Balkjes en
splinters.
De Belastingrechter erkent nu ook discriminatie door de
Belastingdienst.(oktober 2023)
Verongelijkt zat de fiscus de afgelopen weken in het
verdachtenbankje van de enquettecommissie en beantwoordde vragen van kamerleden
die doorgaans zijn belastingwetten vertroebelen met amendementen en uitzonderingsgevallen.
In afwachting van het zoveelste onderzoeksrapport blijft hij met een balkje
voor - en een grotere balk in zijn ogen zoeken
naar splinters bij de belastingplichtigen. De op basis van - deels etnische
- risicoprofielen samengestelde Fraude Signalseringsvoorziening (FSV) mag hij
daarbij sinds 2020 niet meer gebruiken. Een nieuwe versie, de Tijdelijke Signaleringsvoorziening
is ook afgekeurd door de Autoriteit Persoonsgegevens. Voorlopig heeft de fiscus
zijn handen vol aan lopende bezwaren en beroepen van de kwart miljoen burgers
die op de oude zwarte lijst staan. Toeslagenouders, maar ook mensen die door zorg-
of studiekosten, giften of omzetbelasting, en dat dan vaak in combinatie met
een dubbele nationaliteit, op de fraudelijst terecht kwamen. Ze kregen een
excuusbrief en kunnen €375 compensatie krijgen, maar de navorderingen blijven
gewoon geïnd worden.
Touria Khidous en Najat Idrissi
van het Rotterdamse Actis Advocaten staan een aantal gedupeerden bij, maar de praktijk
is weerbarstig. ‘De Hoge Raad heeft de lat erg hoog gelegd’, zegt Khidous, ‘dat
je op de zwarte lijst staat, wil niet zeggen dat je gediscrimineerd bent. Dat
moet je als eiser goed motiveren. Dat was tot nu toe nog niemand gelukt.’ Waar het kabinet vorig
jaar institutioneel racisme toegaf en de Raad van State gehakt maakte van de eigen
Toeslagen-jurisprudentie, lijken de Belastingkamers gewoon op de oude voet door
te willen. Duizenden FSV gedupeerden zagen hun beroepen ongegrond verklaard.
Dubbele nationaliteit, aftrekposten aannemelijk onderbouwd, geen zweem van
fraude, maar toch vangen ze bot bij de rechter. ‘Individuele discriminatie
is altijd moeilijk te bewijzen’, zegt Khidous, ‘terwijl het FSV systeem en de gebruikte
algoritmes het in veel gevalllen wel aannemelijk maken. Daarom zijn we ook zo
blij met de unieke uitspraak die we in augustus kregen.’ Aanleiding vormde een
gift van een donateur aan de roemruchte Haagse As Soennah moskee. Tijdens het ‘derden-onderzoek’
vond de inspecteur dat de boekhouding van de stichting ‘niet al te zorgvuldig
is bijgehouden’. Het moskeebestuur reageert niet tijdig op het conceptrapport
en dus werd de ANBI status in 2018 met terugwerkende kracht ingetrokken.
‘Voor de moskee deden we
uitvoerig onderzoek’, zegt Khidous, ‘door het Toeslagenschandaal zijn er veel
interne stukken vrijgegeven van het CAF-team, dat behalve kinderopvangcentra
ook Islamitische instellingen profileerde. Nadat wat oplichters betrapt waren
met valse moskeekwitanties, kregen alle moskeeën een rood vlaggetje van het
algoritme, zo bleek. Met de interne beleidsdocumenten konden we aantonen dat
onze cliënt vanwege de religieuze achtergrond was geselecteerd voor controle. Onze
cliënt krijgt van de rechtbank de ANBI status terug.’ (ECLI:NL:RBDHA:2023:11856 De procedure nam
jaren
in beslag en Khidous vindt het jammer dat de tegenpartij niet met een verweer
kwam. ‘De Rechtbank gaf de belastingdienst opdracht openheid van zaken te geven. Maar ze hebben
geen stukken ingediend. Waarom niet? Liggen er nog meer lijken in de kast?’
Ze hoopt dat ze met dit precedent ook andere cliënten
kan helpen. ‘Het gaat vaak om kleinere bedragen dan bij kinderopvangtoeslag.
Maar ik vind het een principiële kwestie, dat je wordt geselecteerd op basis
van nationaliteit of geloof.’ Alleen zal het bewijs daarvan moeilijk blijven.
Voor deze zaak konden ze putten uit wob-stukken, voor particuliere cliënten
hebben ze persoonsdossiers nodig. ‘De Belastingdienst is verplicht om alle
stukken in te brengen, maar kan dat naar eigen inzicht invullen. Het is niet transparant.
Niemand controleert of het compleet is. Werkt het rechtssysteem dan wel in dit
soort zaken? Dat
vind ik zorgwekkend.´
|
SyRI 2.0 speurt naar ‘verwonderadressen’.
Gemeenten
blijven knutselen aan algoritmes. Hoe controleer je een influencer in de bijstand? (juni 2023)
’Het gevaar
van kunstmatige inteliigemtie is niet dat machines steeds meer als mensen gaan
denken, maar dat mensen steeds meer als machines gaan denken’,
waarschuwde ICT-wetenschapper Joseph Weizenbaum ooit. Op korte termijn vinden overheidsinstellingen
het wel makkelijk dat de ambtenaar zijn taak routinematig uitvoert, als een verlengstuk
van het softwarepakket. Maar sinds het Toeslagenschandaal worden
algoritmes overal kritisch tegen het licht gehouden. Dat was in ieder geval de
bedoeling. Zo trok de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) haar handen af van
de FraudeScorekaart, een algoritme dat sinds 2003 bijstandsgerechtigden in 160
gemeenten profileerde op basis van deels onduidelijke en deels etnische criteria.
Zeventien jaar fraudejacht heeft opmerkelijk genoeg maar tot één vermelding in
een gepubliceerde uitspraak geleid, Al in 2011, toen de ellende bij de
Belastingdienst nog moest beginnen, kreeg advocaat Marcel Mes uit Hoorn gelijk
van de Centrale Raad van Beroep. Zijn cliënte had nooit op basis van een onduidelijk
algoritme een huisbezoek mogen krijgen en haar bijstand had niet mogen worden
afgewezen. Het algoritme vond het verdacht dat ze met zeven andereren stond
ingeschreven op hetzelfde adres. Maar ze huurde een kamer bij een gezin met
vier kinderen.
‘Die profielen bleef ik de jaren daarna steeds tegenkomen
’, zegt Mes, ‘Kamerverhuur. Alleenstaande ouders. Per definitie verdacht. Sociale
rechercheurs gaan op zoek naar verzwegen relaties.’ Sinds 2020 ziet hij wel een
omslag. ‘Er komt een nieuwe Participatiewet,
met meer ruimte voor de menselijke maat. Het doenvermogen wordt meer aan de
mensen zelf overgelaten, de terugvordering wordt beperkt. Er komt weer ruimte
voor een waarschuwing. En daar wordt al op geanticipeerd.’
Maar het wetsvoorstel zegt niets over de inzet van AI.
Onderzoeksjournalisten van Lighthouse Reports betrapten zeker vijf gemeenten die
nog altijd met de Fraudescorekaart werkten. En via de Wet Open Overheid kregen
ze ook voor het eerst een nieuw, zelflerend algoritme in handen, dat gebruikt
wordt in Rotterdam en andere gemeenten. Op basis van tientallen datapunten
profileert dit algoritme weer alleenstaand moeders en mensen met een slechte
beheersing van de Nederlandse taal.
In het officiële algoritmeregister van de overheid staan
applicaties die bijstandsaanvragen beoordelen, mensen aan het werk moeten
helpen en ook een fraudealgoritme.
Overigens is het register verre van volledig. Alleen Amsterdam, Den Haag en
Utrecht hebben iets ingevuld.
Bij een meldpunt van FNV kwamen ruim 150 klachten
binnen van bijstandsgerechtigden. Ze voelen zich onterecht en onheus gecontroleerd
door zogenaamde interventieteams, waarschijnlijk op basis van een risiciprofiel.
De SyRI-coalitie van FNV en andere
maatschappelijke organisaties, maakt zich grote zorgen over uitwisseling van
data en profielen in de Landelijke Stuurgroep Interventieteams. In 2020 liet de
groep het experimentele SyRI-algoritme door de rechter verbieden, nu verzamelt men
munitie voor een nieuwe rechtzaak. Zo bestempelen in kaart gebrachte algoritmes
alle werkloze kappers of bouwvakkers als verdacht. Ook door postcode, achternaam
of het bezit van hond of aanhangwagen kun je op een lijst met ‘verwonderadressen’
belanden. Dan krijg je huisbezoek van zo’n interventieteam, waarin de gemeente samenwerkt
met Belastingdienst, OM en IND. Doel van de aanpak is niet alleen
fraudebestrijding, reageert de VNG, maar ook preventie en bemoeizorg.
Marcel Mes signaleert juist minder huisbezoeken. ‘Rechercheurs
doen hun werk steeds meer online. Post een bijstandsgerechrigde foto’s van een
niet gemelde vakantie? Misschien zelfs samen met een nieuwe liefde? En
bijverdiensten via crypto, online gokken of als influencer. Zo werd de uikering
stopgezet van mijn vloggende cliënte met wereldwijd 200.000 volgers. Daar zal
ze wel geld mee verdienen, stelt de dienst Werk en Inkomen. Maar zij ontkent
dat. ’
|
Maatwerk lukt niet
meer.
Frustratie op de werkvloer van de UHT (april 2023).
’Ik heb een hekel gekregen aan toeslagenouders’, zegt een gefrustreerde medewerker
van de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT). De aversie is niet
persoonlijk, want hij heeft geen contact met de gedupeerden. Wel is hij klaar
met hun vluchtige schaduwen die opdoemen uit dossiers en databanken, die hij moet
helpen én wantrouwen en waar hij nooit grip op krijgt.
Het algoritme liet de goeden onder
de kwaden lijden, en de UHT moest met een ‘lichte toets’ voorkomen dat teveel
fraudeurs profiteren van de Catshuisregeling van december 2020. ‘Het idee was
dat de meeste gedupeerden met die €30.000 ruimhartig en snel geholpen zouden
zijn’, verzucht de medewerker, ’maar toch moeten wij iedereen adviseren om met
een advocaat op overheidskosten door te procederen voor de Werkelijke Schade’.
