henriquez weer te doen kantelen. De agent speelt graag de slachtofferrol en wordt daarin aangemoedigd door de politiek.
        Maar is het niet deze reflex die de dood van Henriquez heeft veroorzaakt? Inderdaad, voor dienders wordt het er allemaal niet makkelijker op. Politiemensen krijgen veel over zich heen van assertieve burgers. Ze worden uitgescholden en soms zelfs bedreigd. Er wordt op ze in gereden bij verkeerscontroles en ze krijgen een enkele keer ook klappen. Het is voor een agent op straat heel moeilijk om voorbereid te zijn op agressie en tegelijk toch beleefd te blijven naar de gewone burgers. Dat gaat dan ook regelmatig fout.
        Al jaren is er een beleid om de agressie tegen agenten en andere publieke dienstverleners hard aan te pakken, het zogenaamde VPT beleid (Veilige Publieke Taak). Agressie tegen agenten, ambulance personeel en andere hulpverleners heeft hoge opsporingsprioriteit en wordt extra zwaar bestraft. Politieagenten zijn min of meer verplicht om van elk incident aangifte te doen. Ook van verbale agressie, zoals een belediging.
            Samen met twee collega's deed ik in 2013 een onderzoek naar de werking van het VPT beleid. We analyseerden honderden incidenten en spraken met tientallen daders en hulpverleners, waaronder veel politieagenten. In nogal wat onderzochte zaken bleek het VPT-beleid escalerend te werken. Een belediging wordt dan beantwoord met een gewelddadige aanhouding.
    Een van de onderzochte incidenten lijkt op het verhaal van Mitch Henriquez. In dit geval uit 2012 was het slachtoffer een blanke man van rond de vijftig. Hij was in Den Haag langdurig en onterecht ondervraagd. Daarna werd hij nogal bot weggestuurd (Oprotten!). Terwijl de man wegliep zei hij stelletje hufterstegen zijn zoon. Vervolgens sprongen er meer dan vier agenten boven op hem en werd hij overmeesterd met pepperspray. De man, die zelf geen geweld had gebruikt, hield er een paar gebroken ribben en een veroordeling voor belediging aan over. Zoals wel vaker werd dit incident destijds door de politie naar buiten gebracht als een typisch voorbeeld van geweld tégen de politie. Als slachtoffershadden de betrokken agenten zelfs de gebruikelijke bos bloemen van de korpsleiding gehad.
         In een ander onderzocht geval werden tientallen jongeren gebeten en geslagen, na een avondje stappen in een Brabants dorp. Een agent meende een scheldwoord te hebben opgevangen uit de mond van een dronken tiener.      
    Het VPT beleid speelt ook een rol in de zaak Mitch Henriquez. Maar welke? Waarom werd hij aangehouden? Er zijn eigenlijk maar twee scenarios: Belediging of bedreiging.
            Volgens ooggetuigen liep Mitch die avond langs een groepje agenten.Ik ben niet bang voor jullie. Ik heb ook een gun, zou Mitch hebben gezegd, waarbij hij naar zijn kruis greep. Een agent zou toen hebben geantwoord dat hij geen grappen moest maken over wapens. Ze lieten Mitch en zijn vrienden passeren. Mitch zou nog wat hebben teruggeroepen in de trant van wie denken jullie wel niet dat jullie zijn? en werd vervolgens besprongen.
            Als uit onderzoek straks blijkt dat de agent de grap van Mitch serieus nam en bang was voor een echt wapen, dan is de gewelddadige aanhouding te begrijpen. De politie probeert gevaarlijke arrestanten met overmacht aan te houden. Een korte worsteling verkleint de kans op letsel voor beide partijen. Daarbij mogen agenten ook de eerste klap uitdelen (pijnprikkel) of de nek klem gebruiken om het verzet zo snel mogelijk te breken. Dat dat hier helemaal fout is gegaan is pijnlijk, maar in het geval van bedreiging wellicht niet strafbaar. De agent die in 2012 de Haagse tiener Rishi doodschoot werd uiteindelijk vrijgesproken, omdat hij mocht aannemen dat Rishi een vuurwapen trok.
        Maar de ooggetuige verslagen in diverse media wijzen eerder in de richting van belediging. Henriquez had voor zover bekend geen motief voor geweld. Dat blijkt ook uit de reactie van de agent (geen grappen). Het ligt meer voor de hand dat de politie de grap in combinatie met het suggestieve gebaar ervoer als een opgestoken middelvinger. Een belediging dus, een provocatie.