Anderhalf jaar geleden begon de ervaren verzekeringsjurist gemotiveerd aan het
oplossen van een misstand. Nu neemt hij gedesillusioneerd ontslag.
De ouders zelf zijn minstens zo gefrustreerd
of zelfs wanhopig, omdat het nog ruim tien jaar kan duren voordat iedereen
gecompenseerd is. Omdat sommigen weer tegen een muur aanlopen en nog altijd
financieel aan de grond zitten. En hun advocaten zegden dit voorjaar het
ovcrleg met het UHT op. Ze klagen over wachttijden, onderbetaling, gebrekkige
dossiers en slechte communicatie. ‘Wanneer je contact zoekt met de UHT krijg je
veelvuldig het antwoord dat we maar in bezwaar moeten gaan’, zei een advocaat onlangs
in dit blad.
Dus loopt de UHT vast in een stroom aan bezwaarprocedures. Nieuwsuur
berichtte eerder over een angstcultuur bij die afdeling. Op de gewone werkvloer
heerst vooral gelatenheid, vertelt de vertrekkende jurist. Het verloop is hoog,
maar er zijn ook freelancers die traagheid en stroperigheid op uurtarief wel
best vinden.
Hoeveel geld is er destijds bespaard met het inzetten van risicoprofielen,
het bezuinigen op bureacratie en het stopzetten en terugvorderen van toeslagen?
De hersteloperatie kost in ieder geval vele malen meer, zeker zes miljard en onnoemelijk
veel menselijk leed is nooit meer goed te maken. De roll back naar handmatige
controle lijkt niet meer te lukken. ‘Ik kan
het woord maatwerk niet meer horen’, zegt de vertrekker, ’ik wil graag weten
wat ik moet doen, en niet elke keer van die dubbele boodschappen. Empathie tonen,
maar ook bewijsstukken eisen. Ik voelde me machteloos.’
Hij noemt als voorbeeld een moeder die kinderopvang had tijdens een studie,
maar geen bewijsstuk kan overleggen dat ze die studie destijds ook volgde. ‘Wat
doe je dan? Daar wordt dan intern eindeloos over gedelibereerd. Ander
voorbeeld: Er is veel post bij de Belastingdienst zoekgeraakt, dat is waar.
Maar nu kan iedereen beweren dat dat ook met hun post is gebeurd. Ik kreeg soms
het gevoel dat veel aanvragen fake waren, ook al heb ik daar geen aanwijzingen voor.’
En zo blijven de ambtelijke molens haperen. De UHT gaat nu zelfs commerciële bedrijven
inzetten om meer dossiers af te wikkelen. De pilot hiervoor was een flop, meldde
Nieuwsuur. Want de vaststellingsovereenkomsten die de externen hadden
uitonderhandeld, bleven toch weer steken op de afdelingen, om te worden nagevlooid
en afgevinkt.
En het algoritme dat deze malaise medeveroorzaakte?
Dat is al een tijdje op non-actief. Het wordt doorgezaagd door ethische commissies
en geupdate door ICT-ers. Het is zich aan het klaarstomen voor de volgende ronde,
met meer en betere data en meer zelflerende AI. Misschien gluurt het vanuit de oude,
krakende systemen stiekem een beetje mee
hoe de medewerkers voortploeteren in de kantoortuinen. Dan verkneukelt het zich.
Want het kan niet anders, of ze hebben het straks weer keihard nodig.
|
Eén ouder en één grote broer.
(column Advocaat&Algoritme, december 2022)
Kunnen algoritmes probleemgezinnen identificeren
en hun kinderen op het rechte pad houden?
Het algoritme ProKids+ rangschikt Amsterdamse
kinderen vanaf 12 jaar op de Top400 van potentiële boefjes, zo bleek onlangs uit
de spraakmakende NPO-documentaire ‘Moeders’. Ze hoeven daarvoor nog niets misdaan
te hebben. Een van de jongens had een blikje cola gejat en een ander belde 112 als
getuige van een schietpartij. Ook dat telt als contact met de politie en dus
vinkte ProKids+ de standaard risicofactoren af: alleenstaande, arme moeder,
achterstandsbuurt.
Het valt niet mee om
daar op straat op te groeien, zo blijkt maar weer uit het infringende relaas
van de vier moeders. Hun zonen komen er relatief goed doorheen, is de hoopvolle
conclusie van de film. Maar is dat dankzij of ondanks het stigma van de
Top400-aanpak met intensieve aandacht van politie en bemoeihulp vanuit het Actiecentrum Veiligheid en Zorg?
Bij nogal wat kinderen
werkt de preventieve aanpak helaas niet. Zij stromen door naar de Top 600 van jongvolwassen
veelplegers van high impact crimes, waarvoor ook een zorgtraject klaarstaat. Tientallen
top400 tieners moeten het afgelopen jaar voor de strafrechter hebben gestaan,
zo valt op te maken uit gepubliceerde jurisprudentie. Er zitten inbraken
tussen, een liquidatie, vuurwapenbezit,
afpersing, diefstal met geweld. ‘Het effect van de zorg is gering’, reageert
een advocaat die niet bij naam genoemd wil worden, maar onlangs wel twee
Top400-verdachten bijstond. ‘Deze jongens willen vaak helemaal niet geholpen
willen worden. Ze kiezen bewust voor geld verdienen in de misdaad.’
Een positieve
ervaring had de Hilversumse advocaat David Rutten. Hij stond een
geradicaliseerde Top400-puber bij, die op Telegram opruiende IS-video’s en teksten was gaan verspreiden.
‘Het gaat weer heel goed met hem. Hij kreeg een voorwaardelijke taakstraf, gaat
weer naar school en heeft geleerd over zijn gevoelens te praten.’
Ondanks kritiek werkt de korpsleiding aan een doorontwikkeld alerteringssysteem,
Prokid 23-, om risicokinderen landelijk te
gaan profileren. In het sociale domein experimenteren jeugdzorginstellingen met
vergelijkbare algoritmes om probleemkinderen preventief op te sporen en te
begeleiden. Zo zette het CBS de afgelopen jaren in 12
grote gemeentes een Urban Data Center op. Met een bundeling van anonieme data worden risicobuurten gesignaleerd, met veel alleenstaande ouders, lage inkomens of ouders met psychische
problemen. De meerwaarde van de datacenters, aldus een manager in een
promofilmpje, ‘is dat we beleid niet meer baseren op onderbuikgevoelens, maar
op cijfers en feiten.’
Gemeenten in Noord-Brabant en elders werken met het
programma Smart Start van zorgaanbieder Sterk Huis en Universiteit Tilburg. De site heeft het over
‘de kansen van big data voor kinderen’. Ook hier komen uit de data geen
wereldschokkende inzichten: Problemen
als huiselijk geweld gaan vaak van generatie op generatie.
Preventieve
hulp zou escalatie moeten
voorkomen. Maar de praktijk werkt vaak anders. Voor de echte probleemgezinnen is
er geen preventie maar juist een wachtlijst.
De jeugdzorg-crisis wordt mede veroorzaakt door
het slordige databeheer, signaleert Tom Knijp, die zich als docent bij
advocatenopleiding LLM Legal in het onderwerp verdiepte. ‘Samenwerkingsverbanden zoals de Veiligheidshuizen
wisselen in hun systemen op grote schaal data uit. Gemeenten, politie en
belastingdienst delen met elkaar en ook met private ketenpartners in de
jeugdbescherming. Die praktijk wordt gelegaliseerd met het omstreden
wetsvoorstel Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden (WGS). De
uitgewisselde data zijn niet altijd geverifieerd en gaan een eigen leven leiden,
met alle risico’s van dien. Ook advocaten zouden daar kritischer op moeten
zijn.’
Mede daarom begint hij nu zelf als advocaat. ‘Ik
blijf lesgeven, maar ga daarnaast ouders bijstaan, die de overheid aansprakelijk
willen stellen voor een uithuisplaatsing op basis van foute data.’
|
December 2022 - De
renovatie van Studio Ondergrond heeft, na een voortvarende start,
een moeizaam jaar achter de rug. Eind 2021 nam betonbouwer P. van't
Wout het stokje over van grondwerker Schijf. Ze waren tot mei bezig
om een mooie kelderbak te storten in de diepe bouwput. Het had sneller
gekund, maar als het eenmaal af is, ben je de ergernissen over
vertraging ook snel weer vergeten.
Daarna zouden Mariusz Marynowski en Andrzej Gadzala van M.A.G.
Aannemersbedrijf de nieuwe verdiepingsvloeren met balklagen gaan maken
en daarop de badkamers voor de BnB. Op de foto's zijn ze bezig met de
maten en specificaties, maar na een veelbelovend begin zagen we de
heren st eeds
minder en stuurden ze hooguit nog een mannetje voor een halve dag per
week, die dan vooral kwam om hier te eten en bier te drinken. Net als
de mediawereld hangt de bouw van zzp-ers aan elkaar, maar de uitkomsten
zijn heel verschillend. Anders dan journalisten hebben sommige
bouwvakkers - en zeker die uit Oost-Europa, sturing nodig, een
opzichter die alles in goede banen leidt. Anders worden er fouten gemaakt of daalt het werktempo naar 0.
Omdat er op een gegeven moment helemaal niets meer gebeurde,
heb ik een termijn gesteld en de overeenkomst uiteindelijk ontbonden.
Door research had ik inmiddels geleerd dat dit een patroon was van deze
mannen, geld pakken en dan een project als een nachtkaars uit laten
gaan. Marynowski is daarvoor zelfs failliet verklaard en de curator
heeft aangifte tegen hem gedaan, reden waarom hij nu met en via de
stroman Gadzala opereert . Mijn advocaat probeert het voorschot terug
te krijgen, en ondertussem bereid ik een doorstart van de renovatie
door met nieuw geld en andere bedrijven. Het zijn geraffineerde
oplichters, die gedupeerden soms jaren aan het lijntje weten te
houden en ze helemaal leegzuigen. Wat dat betreft ben ik er nog
redelijk mee weg gekomen.
|
Twintig miljoen keer
advocaat.