Het VPT beleid maakt geen onderscheid tussen fysiek en verbaal geweld: Fysiek geweld wordt natuurlijk niet geaccepteerd, evenmin als bedreiging, mishandeling of belediging. Verdachten worden gelijk aangehouden, zo staat het op de website van de politie.
            Veel politiemensen denken dat ze met een streng beleid het respect op straat terug kunnen veroveren. De tijd dat je een politieman ongestraft voor rotte vis kon uitmaken is gelukkig voorbij. Maar een belediging van een ambtenaar in functie blijft toch heel wat anders dan (een bedreiging met) fysiek geweld. De politie zou een belediging zoveel mogelijk met woorden of met een bekeuring moeten oplossen. Gelukkig gebruiken de meeste agenten in de praktijk hun gezond verstand, maar volgens het VPT beleid zouden ze op alle slakken zout moeten leggen.
            En een foute grap van een aangeschoten feestganger kun je maar beter helemaal negeren. Uit diverse onderzoeken blijkt dat het meeste (fysieke en verbale) geweld tegen publieke dienstverleners wordt gepleegd door mensen onder invloed van drank, drugs of een psychische stoornis. Hier zijn andere maatregelen nodig, bijvoorbeeld betere en snellere opvang van verwarde personen.
     Uit de filmpjes van het incident wordt pijnlijk duidelijk wat het blijvende effect is van dit doorgeschoten beleid. De agenten die hannesen met het stervende lichaam van Henriquez worden uitgejouwd door de filmende omstanders. Goed gedaan. Helden!roepen ze. Is het een belediging of is hun cynisme op zijn plaats?

 
Juni 2015 - Regeringen wisselen elkaar in Nederland steeds sneller af, maar premiers blijven een stabiele factor. Mark Rutte zetelt al weer vijf jaar in het torentje, en hij lijkt nog lang niet uitgeregeerd. Daarvoor hadden we Balkenende, Kok en Lubbers. Elke tien jaar één. In de tijd van de verzuiling, tot de jaren zestig en zeventig wisselden premiers elkaar veel sneller af.
    De zwevende kiezer hecht zich meer aan personen dan aan partijen. Maar wat zien we eigenlijk in deze personen? Het is ontstellend hoe weinig onze leiders te melden hebben, Ze praten voortdurend, dat is hun beroep, maar zeggen eigenlijk niets. Dat hebben ze gemeen met boeven: Alles wat ze zeggen, kan tegen ze gebruikt worden.
   Lubbers was een woordkunstenaar, die in lange, meanderende zinnen minuten lang om een antwoord heen kon draaien. Hij deed dat zo behendig, dat het een plezier was om naar te luisteren. Maar van elf jaar Lubbers zijn weinig one liners blijven hangen. "Nederland is ziek", zei hij op het laatst. Dat was kernachtig.
   Daarmee had hij zijn zegje gedaan en liet het over aan zijn opvolger Kok om de WAO, vangnet voor al die zieken, te saneren. In éen moeite door schudde de sociaal democraat ook maar zijn andere "ideologische veren" af.
Die kromme metafoor werd zijn gevleugelde uitspraak, de enige die beklijfde uit het zuinige mondje dat ons door de paarse jaren negentig heen praatte.
    Daarna kwam Balkendende, die met zijn normen en waarden de Fortuyn-revolte pareerde. Onvermoeibaar bereed hij zijn stokpaardje over slecht gearticuleerde, kreupele zinnen die over elkaar heen buitelden zoals de moraalridder zelf over skateboards struikelde. "Fatsoen moet je doen", was zijn meest memorabele verwoording. 
    Rutte is de eerste premier sinds mensenheugenis die echt welsprekend is. Was  Lubbers zalvend, Kok zuur, en Balkendende droog, Rutte is een verademing voor journalisten. Hij beantwoordt vragen en als hij dat niet kan, zegt hij dat gewoon. Hij is grappig en adrem, direct en goed ingevoerd. Toch blijft ook van zijn woorden niet veel hangen. We moesten allemaal een auto kopen om de crisis te verhelpen. Onhandig, riepen de commentatoren. Rutte zou te veel lachen of ons juist de put in praten. Hij had eerst geen visie, Visie vond hij vies en gevaarlijk, meer voor collega's als Hitler en Stalin. Maar dit voorjaar hield hij opeens toch een preek over de "dikke ik". De man is populair, maar blijft ook mysterieus. Wat gaat er schuil achter de brede lach en vlotte babbel?
   Persoonlijk ben ik best bereid te geloven in dat beeld van de eeuwig studentikoze links liberaal met het hart op de goede plaats, die alleen zo nu en dan met wat harde taal extreem rechts moet afstoppen. Politiek heeft hij het nodige bereikt dankzij een knap spel met wisselende meerderheden. Een echte visie ontbreekt inderdaad, maar die hadden zijn voorgangers ook niet.
    Rutte staat eigenlijk in een lange traditie van atypische liberale leiders. Hij combineert de charme van de goedlachse Dijkstal en Zalm met het intellectuele overwicht van Bolkesteijn en Voorhoeve. Geen van deze leiders was representatief voor de achterban van "hardwerkende Nederlanders", die het afgelopen jaar steeds maar weer op een vervelende manier in het nieuws kwam. Bonnetjes die zoek waren, dure flessen wijn, foute aannemers, fraude en corruptie. Is de VVD een sjoemelend old boys netwerk van dikke ikken dat steeds maar het enige fatsoenlijke lid  naar voren schuift
als leider? Net zoals motor clubs dat doen? Is Rutte de roverhoofdman die zelf niet declareert? In dat geval zou zijn eeuwige lach er vooral éen van verlegenheid kunnen zijn. Hij kan er ook niets aan doen wat zijn partijleden achter zijn rug allemaal nu weer uitvreten.



Mei 2015  - En dan ligt er opeens een lijk op je stoep.... Het is kwart over twaalf 's nachts. Je bent net terug komen lopen vanaf het Museumplein, waar je een licht sculptuur hebt bewonderd. Je smeert een boterham in de keuken en hoort zeven, acht knallen vanaf het kruispunt, vijftig meter verderop. Het klinkt als hard vuurwerk, maar je twijfelt. Je luistert nog eens goed, maar hoort niets meer. Geen geschreeuw, geen  scheurende autobanden of sirenes. Loos alarm. Je eet je boterham op en ziet dan knipperlichten door het matglas van de voordeur. Je opent de deur: De straat is in tien minuten veranderd in een crime scene.
   Vier politiewagens en een ambulance. De calamiteitencontainer komt aanrijden. Een helicopter cirkelt over de buurt. Overal agenten die de straat afzetten en met zaklantaarns zoeken naar patronen.
    Iemand van de Village Lounge staat te praten met een agent. "Mijn klanten zijn helemaal in shock over wat ze gezien hebben", zegt hij: "Wanneer halen jullie het lichaam weg?" De lounge staat slecht bekend in de straat. Je kunt er tapas en waterpijpen consumeren staat er op de geblindeerde ramen, maar de meeste klanten lijken voor andere zaken te komen. Elke avond staat de stoep vol met dure scooters. De politie hing vorige week zonder toelichting een camera aan de overkant, maar dat heeft niet geholpen. Wel hebben we nu beelden van de vluchtende verdachten.
    De volgende ochtend zijn de agenten nog steeds bezig met onderzoek. De schutters kwamen waarschijnlijk naar de lounge om met iemand anders af te rekenen. Maar die was al weg. Toen ze met hun wapens onverichterzake naar buiten liepen, stond het slachtoffer daar in een auto te wachten voor het stoplicht. 
Deze toevallige passant is toevallig ook een bekende van de politie. Een raar verhaal, vindt de politie zelf ook. De verdachten zijn op een scooter gevlucht in de richting van De Hallen.
    De Hallen zijn een baken in de buurt, die officieel zelfs wordt omgedoopt tot "Hallenkwartier". Het hipster uitgaanscentrum serveert ook tapas, maar trekt natuurlijk een heel ander publiek.
Ook jong en ambitieus, maar in een andere loopbaan.
   Vorige maand werden de daders van een vorige wild west afrekening in de Staatsliedenbuurt veroordeeld tot levenslang. Ook dit lijkt een typische afrekening van de  "Mocro Mafia": roekeloos en rommelig.
    Vorig jaar viel er een dode bij een steekpartij bij een juwelier iets verder in de straat. Die zaak is nooit meer open gegaan. Ook de Village lounge zal nu wel sluiten en de buurt wordt weer rustig, zo hoopt iedereen.
    Ik voel me niet onveiliger dan gisteren. Ik vind het wel jammer dat ik niets kan doen met mijn journalistieke opwinding. Ik werk een dag achter afzet linten en zwarte schermen. Ik wordt gebeld door RTL maar heb niets gezien. Het nieuws ligt op straat onder een wit tentje, maar ik kan er vandaag helemaal niets mee, behalve het hier opschrijven.
      