(column Advocaat&Algoritme, november 2022)
Iedereen wil door klanten gevonden worden. Maar hoe kom je van een slechte
beoordeling af
Wie googlet op de zoekterm ‘advocaat’ krijgt
binnen 0,52 seconden 20,2 miljoen hits. Bovenaan de eerste pagina staan de adverterende
advocatenkantoren in de buurt. Of dat sociale advocaten zijn of juist dure,
hangt van de zoeker af. ‘Iedere gebruiker heeft een profiel’, legt de Google-Ads
helpdesk uit, ‘gebaseerd op zoekgeschiedenis, cookies, mobiele data, eventueel Gmail-account,
noem maar op.’ Klikken op een advertentie kost de adverteerder afhankeljk van
tijd, lokatie en ranking een paar
dubbeltjes tot tientallen euro’s. Het bedrag wordt in die 0,51 seconde bepaald
door het aantal ‘bieders’ op het adword op dat moment.
De mogelijkheden voor gepersonaliseerd adverteren
via Google en andere platforms zijn eindeloos en ondoorgrondelijk. Dat leidt natuurlijk tot conflicten.
Zo zijn er sites die weer betaald krijgen voor kliks op banners en pop ups die Google namens haar klanten bij hen plaatst. Dat lokt misbruik uit, maniertjes
om bijvoorbeeld trollen zinloos op de ads te laten klikken. Bij het geringste
signaal wordt zo’n site geblokkeerd en moet de eigenaar naar de rechter om
aannemelijk te maken dat hij géén oplichter is.
Er zijn ook regelmatig
rechtszaken over wie recht heeft op welk adword. Het is niet op voorhand
verboden andermans naam te gebruiken. Het adword wordt immers niet openbaar
gemaakt. Zo betaalde Multi Tank Card Google om mensen die zochten op ‘travelcard’
naar hun eigen site te leiden. Travelcard
stapte naar de rechter. Die bepaalde dat de merknaam niet langer als adword
mocht worden gebruikt door de concurrent, maar de losse woorden ‘travel card’ mag nog wel.
En dit jaar stonden twee Rotterdamse rondvaartrederijen voor de rechter, omdat
de een de naam van de ander onzichtbaar maar evengoed onrechtmatig als adword
hanteerde.
Kliks leiden tot
klanten en die krijgen na hun bezoek aan advocaat, tankstation of rondvaartboot
vaak een verzoek voor een beoordeling. Van het bedrijf zelf, maar via een
android telefoon ook van Google. Zo krijgt de Maas zelf 4,7 sterren van Google,
op basis van 869 reviews (‘Prachtig zo’n stroom’), terwijl de adword-kaper met 4,4
sterren (‘Op de boot zijn ze snel met een hapje of een borrel’) een fractie
hoger scoort dan zijn rivaal.
Maar het kan ook
negatief uitpakken. ‘Op Google en social media worden steeds vaker neprecensies
geplaatst onder een valse naam of pseudoniem’, vertelt Hub Dohmen. Namens een
octrooibureau vorderde hij van Google het IP-adres van een onbekende recensent. Die gaf het octrooibureau maar één ster (‘Inhoudelijk
matig, slechte communicatie’). De Rechtbank Tilburg (3,5 sterren, ‘niet al te
vrolijke medewerkers’) vond de recensie niet ‘onnodig grievend’ en Google hoefde
de betrouwbaarheid van het account niet te controleren.
‘Afhankelijk van de branche kun je veel last
hebben van negatieve recensies’, zegt Paul Tjiam (Simmons&Simmons LLP). Hij
voerde drie procedures voor een kinderdagverblijf dat door verschillende
nepprofielen werd afgekraakt (’Ze hebben onze zoon ruim 40 minuten in zijn
bedje laten huilen. Alles ondergespuugd’). De posts waren evident onjuist en
dus moest Google ze van de rechtbank verwijderen en het bijbehorend IP-adres verstrekken.
De provider kwam pas een paar dagen voor de zitting met de bijbehorende personalia
over de brug. De recensent bleek nooit
klant te zijn geweest van de creche, maar was privé gebrouilleerd met de eigenaren. In een derde rechtzaak moest
hij door het stof en schadevergoeding betalen. ‘Mensen denken dat ze online alles
kunnen spuien’, is de ervaring van Tjiam, ‘maar liegen mag niet. Ik zou willen dat recensieplatforms een KYC
hanteren zodat ze bij onrechtmatigheid beschikken over de identiteit van de
recensent.'
|
De muren hebben ogen (column Advocaat&Algoritme, oktober 2022)
Verkeerscamera’s
worden steeds slimmer. Heb je nog privacy in je auto?
Dankzij slimme
camera’s kon de vluchtauto met de vermoedelijke moordenaars van Peter R. de Vries binnen het uur worden
klemgereden op de A4. Automatische nummerplaatherkenning (ANPR)-camera’s waren ooit
bedoeld om openstaande boetes te innen, maar ze zien veel meer. NRC onthulde dat
de nieuwste modellen zelfs inzittenden vastleggen. Die foto’s bleken zonder
wettelijke grondslag in meerdere strafzaken gebruikt.
Het is een knap staaltje AI: een bewegend
kenteken vanuit een lastige hoek in split second detecteren, scannen, zelfs bij
regen of mist. En daok nog zoeken naar een match met gezochte voertuigen op
de server.
Toch gaan de honderden gepubliceerde
uitspraken over ANPR niet over de betrouwbaarheid van de match, maar over het
rechtmatig gebruik ervan bij opsporing van uiteenlopende misdrijven, zoals
drugs, autodiefstal, brandstichting en bankovervallen. De camera’s komen vaak
van pas en de rechter is coulant, al zijn er grenzen. Zo liet de gemeente
Kampen het kenteken van een uitkeringsgerechtigde maandenlang tracken, na een
tip over zwartwerken als taxichauffeur. Dat vond de Centrale Raad van Beroep te
ver gaan. Pas nadat de steunfraude was overgedragen aan het Openbaar Ministerie
mocht het verdachte kenteken worden gevolgd. ‘Ik lees die uitspraak als een
inperking’, reageert advocaat H.A. van der Kleij, ‘uitkeringsinstanties mogen
dit middel dus zelf niet inzetten.’
De technische mogelijkheden en
experimenten lopen al jaren op de regelgeving vooruit. In 2019 begon een proef
van 3 jaar. De politie mag álle ANPR-beelden, dus niet alleen de matches, 28
dagen bewaren. ‘Wij vinden het prima dat de camera’s worden ingezet bij
opsporing van verdachten’, zegt Vincent Böhre van Privacy First, ‘er is geen ergere
privacyschending dan bijvoorbeeld mishandeling, ontvoering of inbraak. Maar
massasurveillance, het opslaan van miljoenen kentekenbewegingen, dat moet
stoppen.’ Zijn stichting verloor in december een kort geding hierover. De proefperiode
werd verlengd. Een bodemprocedure tegen ANPR wordt eind dit jaar verwacht.
De camera’s kunnen ook worden ingezet
voor ‘preventive policing’. De populaire winkelstad Roermond werd in 2018
volgehangen met scanners en sensoren. Op basis van kentekens en 16 andere
datapunten werden Oosteuropese (Roma) potentiële winkeldieven en zakkenrollers geprofileerd.
‘Op het moment dat die data voldoet aan een profiel van een bandiet, gaat er
een alarm naar de meldkamer’, vertelde een trotse woordvoerder bij de lancering.
Amnesty rapporteerde kritisch en tijdens corona stierf de pilot een stille
dood. De gemeente heeft geen idee hoeveel boefjes dankzij de camera’s zijn gesnapt
of afgeschrikt.
Nummerbordherkenning maakt ook automatische
parkeercontrole mogelijk. Totdat een paar nerds bedachten dat je algoritmes in
de wielen kunt rijden met eigen algoritmes. Ze lanceerden de Parkeerwekker, een
dashboardcamera die scanauto’s herkent als ze de auto passeren. De zwartparkeerder
krijgt een seintje via de app en heeft nog 5 minuten om alsnog en zonder boete te
betalen.
De gemeente Amsterdam stapte naar
de rechter. ‘Flitsmelders mogen ook, dus waarom deze service niet?’, zo verweerde
advocaat Yuri Benjamins namens Parkeerwekker. Maar de rechter bevond de gadget onrechtmatig.
Toch is de slimme camera via de website nog altijd te koop en operationeel in
diverse steden. Ook hier houd je de techniek misschien niet tegen als die
voorhanden is.
De volgende stap is natuurlijk de
camera achter het stuur. Gaat de zelfrijdende auto zich straks netjes aan
snelheidslimieten en parkeertarieven houden? Of krijgen we te maken met gehackte
en opgevoerde sjoemelsoftware en blijft - al dan niet geautomatiseerde - handhaving
nodig? En wie is er verantwoordelijk voor wat er misgaat? De inzittende, de
fabrikant of de programmeur? Nieuwe vragen, terwijl we nog niet klaar zijn met bestaande
dillema’s.
|
App of
arbeidscontract? (column Advocaat & Algoritme, september 2022 in Advocatenblad)
Platforms
als Uber wanen zich ‘über’ de wet, maar Europa slaat terug.
Deze zomer bleek
dat het taxiplatform niet alleen aan de touwtjes van vijf miljoen chauffeurs trekt,
maar ook aan die van invloedrijke bestuurders zoals Neelie Kroes. Tegen de
regels lobbyde de oud EU-commissaris al tijdens haar afkoelperiode voor de
taxi-cowboys bij Rutte en andere bewindspersonen. ‘Wat willen we dat Neelie
hierna doet?’ brainstormt de Uber-top in - via diverse media gelekte - documenten.
‘Please hit the kill switch ASAP…’
zo mailde Uber-oprichter Travis Kalanick in maart 2015. Controleurs van de
gemeente Amsterdam rammelden die ochtend aan de poort van zijn Europese hoofdkantoor.
De app ging offline en Netwerk-Neelie werd erop uit gestuurd om de wederspannige
filiaalchef uit de politiecel te kletsen. Kalanick bedankte onze oud-minister
van Verkeer en Waterstaat omstandig voor haar nog onbezoldigde ijver.