April 2015 - Deze koningsdag maar eens de andere kant uitgelopen, weg van het overvolle, oranje gekleurde centrum, maar juist richting Amsterdam west. Ook op het anders zo desolate Plein 40-45, ver buiten de ring, is het volop vrijmarkt. Hoofddoeken en bontkraagjes zitten er tussen hun afdankertjes, net zoals in de rest van Nederland. Potten en pannen, speelgoed, hier en daar wat oranje. Prima geintegreerd dus, zou je zeggen.
   Misschien is er ook een andere verklaring voor het omarmen van deze 'Hollandse' traditie: Want in Marokko en Turkije is het eigenlijk elke dag vrijmarkt. Iedereen verkoopt er wat hij kwijt wil. De smalle steegjes van de bazaars en soukhs zijn bezaaid met koopwaar. 
   Een vrijmarkt is een voorbeeld van informele, 'grijze' economie. Bij ons beperkt tot die ene dag per jaar, in veel ontwikkelingslanden een wezenlijke bron van inkomen. Het is het type bedrijvigheid dat europese politici graag verdacht maken als zwartwerk, mensenhandel en moderne slavernij. Toch zou onze luchtbellen economie nog kwestbaarder zijn zonder een stevige, deels grijze basis. Landbouw, horeca, de bouw: hele sectoren kunnen niet zonder illegale arbeidsmigranten.
    Meer dan de helft van  de migranten die met gammele bootjes Europa proberen te enteren, komen hier om te werken. Ze investeren duizenden euro's familiekapitaal om hier misschien een paar tientjes per dag te kunnen verdienen. Dat is triest. Maar het is nog veel triester dat ze zelfs dat niet wordt gegund door de politiek.
    Afgelopen week werden -na de zoveelste bootramp- de muren van het fort Europa nog wat verder opgehoogd, om nog meer vluchtelingen tegen te houden. Tegelijkertijd werd afgesproken meer schepen te laten patrouilleren om de mensen uit het water te vissen. Zo schizofreen is het Europese asiel beleid. Het resultaat is een mens onterende zieligheidsindustrie die jaarlijks duizenden slachtoffers maakt. 
    Zou het niet veel beter zijn om te erkennen dat er een vraag is naar goedkope arbeidskrachten? Schoonmakers, tomatenplukkers en software programmeurs. Zet een normaal immigratiesysteem op voor deze mensen, met normale visa procedures bij europese ambassades over de hele wereld. Met quota en loterijen naar Amerikaans voorbeeld. Zodat de migrant die een visum heeft weten te bemachtigen, gewoon met het vliegtuig of de auto naar Europa kan komen. Voor eigen rekening en risico. Er is niets mis met gelukszoekers. En als we ze de ruimte geven, leveren ze zelfs een bijdrage aan onze welvaart. 
Maart 2015 - Drie jaar geleden ging er een gerucht door de somalische gemeenschap in Nederland. Een Somalische Nederlander zou zijn gesneuveld als strijder van Al Shabaab, de somalische Taliban. Ik hoorde het verhaal tijdens de research voor Nomaden en Piraten, een docu-serie over Somaliers in Nederland. Een van de afleveringen moest gaan over radicalisering, en dus probeerde ik bewijzen te vinden voor het gerucht.
   De man bleek Ahmed Abdisalaan te heten en hij woonde jaren lang in Amsterdam. Vrienden van vroeger beschreven hem als een vrolijke gangmaker, actief binnen de gemeenschap, erg gelovig maar ook open naar andersdenkenden. Hij zocht altijd de discussie over religieuze zaken.
    Zoals veel nederlandse Somaliers verhuisde Ahmed met zijn gezin naar Engeland, dat toleranter heet te zijn ten opzichte van moslims. Nog weer later keerde hij terug naar Somalie, en nog een paar jaar later was er opeens dus dat gerucht.

Een van zijn oude vrienden zocht op mijn verzoek contact met de nabestaanden in Engeland. En die bevestigden het verhaal. Ahmed was dodelijk geraakt bij een veldslag tussen Al Shabaab en de regeringstroepen. Zijn rol was onduidelijk, maar het lag voor de hand dat hij had mee gevochten aan de kant van Al Shabaab.
    Zijn familie vroeg ons toen ook om het verhaal niet naar buiten te brengen. Het gezin van Ahmed zat nog in door Al Shabaab gecontroleerd gebied. De familie probeerde zijn vrouw en kinderen weer naar Engeland te halen, en publiciteit zou gevaarlijk voor hen kunnen zijn.
    We besloten het verhaal inderdaad niet mee te nemen in de documentaire serie, vooral omdat er te weinig informatie beschikbaar was. Ahmed bleef een schimmig figuur. Niemand kon of wilde vertellen hoe en waarom hij uiteindelijk bij Al Shabaab was geeindigd.
    En nu, bijna drie jaar later, blaast een vrouw zich op in hotel Central in Mogadishu. Het nieuws ging 20 februari jl de wereld over, en binnen een dag was ook al duidelijk dat de vrouw, Lula Ahmed Dahir, een Nederlands paspoort had. Somalische media en bloggers melden dat ze zou zijn opgegroeid in Amersfoort en al zes jaar in hotel Central zou werken als receptioniste. Het hotel was populair als ontmoetingsplek voor politici en onder de tientallen doden zijn twee parlementsleden en een loco-burgemeester.
    Nu blijkt Lula de weduwe van Ahmed te zijn, de vrouw die haar familie drie jaar geleden nog hoopte te kunnen redden. Dankzij het kalifaat zijn dit soort verhalen inmiddels helaas een stuk gewoner geworden. Lula is niet de eerste Nederlandse zelfmoord terrorist. En ook dit verhaal is incompleet en onbevredigend. We zullen waarschijnlijk nooit te weten komen wat Ahmed en Lula  dreef tot oorlog en massamoord. Had het uitgemaakt als we de spaarzame details drie jaar geleden wel gepubliceerd hadden? Ik denk het niet, maar mijn bron, de vroegere vriend van Ahmed en Lula, ligt er wakker van.
1 Februari 2015 - Vandaag werd de laatste aflevering van Zwart wit uitgezonden. De serie uit december 2013 is nu herhaald en aangevuld met anderhalve nieuwe aflevering.
    Helaas werd de meest beladen aflevering niet herhaald: die over PVV-ideoloog en serie verkrachter Zoka van A.. Bij de eerste uitzending dreigde de islam-criticus/kinderporno producent met rechtszaken. Een scene moest onder druk onherkenbaar gemaakt worden. Bij de herhaling van de reeks wilde NPO "die arme man niet nog eens lastig vallen". Gelukkig staat de gewraakte aflevering nog wel online.
    Er kwam een nieuwe aflevering voor in de plaats, over de aanslag op Aad Kosto uit 1991. Het huis van de toenmalige staatssecretaris werd opgeblazen door Rara, maar de daders werden nooit gepakt. Ik begon met de research, na een interessante tip van Kosto zelf. Hij vertelde dat  er in de dagen voor de aanslag verdachte "verkenners" bij zijn huis in het dorp Grootschermer waren geidentificeerd. Dat had hij destijds van een politiechef vernomen. Het leek me interessant om uit te zoeken, omdat Rara tot nu toe een mysterie is gebleven.
      Justitie was bereid om na zoveel jaar inzage in het dossier te geven, en ik besloot daarom geen WOB verzoek te doen. Je hebt -in theorie althans- meer aan vrijwillige medewerking dan aan afgedwongen openheid. Maar helaas duurde het op deze manier allemaal wel veel langer en bleek pas na een half jaar dat het hele politie dossier was vernietigd.
      Nogal wat mensen, zeker ook uit het voormalig krakersmilieu, vermoeden een doofpot, maar dat lijkt me een overschatting. De informatiehuishouding
over lopende zaken is bij justitie al belabberd, dus de archieven zullen wel helemaal een puinhoop zijn. Overheids-archieven worden nogal eens verwerkt door mensen van de sociale werkplaats. Die zullen conform de regels ook dit grootste politieonderzoek ooit routineus door de papierversnipperaar hebben gehaald.
   Justitie heeft deze aanslag op haar eigen apparaat nooit weten op te lossen. Maar nog pijnlijker is dat je gedachtenloos een belangrijk stuk van je eigen geschiedenis hebt uitgewist. Institutionele alzheimer.
    Gelukkig waren er nog politiemensen en een oud BVD-medewerker bereid om over het onderzoek te vertellen. Er dook een BVD tape op met observatie beelden van allemaal toenmalige Rara-verdachten over wie we nooit meer gehoord hebben. Maar politieteamleider Hans Muller maakte gehakt van die BVD-informatie. Die was flinterdun. De politie kon er helemaal niets mee.
     Al met al heb ik het mysterie Rara niet op kunnen lossen, maar is het toch een aardig verhaal geworden, met een actuele strekking. Nog steeds loopt het vaak fout tussen politie en AIVD bij het bestrijden van de terroristen van vandaag.

De serie Zwart Wit is geboren uit mijn verbazing over de opkomst van Fortuyn en later Wilders. De Nederlandse politiek veranderde van de ene dag op de andere en is nooit meer de oude geworden. Inmiddels zijn we gewend geraakt aan PVV retoriek, maar in 2001 was dat nog ongehoord.
   Maar de serie maakt duidelijk dat Fortuyn niet uit het niets kwam. In de jaren negentig werd het integratiedebat al volop gevoerd, ook al werd dat vaak genegeerd door de oude partijen. Fortuyn en Wilders vertegenwoordigen ongeveer 15% van het electoraat. Dat zijn heel veel mensen, die nu een politieke stem hebben gekregen.
   Ik vond het bijzonder om de serie af te kunnen sluiten met de vertegenwoordigers van een andere vergeten groep kiezers. Kuzu 
en Ozturk werden in november uit de PvdA gezet, en presenteerden in de laatste uitzending van Zwart Wit hun nieuwe beweging Denk. Zij staan voor een grote groep (vooral allochtone) kiezers die zich al jaren ergert aan de verrechtsing van de meeste politieke partijen en van de media. Wilders zet de toon, en Denk wil daar tegenin gaan.  Ze scoren heel goed op sociale media, dus er lijkt behoefte te zijn aan zo'n partij. Als ze het spel goed spelen, hebben ze misschien een toekomst op het Binnenhof.
 