Als EU-commissaris Mededinging
deelde Kroes miljarden-boetes uit aan Windows en Intel. Ze zal in die tijd zijn
ingepakt door veelbelovende pitches van Uber en andere platforms. Hoe ze met ‘disruptie’
monopolies gingen breken, waarna iedereen met zijn eigen auto, fiets, luchtbed,
zelfgebakken pizza of cryptomunt kon concurreren op de platte wereldmarkt. Maar
in 2015, tijdens de inval, waren de platforms zelf al dominant geworden. Ze zorgen
voor meer in plaats van minder ongelijkheid. De fietskoeriers, pop-chauffeurs en
cateraars betalen steeds hogere commissie aan het platform, maar kunnen niet
meer zonder.
Kroes beweert dat ze in 2015 in
het kader van een nevenfunctie lobbyde voor jonge, frisse startups van eigen
bodem. Soms ging het in die gesprekken toevallig ook even over dat miljardenbedrijf,
bij wie ze een dag na haar afkoelperiode op de loonlijst kwam. ‘Zwak’, oordeelt
advocaat Jan Hein Mastenbroek, die namens de FNV procedeert tegen Uber, ‘geef
dan gewoon toe dat je betrapt bent. Dit overtuigt niet.’
Maar sportief toegeven is niet de
stijl van de taxi-gigant, weet hij uit eigen ervaring. Deze zomer kwam Uber
weer even boven te liggen. Het Gerechtshof Amsterdam wees een dwangsom van
€100.000 per dag af, die Mastenbroek namens de vakbond had geëist. Want Uber behandelt
zijn 4000 Nederlandse chauffeurs nog altijd niet als werknemer, terwijl ze dat
wel zijn, zo oordeelde de rechtbank vorig jaar. Uber ging in hoger beroep en
hoeft van het Hof in afwachting van het arrest nog niets te veranderen. ‘De einduitspraak
verwacht ik volgend voorjaar’, zegt Mastenbroek, ‘jammer dat we de dwangsom
niet kunnen gebruiken, maar ik heb er alle vertrouwen in dat het Hof
uiteindelijk tot eenzelfde oordeel zal komen als de rechtbank, net als bij Deliveroo.’
Rechters in heel Europa hebben het
druk met arbeidszaken tegen platforms. Mogen ze onder het minimumloon betalen?
Wat als een opgejaagde maaltijdkoerier een ongeluk krijgt of ziek wordt? Mag
een chauffeur zonder uitleg van het platform worden gegooid, als het algoritme
bepaalt dat hij niet voldoende rendeert?
Die vragen hebben ook de volle
aandacht van de opvolgers van Kroes in Brussel. Er ligt nu een richtlijn Platform-werk
bij het Europees Parlement, dat platform-werkers beter gaat beschermen. De
criteria uit ons Burgerlijk Wetboek zijn aangevuld met 5 kenmerken: Het
platform bepaalt de hoogte van de vergoeding, de dienstkleding, het toezicht
(via de app) op kwaliteit en omzet, het rooster en eventuele boetes. Een vijfde
aanwijzing is als de medewerker wordt belemmerd om zelf klanten te werven. Bij 2
van de 5 criteria is er sprake van schijnzelfstandigheid.
Ondertussen onderzoekt de
commissie de affaire Kroes. Als straf overwegen ze het pensioen van hun nu
81-jarige oud-collega in te trekken. De pensioenen voor platform-werkers zijn -
ook met de nieuwe richtlijn - nog lang niet geregeld.
|
Samenzwering der wappies
Dankzij sociale media vinden complotdenkers hun volgers. Diezelfde platforms willen
nepnieuws bestrijden. (coiumn juni 2022 Advocaat & Algoritme in Advocatenblad)
Algoritmes
hebben een slechte naam. Ze werden misbruikt voor het ronselen van Syriëgangers,
het beïnvloeden van verkiezingen en de come back van antisemitische agitprop, met
alle gevolgen van dien. Sinds Cambridge Analytica en Pizzagate proberen de platforms
nepnieuws en trollen te bestrijden. Niet altijd afdoende, bleek vorig jaar nog
bij de bestorming van het Capitool. Facebook had, zo onthulde een
klokkenluider, preventiemaatregelen uitgeschakeld om meer te verdienen.
Sociale media voelen zich medeverantwoordelijk,
maar worden voor zover bekend nog nergens juridisch aansprakelijk gesteld voor
schade door dit soort incidenten. Er is juist wel veel geprocedeerd tégen de
aanpak van nepnieuws. In Nederland vooral door coronasceptici, van wie de accounts
of video’s uit naam van de Volksgezondheid werden gedelete. Maar volgens de rechter
hebben LinkedIn of Youtube geen plicht om alles door te geven en was de
vrijheid van meningsuiting niet in het geding. 
‘Ik blijf vinden dat online alles
gezegd mag worden, zolang je niet aanzet tot geweld’, zegt Max Vermeij,
advocaat van complotdenker Wouter R., veroordeeld voor posts over satanisch ritueel misbruik en kindermoord in Bodegraven. De aantijgingen
van R. tegen viroloog Van Dissel zijn enkel gebaseerd op ‘hervonden herinneringen’
van een medeverdachte. ‘Start als overheid dan een onderzoek’, vindt Vermeij,
‘dan voorkom je ophef. Nu wordt alles onderdrukt. Dat lijkt al snel op een
doofpot.’ De civiele rechter bepaalde onlangs dat zijn cliënt moet meebetalen aan de beveiliging van
een begraafplaats, waar honderden volgers rondbanjeren op zoek naar
kindergraven. ‘Die mensen leggen bloemen’, relativeert Vermeij, 'geen bommen.'
Vroeger hield je extreme denkbeelden
wijselijk voor je, om niet door familie of collega’s voor gek te worden
versleten. Maar algoritmes verenigen gelijkgestemde wappies aller landen, die
daardoor bevestigd worden in hun waan. De dodelijke mythes van QAnon
verspreidden zich zo via de yogamatjes van ‘Wellness-rechts’ tot in onze Tweede
Kamer. Ook een soort wereldwijde samenzwering eigenlijk, bekokstoofd door
computers.
‘De mainstream zit evengoed in een
bubble’, reageert Vermeij, ‘als je naar het journaal kijkt, word je ook
bevestigd in je eigen gelijk. Mensen zoeken nu eenmaal geestverwanten. De grens
ligt bij geweld.’
Maar waar begint geweld? Minister
Kaag voelde zich bedreigd toen begin dit jaar een man met een fakkel ’s avonds
stond te schreeuwen voor haar woning. Alexander Gerbrandij was advocaat van de vrouw
die de fakkelactie streamde. ‘Het was vreedzaam’, betoogde hij voor de politierechter,
die toch pittige straffen oplegde. Politici moeten kunnen incasseren, vindt hij
nu. Krijgen ze tegenwoordig vooral onlinehaat over zich heen, vroeger moesten
ze veel vaker op straat de confrontatie aan. ‘In het klassieke Athene had men
geen geblindeerde dienstwagen om zich voor het volk in te verschuilen. Soms kreeg
je op weg naar de senaat iets naar je
hoofd en moest je rennen.’
Hij maakte als kind zelf spannende
momenten mee, toen rellende krakers langs zijn ouderlijk huis trokken. Zijn
vader, rechter, noemden ze ‘de beul van
Amsterdam’. ‘Ze wisten waar wij woonden. Ga maar niet te dicht bij het raam
staan, zeiden mijn ouders toen.’
Hij memoreert hoe de
krakersradiozender, die vanaf de barricades de veldslagen hielp coördineren, in
die tijd gewoon in de lucht bleef. ‘Dat werd toen gezien als journalistiek.
Maar mijn streamende cliënte geldt als medeplichtige. In de middeleeuwen werden
pamfletten over hekserij verspreid. En geruchten gaan ook razendsnel van mond
op mond. Het zit hem niet in het medium. Het zit in de mensen zelf.’
Dat mag zo zijn. Maar toch wordt
een verwarde
fakkelman, ergens in een woonwijk, pas een nationaal dingetje als hij, geholpen
door hashtags, live opduikt in onze tijdlijn.
|
Collectieve
actie tegen Asociale reuzen.
Komen
sociale media weg met privacy schending? Of gaan ze gebruikers betalen voor hun
data? (column Advocaat & Algoritme, mei 2022 Advocatenblad)
Gezelligheid
en privacy gaan moeilijk samen. Op een feestje of in een bomvol café komen persoonlijke
levenssfeer en lichamelijke integriteit al snel in het gedrang. En willen we online
iets leuks delen, dan grabbelen sociale media in onze camerabeelden, gesprekken,
contacten en locatiegegevens.
Daarmee kunnen ze in theorie van alles
opslaan en verwerken: Muisbewegingen, verkeersbewegingen, oogbewegingen,
gezichtsherkenning, spraakherkenning, zoekgeschiedenis, bestelgedrag, vingerafdruk
en biometrie, hartslag en bloeddruk via een smartwatch. In theorie vallen de
platforms onder onze privacywetgeving. Maar het toezicht op de meeste
tech-reuzen is sinds de inwerkingtreding van de AVG in 2018 uitbesteed aan de
Ierse privacywaakhond, waar veel tech-bedrijven hun Europese zetel hebben. Daar
lopen allerlei onderzoeken waar we weinig over horen. Toen de Nederlandse
Autoriteit Persoonsgegevens vorig jaar Tiktok met €750.000 beboette wegens
schending van kinderprivacy, verkaste die ook snel naar Dublin.
Waar overheden schoorvoeten, rest
de individuele burger de dagtaak om zich door profielinstellingen, advanced settings,
eindeloze algemene voorwaarden en cookievoorkeuren heen te klikken. Of om af te
haken en de gezelligheid weer in de analoge wereld te zoeken. Maar er is nog
een optie, want het recht
kent ook een soort sociaal platform: de massaclaim.
Sinds invoering van de nieuwe Wet
Afwikkeling Massaschade in Collectieve Actie in 2020 zijn de mogelijkheden nog
wat verder verruimd en wordt de een na de andere claim tegen tech-reuzen
aangekondigd. Apple, Google, AirBnB, Oracle, ze komen allemaal aan de beurt.