18 Januari 2015 - De daders in Parijs blijken in de gevangenis te zijn geronseld door een oude bekende: Djamel Beghal, een Franse Algerijn en al sinds 2001 een Al Qaida kopstuk.
    Op 13 september 2001, twee dagen na de aanslagen in Amerika, werd in Rotterdam en Brussel een terreurnetwerk opgerold. Hoofdverdachte was Nizar Trabelsi, een aan lager wal geraakte profvoetballer. Samen met twee tot de islam bekeerde Franse broers zou hij de Amerikaanse ambassade in Parijs hebben willen opblazen. Ook deze terreurcel was opgezet door Beghal.
    Ik maakte destijds samen met een collega een aantal reportages over deze in Nederland vrij onbekende zaak. We spraken met de voormalige trainer van Trabelsi, die de voetballer langzaam had zien afglijden in een wereld van drank, drugs en kleine criminaliteit. Ook de Franse bekeerlingen bleken zo'n triest verhaal te hebben. Slagerszone
n uit een klein dorp in de buurt van Geneve, verslaafd geraakt na de scheiding van hun ouders en door ronselaar Beghal van de drugs afgeholpen. De verhalen van toen lijken op die van de broers Kouachi, Coulibaly en zoveel andere terroristen: kansarm, labiel en soms zelfs zwakbegaafd, voor het karretje gespannen van gewetenloze types als Beghal. Ze hebben niets te verliezen en denken het paradijs te kunnen winnen.
     "Niet alle moslims zijn terrorist, maar wel bijna alle terroristen zijn moslim", zei Wilders afgelopen week. Maar is dit soort gestoorde randfiguren, dit kanonnenvoer voor de heilige oorlog wel moslim? Veel gewone moslims vinden van niet. Ook het kalifaat van IS wordt door moslims over de hele wereld totaal niet serieus genomen. Alleen niet-moslims zien het als een uiting van de Islam. De vraag is wie er het meeste belang bij heeft om dat misverstand op te helderen.  
     
Ondertussen is het een gerust stellende gedachte dat de terroristen in Parijs en Brussel toch niet op eigen houtje opereren. Zolang er organisaties als Al Qaida en IS achterzitten, hebben veiligheidsdiensten een kans om aanslagen te voorkomen. Het is wel triest dat dat in Parijs niet is gelukt, terwijl zowel de uitvoerders als de opdrachtgever Beghal meer dan tien jaar in de gaten werden gehouden.

10 januari 2015 - Het begin van dit nieuwe jaar werpt ons opeens tien jaar terug ln de tijd, met gruwelijke beelden, indrukwekkende herdenkingen en lange discussies over de vrijheid van meningsuiting. Iedereen is geschokt door de beestachtige manier waarop tien cartoonisten en twee politiemannen zijn vermoord. Ik kende het blad niet, maar ik hou van satire en spotprenten.
   Ik stond de dag na de aanslag in Parijs dus op het Plein in Den Haag, tussen spandoeken met de leus "Je suis Charlie". Ik stond daar zelf zonder spandoek. In Parijs zijn tien collega's vermoord, maar dat maakt van mij nog geen Charlie Hebdo. De vrijheid van meningsuiting moet verdedigd worden, maar ik heb zelf nooit de behoefte gevoeld om de profeet Mohammed te beledigen. Ik zou het niet durven, maar ik vind het ook niet zinvol. Je kunt heel goed de islam bekritiseren en over allerlei sociale problemen praten, met respect voor elkaars heilige huisjes. Het is aan moslims om hun eigen religie te moderniseren en te relativeren.
   Ik stond er zelf te demonstreren in een oud t-shirt dat ik ooit in Jeruzalem kocht van een palestijnse souvenir-verkoper. "Peace, shaloom, salaam" staat erop in bijna uitgewassen letters. Het shirt uit de tijd van Rabin is al jaren genant geworden en ik heb het lang niet gedragen. Maar gisteren dus wel.

Vrede is helaas ver weg, in het midden oosten en misschien ook wel een beetje hier. Er zijn de afgelopen maanden meer van dit soort aanslagen geweest en er zullen er ongetwijfeld nog meer komen. Beveiligen kan amper tegen zelfmoordterroristen met automatische wapens.
    Het is extra pijnlijk dat deze generatie terroristen van eigen bodem lijkt te komen. Kwamen de meeste Al Qaida kapers nog uit het midden oosten of waren ze getraind in Afghanistan, nu gaat het om goed geintegreerde moslims die op eigen houtje lijken te opereren en te radicaliseren. Iedereen kan een mes of pistool kopen en een doelwit aanvallen. Er zijn meer dan 150 Nederlandse jongeren afgereisd naar Syrie. Waarom zouden er niet net zoveel rondlopen met plannen voor een aanslag in Nederland?
   Moslims zouden er goed aan doen om veel duidelijker afstand te nemen van de radicale islam. Voor hen is het verschil vanzelfsprekend, maar er is zoveel aandacht in de media voor IS en de jihadisten, dat je de zwijgende, vreedzame moslim meerderheid bijna zou vergeten. Die meerderheid heeft er alle belang bij om zich te laten horen en zien. Het imago van hun religie wordt met elke aanslag -in Europa, Irak, Nigeria of waar dan ook- verder bedoezeld. Het beestachtige kalifaat is toch een veel grotere belediging voor hun geloof dan een paar spotprenten?
   Op een of andere manier komt de situatie me ernstiger voor dan tien jaar geleden, misschien omdat het geweld banaler en brutaler is geworden. Toch zijn dit soort aanslagen, hoe gruwelijk ook, niet meer dan speldeprikjes, die onze cultuur van vrijheid moeiteloos zal doorstaan.

December 2014 - Het sinterklaasjournaal bracht dit jaar echt grotemensennieuws: de doorbraak in de verhitte pietendiscussie. Een echt Hollands compromis waarbij Piet de komende jaren steeds meer van kleur zal verschieten. Over vijf jaar moet een nieuwe generatie gelovigen vertrouwd zijn met het schoorsteen-model: Een witte, gele of bruine piet met een paar roetvegen over zijn gezicht.
  Ik heb de pietendiscussie nooit goed begrepen, omdat zwarte piet in mijn beleving nooit een negatieve figuur is geweest. Geen slaaf of boeman, maar een grappige, vrolijke rechterhand van de sint. Wat is daar mis mee? Er zijn slechtere rolmodellen denkbaar.
  Ik groeide als kind samen met met broertje en zusjes op in een verder volledig witte omgeving. Het hele dorp en alle kinderen op school waren wit. Zwarte piet bracht daar  een paar weken per jaar verandering in. Hij draaide de zaken even om. Zwart was cool. Zwart was lachen! Laatst vond ik wat foto's terug van mijzelf, verkleed als zwarte piet. Dat deed ik ieder jaar, overigens zonder mijn gezicht te schminken. Ik was dus als bruine piet eigenlijk mijn tijd ver vooruit.
   Maar ik snap de mensen wel die willen vasthouden aan zwarte piet. Het is gevaarlijk om toe te geven aan de ingebeelde grieven van een kleine minderheid. Negerzoenen. Jodenkoeken. Wat is het volgende? Moeten we weer terug naar de angstvallige politieke correctheid van de jaren negentig? Dat lijkt me geen goed idee.
   De onvrede bij sommige Surinamers en Antillianen heeft volgens mij trouwens meer te maken met hun eigen vooroordelen dan met de slavernij. Veel nazaten van de slaven hebben nooit afstand genomen van de koloniale maatstaven van vroeger. . Een lichtere huid heeft voor hen meer status en "zwart" ervaren ze als een scheldwoord. Niet voor niets begon Quincy Gario met zijn actie nadat zijn moeder door een collega een keer "zwarte piet" was genoemd.
   "Black is beautiful?" Het is volledig aan hen voorbijgegaan. De slavernij zit helaas nog steeds in sommige hoofden en misschien zouden ze daar eens over moeten discussieren. 

Maar goed, na de verhitte discussie van de afgelopen jaren heeft zwarte piet voor mij alsnog zijn onschuld verloren. Zwarte piet is een symbool van extreem rechts geworden. De bedreigingen en het onversneden racisme uit die hoek hebben hem de das om gedaan. Ik vind het dus prima dat het feest wordt aangepast. Want inderdaad, de kleur
doet er niet toe.

November 2014 - Bijna iedereen kent wel iemand die gelooft in ufo's, graancirkels of bizarre complotten. Ik ben al een tijdje gefascineerd door dit soort mensen, dat elkaar tegenwoordig vindt op internet en een mondiale onderstroom is gaan vormen. Ik maakte deze maand een portret van een van de bekendste complot denkers van Nederland, Johan Oldenkamp. Een gepromoveerd wetenschapper die bij zijn volle verstand beweert dat de wereld achter de schermen wordt geregeerd door buitenaardse reptielen, dat kanker vanzelf overgaat als je het niet behandelt en dat de zwaartekracht niet bestaat.
   Mensen zoals Oldenkamp zijn zeer kritisch over alle gangbare opvattingen, maar omarmen blindelings allerlei alternatieve, occulte of zelfs subversieve theorieen. Die worden dan ook nog eens door elkaar gehusseld tot een holistisch allegaartje waar de honden geen brood van lusten. Veganisme, tarot kaarten, holocaust ontkenning, pedo netwerken, kristallen, kabouters, Atlantis, sympatie voor schurken als Poetin en Assad, alles loopt door elkaar heen. Iedereen stelt zijn persoonlijke mythologie samen uit een lange traditie van al dan niet gevaarlijke hersenschimmen.

Het is altijd interessant om te weten waarom mensen in dit soort waanzin gaan geloven. Vaak heeft het met teleurstelling te maken. Iets of iemand heeft hun vertrouwen in de wereld gebroken. Bedrogen door een geliefde, een mislukte loopbaan. Ze voelen zich buitengesloten door het systeem, en dan is het een schrale troost dat je nog sltijd het systeem daarvan de schuld kunt geven.
    Maar er is ook een diepere oorzaak. Het wantrouwen tegen instituties is normaal geworden. Schandalen volgen elkaar in hoog tempo op. Corrupte bestuurders, sjoemelende bankiers, dronken chirurgen en niet te vergeten NSA en het wereldwijde afluisteren. Dagelijks wordt onze achterdocht gevoed. Wie heeft nog het idee dat de overheid van ons allemaal is? Zelfs ambtenaren geven erop af. Die massale onvrede lijkt mij onhoudbaar. Het systeem is aan vernieuwing toe.
    Dat er meer schandalen zijn komt natuurlijk ook omdat er meer media zijn, die feller met elkaar concurreren. Zo is er een informatieovervloed ontstaan, die niemand meer kan bijhouden. Alle kennis is online beschikbaar en dat zou moeten leiden tot goed geinformeerde burgers. Maar van de weeromstuit vluchten sommige mensen juist weg in overzichtelijke, oude mythes.