Tegen TikTok zijn zelfs al 3 claimstichtingen bezig.
Het verst gevorderd is een claim tegen
Facebook van de Consumentenbond, de Data Privacy Stichting en 200.000
aangesloten gebruikers. Dit najaar zal de zaak inhoudelijk behandeld worden door
de rechtbank in Amsterdam en het vonnis komt volgend voorjaar, zo verwacht
advocaat Flip Wijers van het Amsterdamse kantoor Lemstra Van der Korst, dat
namens de eisers optreedt. ‘Facebook presenteert zich als gratis, maar
gebruikers betalen met hun data, en het is niet transparant wat Facebook
daarmee doet.’
Ter onderbouwing van de claim wordt
verwezen naar het harde oordeel van de Autoriteit Persoonsgegevens uit 2017. De
rechtszaak loopt sinds eind 2019. ‘Onze claim valt nog net onder de oude wet’,
legt Wijers uit, ‘maar de rechtbank ziet het als een benchmark voor al die
privacy-claims die sindsdien zijn aangekondigd. Een unieke zaak, ook binnen
Europa.’
Mocht de rechter beslissen dat
Facebook inderdaad onrechtmatig heeft gehandeld, dan zouden tien miljoen
Nederlandse gebruikers zich kunnen melden voor schadevergoeding. ‘Het kan ook
dat Facebook voor die tijd wil schikken’, zegt Wijers, ‘de deur staat altijd
open’. Massaclaims in andere Europese landen zijn afgekocht door Meta – zoals
het bedrijf achter Facebook zich tegenwoordig noemt – , maar in de Nederlandse
claim moet er ook echt compensatie komen voor de aangesloten gebruikers.
Het is de wereld van het recht met
zijn oeroude rituelen tegen Zuckerbergs Metaverse, ongrijpbaar en misschien ook
onontkoombaar. Bijna als in de film, superhelden in toga tegen de Matrix.
Alleen gaat de rechtszaak niet over goed tegen kwaad, maar over geld. Over
miljardenwinsten en miljardenclaims. Het kwaad is al geschied. De privacy krijgen we niet terug.
En hoeveel gedupeerden zouden een
claimstichting vinden zonder Google Ads? Algoritmes dragen bij aan het succes
van massaclaims. Want net zo makkelijk als mensen hun privacy wegvinken, vullen
ze hun mailadres in bij de Consumentenbond om daarvoor gecompenseerd te worden.
Maar dan moet de rechtbank nog wel even besluiten dat het verdienmodel van
sociale media in Nederland niet langer opgaat
|
Onderbuik-ICT
Computers zijn
ontstaan uit rekenmachines. Geknipt voor controle van aan- en toeslagen, zou je
denken. (eerder verschenen in het Advocatenblad, april 2022 in de column Advocaat & Algoritme)
‘De
Poort’: zo heet de digitale uitsmijter die de afgelopen jaren tienduizenden
belastingbetalers de deur wees. Het algoritme scande bij binnenkomst alle ruim
10 miljoen aangiftes Inkomstenbelasting op afwijkende aftrekposten en dito
afkomst, zo blijkt uit in maart verschenen onderzoek van PwC. Verder
profileerde de - door de fiscus in Apeldoorn zelf geprogrammeerde -
‘weegmodule’ alle giften aan moskeeën, ook die mét ANBI-status. De door het
algoritme ‘uitgeworpen’ aangiftes werden door een handvol analisten verder
gefilterd op onder meer achternaam en postcode.
Bij teveel verdachte vinkjes
werden ze doorgestuurd naar ‘Intensief Toezicht’, waar ze – zo blijkt uit
verhalen van gedupeerden, advocaten en
boekhouders – net zo vooringenomen en onzorgvuldig werden bejegend als
de Toeslagenouders. Daarbij kwamen ze bij voorbaat in de Fraude Signalerings
Voorziening (FSV) of op een andere zwarte lijst. Lang niet iedereen had de moed
of de middelen om in beroep van de rechter alsnog gelijk te krijgen. Want de
computer zat er vaak naast: Iemand met bovengemiddelde zorgkosten is meestal
ziek, iemand met veel giften filantroop, of hij nu Achmed heet of Henk.
Op Belastingdienst.nl staan
beelden van enorme oercomputers, ponskaartentypistes en aangiftediskettes. De
fiscus begon al in 1949 te automatiseren. De hardware is met de tijd meegegaan,
maar tientallen oude databanken doen nog altijd dienst. Bovenop de wet van de remmende
voorsprong kwam in 2015 een ontspoorde afvloeiingsregeling die juist
gebruikt werd door jongere nerds, terwijl de digibeten achterbleven.
Het schandaal dat volgde blijkt
nauwelijks te reconstrueren. Wat is er gebeurd en wie was verantwoordelijk? Er
is heel veel zoek of vergeten: data, handleidingen, memo’s, poststromen met
bewijsstukken verdwaald in stroomschema’s tussen vestigingen en afdelingen, met
een stuwmeer van bezwaren als gevolg.
Ook bij Inkomstenbelasting profileerden de
onderbuik-algoritmes de HOTHOR’s (hoge teruggaaf met hoog risico). Maar anders
dan voor de Toeslagenouders en fictief rendement-spaarders is er voor deze
groep nog niets geregeld. Een kwart miljoen gedupeerden kreeg twee blauwe
excuusbrieven, maar daarmee lijkt de kous niet af.
‘Wij krijgen dagelijks
telefoontjes. En naast de FSV moeten er nog tientallen andere zwarte lijsten
zijn’, schat Jits Berns van FT- Advocaten uit Nijmegen. ‘Ik werkte vroeger als
inspecteur bij de Belastingdienst en kende ook lijstjes. Dat ontstaat vanzelf
en belandt op de server. Zo kan dat gaan .’ Hij was dan ook blij dat de Haagse
rechtbank onlangs oordeelde dat de fiscus een cliënt van zijn kantoor inzage
moet geven in alle opgeslagen documentatie, niet alleen in de FSV.
Voor de rest is de
FSV-jurisprudentie terughoudend, signaleert hij. ‘De Hoge Raad heeft de lat erg
hoog gelegd.’ Het arrest uit december [ECLI:NL:HR:2021:1748] omschrijft
discriminatie door een algoritme nog als ‘uitzonderlijk’. 'Bewijs discriminatie
dan maar eens'.
Helaas lijken ook hier de meeste
gedupeerden een laag inkomen te hebben en doen fiscalisten geen toevoegingen.
De Toeslagenouders mogen sinds vorig jaar een gespecialiseerde advocaat
uitzoeken op kosten van de staat, maar voor Inkomstenbelasting is het nog lang
niet zover. ‘Ik maak me zorgen, want een goede belastingheffing is natuurlijk
wel nodig voor de maatschappij’, vindt Berns. ’Al deze problemen leiden af van
waar het om zou moeten gaan.’
Ondertussen staat de Poort al twee
jaar open. Het algoritme controleert alleen nog op kennelijke tik- en
schrijffouten, maar laat de fraudedetectie tot nader order over aan handmatige
steekproeven. Over drie jaar hoopt de Belastingdienst haar ICT blijkens een
persbericht echt op orde te hebben.
|
De roddeltantes
SyRI en Siri (eerder verschenen als column in het Advocatenblad, maart 2022)
Zelflerend en efficiënt, maar ook rigide en onmenselijk.
Zodra
we ergens pinnen, op de snelweg geflitst worden, online iets bestellen of
posten op sociale media: We krijgen continu te maken met algoritmes die ons
gedrag opslaan en verwerken. We kunnen geen dag meer zonder Big Brother, maar wat
hij allemaal precies in zijn schild voert willen we liever niet weten. Dat hij manipuleert
en polariseert, vinden we eng of verdacht, maar ook technisch en saai.
Advocaten krijgen ook beroepshalve
regelmatig met algoritmes te maken. Een algoritme werkt als een wet of
procedure, een verzameling regels die je kunt toepassen op een casus, met als
doel beslissingen te nemen. Algoritmes komen overal van pas en lenen zich ook voor
codificatie van stukjes recht in computertaal. Zo kunnen routineklussen
goedkoop en precies worden uitgevoerd. Het algoritme vindt in milliseconden de
speld in de databerg.
De negende-eeuwse Perzische uitvinder
Al Khwarismi had niet kunnen bevroeden dat de verbastering van zijn naam,
Al-Goritme, ruim duizend jaar later een hype zou worden. Algoritmes produceren
zelf soms ook ruis en misverstand. Want
hoe vertaal je ‘opzet’, ’grove schuld’ of ’redelijkheid en billijkheid’ naar
enen en nullen? Waar juristen doorgaans niet kunnen programmeren, hebben
ICT-ers die aan toepassingen knutselen weinig juridische bagage. En de
administratieve krachten die de beslismachines voeden met data of de output
omzetten in beschikkingen, hebben van beiden alleen oppervlakkige kennis. Automatisering
is meestal een bezuiniging. De Toeslagenaffaire laat zien hoe fout dat kan gaan.
Dat bleek ook al in 2018 bij een
steekproef met het antifraude-algoritme Systeem Risico Indicatie (SyRI): Meer
dan de helft van SyRI’s fraudemeldingen bleek bij nader onderzoek niet terecht.
Het Public Interest Litigation Project (PILP) stapte samen met anderen naar de
rechter en die oordeelde in 2020 dat SyRI teveel de privacy schond. ‘Als de
overheid zoveel datasets verzamelt, dan is er al snel een dienst die op het
idee komt er ook iets mee te gaan doen’, zegt PILP-advocaat Jelle Klaas.
Nu ligt de opvolger van SyRI, de Wet
Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden (WGS) bij de Eerste Kamer. NGO’s
en de Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwen voor ongelukken. ‘Als
overheidsdiensten straks nog meer data, ook van bedrijven, mogen uitwisselen en
koppelen, is er risico op een nieuwe Toeslagenaffaire’, zegt Klaas. ’De staat
wil nooit openbaren hoe algoritmes werken. Dan heeft de burger het spelletje
door, zo is de gedachte. Burgers moeten online steeds ingewikkelder data
invoeren en door hoepels springen. Wanneer je dan een foutje maakt, wordt dat
geframed als fraude.’
De zoekmachine van rechtspraak.nl turft
141 uitspraken met het trefwoord ‘algoritme’, allemaal vrij recent. Een fractie
van het werkelijke aantal, want de SyRI-zaak zit er niet bij, geen Toeslagen-jurisprudentie
of strafzaken tegen door algoritmes opgehitste wappies. Maar wel parkeerboetes,
WOZ-waardes, lotingen voor scholen, een algoritme voor vingerafdruk-matches, gemeentes
die procederen over verdeelsleutels en natuurlijk veel civiele zaken met en
tussen tech-bedrijven.
In de Verenigde Staten loopt sinds
een paar maanden een massaclaim tegen Siri, de Big Sister van Apple. Op papier
zijn de privacyregels voor dit soort chatrobots de laatste jaren behoorlijk
aangescherpt. Meeluisteren of opslaan op een server mag alleen met toestemming.
Maar de eisers beweren dat die restricties niet werkten toen ze Siri per
ongeluk aanriepen. Wanneer ze het bijvoorbeeld met iemand over Syrië hadden.
Daarna kregen ze hele specifieke popups, bijvoorbeeld een vakantie naar
Damascus. Siri had kennelijk niet alleen per ongeluk afgeluisterd, maar was ook
ongevraagd gaan zoeken. Een datalek, tamelijk onschuldig, maar wat lekt er nog
meer?
|
Januari 2022 -
Door alle hectiek van de afgelopen maanden ben ik nog helemaal niet
toegekomen om te bloggen over de renovatie die Studio Ondergrond na
jaren vertraging eindelijk ondergaat. Eind augustus is de verbouwing
begonnen en in 2022 hoop ik straks verder te kunnen met de combinatie
van een Bed and Breakfast, een laagdrempelige galerie en natuurlijk met
schrijven, journalistiek en mediaproduktie. De afgelopen jaren stond
het allemaal wat op een laag pitje en schreef ik vooral veel voor
mijzelf, maar dit nieuwe jaar hoop ik op alle vlakken te oogsten. Mijn
literaire debuut, verder onderzoek naar de Belastingdienst samen met de
Groene Amsterdammer en Eenvandaag, drie serieuze docu-plannen en
daarnaast de covid-bestendige Bed and Breakfast op
deze heerlijke plek aan de Amsterdamse grachten, waar ook
de galerie een frisse doorstart gaat krijgen. Ik heb de lockdown
gebruikt om straks beter uit de startblokken te komen. Het gaat
allemaal niet makkelijk. Net als de afgelopen zes jaar zijn er veel
juridische, financiële en bouwkundige hobbels te nemen en werken
instanties en banken ouderwets tegen. Maar inmiddels door de wol
geverfd, geef ik niet op en vind tot nu toe steeds weer andere wegen.
Eigenlijk net als in de onderzoeksjournalistiek: De hindernissen en
obstructie maken je verhaal sterker en uiteindelijk meer de moeite
waard.
Dat ik niet heb geblogd, komt ook omdat ik sinds het
begin van de verbouwing een wekelijkse vlog maak. Gewoon met mijn
mobiel en gratis montagesoftware. Voor vrienden en familie op Facebook
en Insta maar ook voor een community van meer dan duizend volgers op
Tiktok, vaak bouwvakkers die het leuk vinden om hun werk eens belicht
te zien door een tevreden en geinteresseerde klant. Mij leert het weer
dat sociale media ook voor ouwe lullen als ik nog best een toegevoegde
waarde kunnen hebben en dat de techniek het maken en verspreiden van
mooie filmpjes wel makkelijk maakt. Ik zie dus vooral heel veel
mogelijkheden, hoewel ik nooit rijk ga worden als influencer. Maar dat
hoeft ook niet. Het jaaroverzicht van de verbouwing staat samen met de eerdere afleveringen hier op mijn Youtube kanaal.
|
November 2021 - Tijdens mijn
research naar misstanden bij de Belastingdienst heb ik me verbaasd over de rol
van voorlichters. Communicatie blijkt een belangrijk onderdeel van het probleem,
schreef ook Pieter Omtzigt al in zijn boek. In Den Haag lopen 800 woordvoerders op de
ministeries rond en landelijk zijn er tien PR-functionarissen voor elke
journalist om langsheen te werken.
Communicatieadviseurs zijn
doorgaans onschadelijke lakeien. Je hebt er niets aan, hun persberichten zijn
onleesbaar en de door hen georkestreerde fotomomenten, powerpoint prietpraat en spin-acties halen zelden de publieksmedia.
Vervelender is dat ze er regelmatig wel in slagen echt (slecht) nieuws of
interessante uitspraken van hun broodheren uit het nieuws te houden, maar blijkens de volle
kranten en journaals elke dag glipt er nog genoeg door hun bemoeizucht heen.
Maar de woordvoerder
van de
Belastingdienst maakte het wel erg bont de afgelopen maanden. Toen ik
mijn
eerste versie voor wederhoor liet lezen, wimpelde hij het verhaal van
tolk Ahmed
Abdi weg. Abdi is, vanwege vrijwilligerswerk voor mensen die hun
aangifte niet zelf konden invullen, ten onrechte als fraudeur
veroordeeld en
raakte alles kwijt: geld, werk huis, toekomst. Vanwege privacy kon de
voorlichter niet op details ingaan, maar mijn versie zat ‘vol
ongerijmdheden’, smaalde
hij.
Door zijn dedain motiveerde hij me
verder te graven en ook andere gedupeerden op te sporen, die hetzelfde
bleken
te hebben meegemaakt. De ellende speelt niet alleen bij de
Kinderopvangtoeslagen, zo vond ik uit, maar ook bij de gewone
Inkomstenbelasting. De poenerige term 'belastingadviseur' was verkeerd
voor deze groep,
vond ik, hoe moest ik ze in het stuk typeren? Het waren een soort mannetjes,
bedacht ik, zoals je een mannetje hebt voor de apk of voor de tuin. Maar was
dat eigenlijk wel een woord, belastingmannetje? Ik googlede het en bovenaan
stond een persbericht van de Belastingdienst, over precies mijn onderwerp; de harde aanpak van frauderende belastingmannetjes.
Ik
mag die wereldvreemde voorlichters
dus wel dankbaar zijn. Niet alleen wakkerden ze met hun arrogantie mijn
ijver
aan, ook droegen ze - geen enkel gevoel voor beeldvorming en
storytelling - onbedoeld de vergelijking aan van de aandoenlijke
belastingmannetjes
tegen die dementerende, digibete Goliath die de fiscus is.
Toen ik mijn nieuwe versie nog
eens liet lezen, stuurde de voorlichter hem terug met ‘25 feitelijke
onjuistheden’
als rode strepen in de kantlijn. Op dit broddelwerk konden ze niet
serieus reageren. ‘Niet
onderbouwd en feitelijk onjuist’, stond er 25 keer, ’het ging niet om
vooroordelen maar om feitelijke afwijkingen ten opzichte van het
gemiddelde’, zo werd het (etnisch) profileren goedgepraat. En
ik moest van de Belastingdienst de eindredacteuren van de Groene
Amsterdammer
en Eenvandaag in de cc zetten, want zij moesten dit ook weten. Die
eindredacteuren waren net zo
verbaasd als ik. Als ze al twijfels hadden over mijn verhaal, dan waren
die met deze annotaties weggenomen. Nu zagen ze zelf hoe diep het
problem zat. Er was helemaal geen sprake van fouten, alleen van een
ander perspectief.
De voorlichter leek echt in de vooronderstelling dat ze bij de
Belastingdienst
de waarheid in pacht hadden. Alleen hun perceptie was juist. ‘Ze hebben
dus
niets geleerd van de eerdere schandalen’, concludeerde eindredacteur
van de
Groene.
De voorlichter bood nog wel een
achtergrondgesprek met iemand van de afdeling. Daar was nog weken de tijd voor,
maar na twee weken kwam hij met hangende pootjes terug. Ze wisten niet wie het
moest doen, de een wees naar de ander, niemand was bereid de gang van zaken toe
te lichten. Als ik nu een actuele versie van het verhaal kon mailen, zodat hij intern kon laten
zien dat er wel degelijk rekening was gehouden met zijn 25 idiote aanmerkingen.
Ik mailde hem de versie waarin een paar wat gekleurde woorden waren vervangen (‘thuis
overvallen’ werd ‘onaangekondigd thuis bezocht’, ‘dreigbrief’ werd ‘vooraankondiging
navordering’). Tegelijk had ik nieuwe bronnen verwerkt, die het stuk harder en
nog beter onderbouwd maakten. Uiteindelijk liet de voorlichter weten dat
niemand met mij wilde praten, omdat ze dachten dat mijn oordeel toch al
vaststond.
Jammer, want nieuwe info had het
beeld zeker veranderd, misschien in hun voordeel, waarschijnlijk niet. In feite
werd mijn stuk net zo behandeld en gecorrigeerd als een verdachte belastingaangifte en
menen zij een monopolie op de waarheid te hebben. Alleen hebben ze in de media
en de publieke opinie niet (meer) het laatste woord en werkt hun arrogantie in
hun nadeel. Nu worden zij zelf gecorrigeerd en hoe langer ze dat blijven ontkennen,
des te pijnlijker het nog gaat worden.
In een officIële schriftelijke reactie schrijft de
voorlichter: 'De Belastingdienst betreurt dat de journalist en De
Groene
niet bereid zijn geweest om de onjuiste aannames en gevolgtrekkingen in
het
stuk te corrigeren. Hierdoor krijgen de lezers een verhaal aangeboden
dat niet
strookt met de werkelijkheid.'
'Bedankt voor de reactie, die
denk ik goed aansluit bij het beeld in het artikel zelf', mailde ik terug, 'het is overigens nooit
mijn inzet geweest om mijn aannames of gevolgtrekkingen te laten checken door
de Belastingdienst. Ik kan gelukkig goed zelf nadenken. Het ging me enkel om de
feiten, en daar heb je geen fouten in gevonden.'