Oktober 2014 - Ik woon en werk al weer een half jaar aan de De Clercqstraat, en een tijdje terug vroeg ik me af wie De Clercq eigenlijk was. De omliggende straten zijn vernoemd naar negentiende eeuwse schrijvers, zoals Bilderdijk, Da Costa en Tollens. Grote namen toen deze buurt gebouwd werd, maar inmiddels al lang vergeten. Bij mij als neerlandicus doen die dominees-dichters nog wel een belletje rinkelen, maar van Willem de Clercq had ik nog nooit gehoord. Gelukkig staat hij wel op wikipedia. Hij was in het dagelijks leven Amsterdams graanhandelaar en publiceerde de eerste literatuurgeschiedenis van Nederland. Daarnaast schreef hij dagboeken.
  Maar waarom een brede doorgaande weg vernoemd naar een ook in zijn eigen tijd wat secundaire schrijver? Lag hier een literaire sensatie op herontdekking te wachten? Via het onvolprezen boekwinkeltjes.nl bestelde ik een van zijn antieke titels, die waarschijnlijk de laatste honderdvijftig jaar door niemand zijn gelezen.

Met een lichte opwinding sloeg ik het oude boek open: Per Karos naar st. Petersburg is het reisverslag uit 1826 vande jonge De Clercq. Na de napoleontische tijd werd de aspirant graanhandelaar naar het oosten gestuurd, om de handelscontacten te herstellen.
    Het boek geeft een leuk beeld van hoe zo'n reis door het negentiende eeuwse europa verliep. In postkoetsen en droshka's over onverharde wegen en door donkere oerbossen. Hotels en herbergen zijn er wel, maar de kwaliteit is wisselend. Het grootste deel van de reis, door Duitsland en Pruisen, kan De Clercq zich nog verstaanbaar maken. Maar dan staat hij voor de slagboom aan de grens met Rusland en is alles anders.

De Clercq heeft een tweeslachtige houding ten opzichte van de Russische beer, die actueel aandoet. Aan de ene kant gold Rusland ook toen als een bevriende natie. Tsaar Peter de Grote had ruim een eeuw daarvoor zijn opleiding in Nederland genoten, en prins Willem II was getrouwd met een russische prinses. Maar tegelijkertijd was er ook toen veel wantrouwen.
    Zo bezoekt De Clercq de beroemde Kazanse kerk in Petersburg. Daar hangen tussen de vaandels van overwonnen vijanden ook de sleutels van verschillende steden: "Hier als veroverd aangemerkt, doch daaronder vele herkend van Hollandse steden waar de Russen als vrienden binnengelaten werden."
    De Clercq vindt de stad prachtig, maar volgens hem blijven de Russen in wezen primitieve barbaren. "Alles is hier uiterlijk, alles schijn. Men wenst geen Europese beschaving. Men wil dezelve alleen tonen te bezitten'', verzucht hij als hij in een bibliotheek de boeken niet eens uit de kast mag pakken.
   Rusland is bezig met een inhaalslag. In Petersburg ziet De Clercq al fabrieken met "damp machines" en stoomboten, waar Nederland nog niet aan toe is. Maar tegelijkertijd blijft het een feodaal land waar de arme lijfeigenen hun vrije tijd verdelen "tussen zuipen en slapen"
   Bang was De Clercq niet voor de opkomende grootmacht. "Europa heeft niets van Rusland te duchten. Burgelijke oorlogen zullen misschien ontstaan, of afgelegen satrapen hunne onafhankelijkheid zoeken te verkrijgen. Maar zeker verschijnt eens het ogenblik der ontbinding, waarin dit rijk in de chaos der verwarring zal verzinken, en het overige gedeelte der wereld voor altoos van de vrees voor deszelfs overheersing zal bevrijd worden."
   Bijna twee eeuwen later en 25 jaar na de val van de muur, moet je constateren dat de angst voor overheersing weer terug is. Poetin bouwt als moderne tsaar opnieuw aan de expansie van zijn rijk. De meeste russen lijken weinig interesse te hebben in democratie en laten zich maar wat voorliegen over "onze" MH17. Er is weinig vooruitgang geweest in twee eeuwen, en dat stemt treurig. Maar net als Willem de Clercq blijven we er -als het even kan- handel mee drijven.


Archief