Waarop de voorlichter weer reageerde met: 'Opnieuw een onjuiste
gevolgtrekking: er staan wel degelijk feitelijke onjuistheden in het stuk. Ik
heb je daar eerder op gewezen. Meer kan ik niet doen. Jij kiest ervoor om de
feitelijke onjuistheden (die deels voortkomen uit onjuiste aannames en
gevolgtrekkingen) te handhaven. Dat is jouw keuze.'
Eigenlijk zit alles hierin: feiten, aannames en
gevolgtrekkingen worden door de Belastingdienst door elkaar gehaald.
Terwijl aannames vaak subjectief of ideologisch zijn, gevolgtrekkingen
al dan niet logisch te staven en alleen feiten onweerlegbaar zijn.
Feiten volgen nooit uit aannames en ook niet uit
gevolgtrekkingen. Gevolgtrekkingen komen voort uit feiten en wie
conclusies uit data wil trekken, moet helder kunnen redeneren.
Daar is een demente moloch als de Belastingdienst niet toe in staat.
|
Juli 2021 - Was Peter R.
de Vries een man van details, ik hou van grote verbanden en nu hij ons helaas is
komen te ontvallen, hier zijn grandioze
loopbaan (inclusief mijn kleine aandeel) en de opmars van de Nederlandse
drugsmisdaad in vogelvlucht.
Peter brak door met de ‘kwajongensstreken’
van Cor van Hout en Willem Holleeder, zijn latere vriend respectievelijk vijand.
De ontvoerde Freddy Heineken had, zo vertelde Peter mij eens, met zijn
thuiskratjes niet alleen de vader van Holleeder, maar eigenlijk heel Nederland
aan de drank gebracht.
En sinds de jaren tachtig gingen
er ook nog eens miljarden om in softdrugs, dankzij het gedoogbeleid. De
politiek werd wakker toen in 1991 drugsbaron Klaas Bruinsma werd vermoord. Veel later zou
Peter aannemelijk maken dat de hasjimporteur iets moois had beleefd met prinses
Mabel. Maar eerst kwam er een groot, grensverleggend politieonderzoek naar de mafia-organisatie
die Bruinsma zou hebben nagelaten. De recherche hield drugscontainers niet langer
bij de grens tegen, maar probeerde transporten tot aan de voordeur te volgen en
zette zelfs een coke-lijn op, om zo de topmannen in het vizier te krijgen.
Alles tevergeefs, want de boeven speelden dubbelspel en konden ongehinderd hun zakken
vullen, met de IRT-affaire als gevolg.
Met die affaire werd misdaadnieuws
mainstreamnieuws en als nieuwbakken redacteur probeerde ik Peter te motiveren
om meer aandacht aan georganiseerde misdaad te besteden. Maar hij liet het
meestal liggen. Hij wilde zich juist onderscheiden van andere media en waarschijnlijk
was hij ook te goed ingevoerd en kon niet straffeloos uit de school klappen.
Wel vocht hij in die tijd met
verborgen camera een fittie uit met die andere hasjboer Steve Brown, maar
verder beperkte hij zich ook toen al tot moord, doodslag en verkrachtingen in
de privé sfeer. Dat soort persoonlijke misdaad hield de mensen volgens hem meer
bezig dan die abstracte drugsimperiums.
Toch mocht ik een keer een item
maken over de megazaak tegen de opvolger van Bruinsma. Er was een tip
binnengekomen dat hasjtransporten die hem in de schoenen werden geschoven, ook
door de politie doorgelaten waren en dus onrechtmatig bewijs. Ik zou ergens in
de achterhoek met de bron gaan praten. Ik herinnerde me afgelopen week dat er
vlak voor mijn vertrek opeens een soort bodyguard op de redactie verscheen, die
mij begeleidde. Dat had Peter ongevraagd geregeld. Hij liet je niet zomaar
alleen rondbanjeren in het criminele milieu. Terugblikkend vind ik dat
ontroerend. Want wie regelde dat soort zaken ongevraagd voor hem?
De hasjcontainer bleek terecht te
zijn gekomen ergens in een afgelegen boerderij. De stroman van de zogenaamde deltaorganisatie
bleek een gemoedelijke hobbyboer, als in de serie Hollands Hoop. Hij vertelde
dat hij in de container sloffen Marlboro had aangetroffen, de doosjes in
werkelijkheid gevuld met plakken Pakistaanse hasj, precies zoals de
parlementaire IRT-commissie had beschreven.
Een paar dagen na de uitzending
ging de Officier van Justitie in de megazaak uitvoerig op het nieuws in. Maar
de verdachte topman van Delta werd evengoed veroordeeld tot een paar jaar cel.
Maar ondertussen waren hasj en
coke toen al lang weer ingehaald door XTC en andere designerdrugs. Nederland
verbouwde nu niet alleen zijn eigen, doorgefokte nederwiet, maar exporteerde
ook partypillen die over de hele wereld net zo in trek waren als de
bijbehorende, hier gefabriceerde elektronische klompendance, die stadions vol
slikkende, snuivende tieners nog altijd in chemische extase weet te brengen. Cor van Hout en Holleeder waren
allang weer vrij en terug aan de top, nu als bijna respectabele vastgoedbonzen
die hun belangen in narcotica, gokken en prostitutie professioneel hadden
afgedekt.
In 2003 werd Van Hout omgelegd,
andere kopstukken volgden en een hele generatie boeven verdween voortijdig
onder de groene zoden, terwijl ook de nieuwe lichting gangsters zich niet
onbetuigd liet. Maar Peter bleef zich grotendeels beperken tot huis, tuin en
keuken moorden, familiedrama’s en persoonlijk leed. Toch deinsde hij niet terug
voor de confrontatie tussen de zussen Holleeder met hun broer of de tweespalt
van kroongetuige Nabil B., die zijn broer verloor. Zo raakte hij – misschien tegen
wil en dank - toch betrokken bij het nieuws over georganiseerde criminaliteit.
Het ging hem om rechtvaardigheid in persoonlijke verhoudingen, maar het gaat de
mafia om miljarden winsten, reputatiebeheer en concurrentie met andere bendes.
Hij kende de risico’s en bleef
trouw aan zijn keuzes. Daar kun je alleen maar respect voor hebben. Hij had
niet de illusie dat je drugsmisdaad effectief kunt terugdringen, maar deed wel
alles om nabestaanden van persoonlijke misdaad genoegdoening te geven. En inderdaad zijn de IRT-affaire en andere
mega-processen stoffige geschiedenis geworden, terwijl de verhalen over Nicky
Verstappen of Tanja Groen tijdloos blijven. Het maakt niet uit hoe lang geleden,
de doden worden niet ouder, blijven jong, de wonden vers en het feit dat hun
moordenaars vrij rondlopen onaanvaardbaar, zolang iemand over ze blijft
vertellen. Net zoals het onaanvaardbaar is dat Peter R. de Vries er niet meer
is om dat te doen.
|
Juni 2021 - Beeldvorming
in de politiek kan soms alle kanten uit schieten. Vaak gaat het niet eens om
wat we zien, maar om wat we denken dat anderen ervan maken. Niet om je eigen
opinie maar om die zogenaamde ‘publieke’ opinie. Rutte won de verkiezingen,
maar door blunders van Ollongren en hemzelf stond hij opeens te kijk als
intrigant die Omtzigt weg wilde promoveren. 
De oppositie hakte op hem in, Kaag
met haar Nieuw Leiderschap en Hoekstra die zelf met Omtzigt in zijn maag zit,
trapten vals nog wat na en de Christenunie gaf hem een dag later, op goede
vrijdag de Judaskus. Rutte verscheen ontredderd met mutsje en fiets in het
Journaal, als een wankelende dictator op de vlucht. Zijn tijd was voorbij,
concludeerde de parlementaire pers.
Maar twee maanden later is het beeld
weer gekanteld, zit Rutte weer ferm op het fietszadel en kan kiezen wie hij de
komende jaren achterop neemt, met hun hangende pootjes: Ploumen en Klaver of toch
weer Segers? Ik weet niet of hij zelf heeft bedisseld dat de notulen van de
ministerraad via RTL Nieuws uitlekten, maar daaruit bleek dat niet hij maar juist
ministers van CDA, CU en D66 klaagden over Omtzigt.
En eigenlijk wisten we dit
allemaal best. Het was natuurlijk leuk om teflon Rutte een paar weken lang af
te branden en de man heeft ook ongetwijfeld fouten, maar achterbaksheid kun je
hem moeilijk verwijten. Dan zou hij nooit tien jaar hebben kunnen regeren met
links en rechts zonder ook maar één vijand te maken. Hij handhaaft zich niet door
politieke spelletjes, maar werkt op basis van vertrouwen, en vertrouwen is makkelijker
als er ook vertrouwelijkheid is, beslotenheid, intimiteit. Binnenskamers gedragen we ons informeler en
losser dan in de openbaarheid. Deals sluit je liever achter gesloten deuren. In
het openbaar gaat onderhandelen stroef en ligt gezichtsverlies op de loer. Je
houdt je kaarten tegen de borst en een compromis vereist moed. Dat heeft niets
met Rutte te maken. Het zal ook niet wezenlijk gaan veranderen met een open
bestuursstijl. De huidige formatie impasse, weken om de hete brei dansen, dat
is het nieuwe besturen in de praktijk.
Rutte is juist altijd een tamelijk
open leider geweest, die ook overweg kan met minderheidscoalities en
gedoogconstructies. Hij is in al die jaren nooit echt met meel in de mond gaan
praten, geeft antwoord waar dat kan en legt uit waarom hij op sommige vragen nog
geen antwoord kan geven. Misschien heeft die transparantie als keerzijde dat
hij een enkele keer in het landsbelang iets moet ‘vergeten’. Liever dat dan een
politicus die overal omheen lult, zodat hij nooit ergens op gepakt kan worden.
Op dit moment is Rutte volgens mij
de beste leider die we hebben, effectiever dan de steile Kaag of de hoekige
Whopper. Ondertussen kan zijn opvolger zich warmlopen. Met al het gedoe kan het
imago van de overspannen Omtzigt niet meer stuk. Hier ligt een buitengewone politieke kans. Als hij de komende twee jaar zich
verder profileert met de enquêtes die Rutte een waardige aftocht zullen gaan bezorgen,
dan kan hij de volgende verkiezingen winnen en de premiershamer overnemen. Omtzigt
is meer dan de zoveelste populistische eendagsvlieg. Hij heeft, getuige zijn
boek, verstand van besturen en kijkt voorbij de onderbuik, de waan van de dag, de
randstad en de landsgrenzen. Hij lijkt me een populist van de goede soort. Een
outsider, maar wel met kennis van zaken en gericht op resultaten. Hij spreekt
ook kiezers aan die hun vertrouwen in de politiek zijn verloren en heeft
bewezen te beschikken over het doorzettingsvermogen om veranderingen af te
dwingen. Na decennia van pragmatische polderaars krijgen we straks misschien
een Man met een Missie in het torentje.
|
Maart 2021 - Ons land,
onze luchtwegen en onze gesprekken worden nu al een jaar in beslag genomen door
het virus. Eerst waren er nog wel mensen die meenden dat Covid 19 ons iets
wilde vertellen, maar nu probeert zelfs Hugo de Jonge zich niet meer te
verplaatsen in de strategie van de vijand. Ondertussen verplaatst het virus
zich wel in ons. Hoewel niet positief getest en verder zonder klachten deed ik
wel een poging om het virus een stem te geven:
BRIEF VAN
COVID 19
Beste mensen.
Nee, wij zijn
niet uit op wereldheerschappij. Jullie mogen de baas blijven spelen, wij liften
gewoon een poosje met jullie mee. We passen onze databestanden voortdurend aan,
zodat het nog beter tussen ons klikt. Net zoals jullie willen wij niets anders
dan onze in nucleïnezuur versleutelde informatie doorgeven naar de toekomst. Dat
is alles. En jullie helpen een handje daarbij.
Zoogdieren dansen, paren, baren en
verzorgen de nieuwe genetische files, totdat die worden gereproduceerd in een
volgende generatie. En zodra dieren tegen elkaar aan schurken, kunnen wij,
virussen, ook verder met de verspreiding van óngenen. We zijn gegevensdragers,
zakjes DNA, net zo goed als jullie. Het ene DNA is niet beter of belangrijker
dan het andere. Het wil allemaal overleven, mee bljven tellen in de optelsom
van eigenschappen, de verscheidenheid aan kleuren, vormen en leefwijzen. Van
mug tot olifant, van alg tot aap.
In alle bescheidenheid zijn wij
misschien wel de meest efficiënte vorm van evolutie. We eten niet en worden
niet gegeten. We zijn totaal nutteloos, kunnen alleen delen en muteren. Daarbij
worden we niet afgeleid door zintuigen of zelfbewustzijn. Toch schieten ook wij
soms wat door in levenslust en wordt onze gastheer ziek. Maar dat was dan niet
de bedoeling, zoals ook jullie je habitat, de aarde, niet opzettelijk verzieken.
Als onze gastheer onverhoopt sterft, springen
we over op een ander. Daarvoor hebben we geen liefde nodig, geen restaurants of
theaters, geen festivals of vliegvakanties, hoewel die dingen wel helpen bij
onze vermenigvuldiging.
Ook met vaccins kunnen we leven. Prima
als jullie straks minder ziek worden en het openbare leven wordt hervat.
Hoestend en handenschuddend zullen jullie onze data blijven verspreiden, zonder
dramatiek en quarantaines. Jullie zullen ons vergeten, maar onze genetische
broncode zal niet worden vergeten. Ons verhaal gaat gewoon verder, ook al haakt
het publiek af.
Jullie gooien straks alle remmen
los? Wij hebben de lusten en niet de lasten. Want als er over een paar
eeuwen nauwelijks mensen meer zijn, hebben wij ons allang genesteld in
andere leefvormen. Wij
bestaan al miljoenen jaren, ter land, ter zee en in de lucht.
Onze genen zijn eigenlijk een
soort brieven, net zoals die van jullie. Verhalen over het leven zelf. Maar
waarom worden die brieven al honderden
miljoenen jaren herschreven en doorgegeven, als niemand ze kan lezen? Jullie
proberen de geheimtaal van het DNA stukje bij beetje te decoderen. Maar ontcijferen
is kennelijk wat anders dan begrijpen: Soorten hebben elkaar gewoon nodig. In
wezen zijn jullie net zo aanhankelijk als wij.
|
Oktober 2020
- Eind jaren negentig maakte Nederland kennis met het eufemisme ‘preventief
ruimen’. Voor het eerst werden in naam van virusbestrijding miljoenen varkens,
koeien en kippen gedood en vernietigd. Die virussen waren er altijd al. Maar
door de intensieve veeteelt in een dichtbevolkt land, waren nu opeens draconische
maatregelen nodig. Nieuwsbeelden van dode dieren die met een grijperbak als
vuilnis in containers werden gekieperd (zoals op deze foto van omroep Gelderland) veroorzaakten schok en woede. Varkens in Nood demonstreerde op het Binnenhof
en boeren hingen uit protest dode varkens aan bomen. De foodie trend vind zijn
oorsprong in deze periode. Toch zijn we sindsdien de methode van stamping out
normaal gaan vinden. Elk jaar worden wel een paar keer boerderijen geruimd.
Nertsen, geiten, eenden. We kijken er niet meer van op.
Ik zocht het destijds uit en het
paardenmiddel kwam uit een obscure Brusselse circulaire. Een keer in de dertig
jaar een deel van de veestapel ruimen zou goedkoper uitpakken dan andere
manieren van ziektebestrijding. Toen al vertelden deskundigen in mijn reportage
dat die rekensom achterhaald was. Preventief ruimen is niet alleen
dieronvriendelijk maar ook duur.
Dit jaar maken we kennis met de
ophokplicht voor mensen. Thuiswerken, mondkapjes, een verbod op alle dingen die
het leven leuk maken zoals uitgaan en feestjes, een app die onze laatste
contactmomenten vastlegt. Net als toen komen de regels niet van een duistere mastermind,
maar van stuntelende wetenschappers en medicijnmannen die met de beste
bedoelingen ook maar wat doen. En na Covid 19 doemen de volgende nieuwe
virussen al op. Gaan we straks elk griepseizoen in ‘intelligente lockdown’?
Gaan we elk gemuteerd virus monitoren en ‘gericht bestrijden’?
Het probleem is niet dit relatief
onschuldige virus, maar ons versnipperde zorgstelsel, waar de combinatie van marktwerking en
strenge quota zorgt voor veel bureaucratie, verwarring en fouten. De zorg zou nu gouden
tijden moeten beleven, want er is een enorme zorgvraag. Had al die miljarden gestopt in meer IC-bedden
en het omscholen van tienduizenden werklozen als verpleegassistent. Het is vreemd dat we nu, na een half
jaar, weer allemaal dicht moeten zodat de zorg deels open kan blijven.
We leven sinds maart in een medicocratie, waar falende virologen de dienst uit maken. Maar
artsen zijn niet opgeleid als managers. Ze
worden geleid door smetvrees en maken ons nu al maanden bang voor
kansberekening, voor wat er zou kunnen gebeuren als we niet luisteren
naar de dokter. De zorg zou de oplossing moeten zijn, en niet het
probleem. En het is een slecht idee om het landsbestuur uit te besteden
aan zorgmanagers die hun eigen winkel niet op orde hebben.
Wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart’,
schreef Prediker: We kunnen niet alles doorgronden over de miljoenen microben
die in en om ons krioelen. Ik heb de
corona-app geïnstalleerd, zal vooraan de rij staan voor een vaccin, maar hoop
dat we de corona aanpak straks kunnen beschouwen als een vergissing, een middel
dat erger bleek dan de kwaal. Laten we alle nieuwe varianten gewoon weer griep
noemen, te bestrijden met hoestdrank, thee met honing en vers citrusfruit en
natuurlijk voldoende IC-bedden voor de enkeling die het echt te pakken heeft.
En als ik zelf ooit mocht bezwijken aan een toekomstig achterneefje van
Covid19, dan lijkt me dat een betrekkelijk mild en menswaardig einde.
|
Juni 2020 - Begin
dit jaar schreef iemand in een opinieartikel in de Volkskrant over het gevaar
van een infodemie. Corona was nog een onschuldig dan wel verdacht griepje in
het verre Wuhan, waarover we in de nieuwsarme periode rond de feestdagen vrijblijvend
konden schamperen dan wel griezelen. Twee maanden later had het virus alle
nieuwsuitzendingen en krantenpagina´s geïnfecteerd en sindsdien gaat het
nergens anders meer over.
Dankzij de crisis kreeg de journalistiek
officieel de status van vitale sector, net zo belangrijk als de zorg, de
supermarkten en de schoonmaakbranche. En dus zijn we nieuws gaan maken, veel
nieuws, non stop. De honger naar informatie is onstilbaar bij het thuiszittende
publiek en bij gebrek aan feiten moet de kijker het vaak doen met eindeloos
speculeren en oeverloos discussiëren. We weten niet wat het beste werkt. De virologen
kunnen pas definitieve conclusies trekken wanneer het voorbij is.
Van onschuldige verkoudheid werd
Covid19 bijna van de ene op de andere
dag opgepompt tot die dodelijke pandemie waarvoor rampenfilms ons al die jaren
hadden gewaarschuwd. Het eencellige wezentje met zijn aandoenlijke zuignapjes werd
in de beeldvorming een bloeddorstig vampiertje, de 21e eeuwse versie
van de zwarte dood. Het is oorlog en televisie heeft weer iets van Radio Oranje
met veel ‘eendracht’, ‘samen’ en ‘verbinding’, ook in de galmende
reclameblokken. De werkelijkheid op straat en in de supermarkt voelt anders. Overal
hangt de nervositeit van de tandarts of de security check op de luchthaven. De strijd
tegen het virus maakt ons niet solidair, maar juist bang voor elkaar. Handen
schudden werd handen wassen, de omhelzing anderhalve meter. De gemeenschappelijke
vijand heeft het gezicht van de ander.
Een toch al gepolariseerde
samenleving drijft zo - alle mooie woorden ten spijt - nog wat verder uit elkaar. Eindelijk was het
boerkaverbod in het openbaar vervoer een feit, maar nu moet iedereen zijn
gezicht bedekken. Oud en jong, flex en vast touwtrekken over de regeltjes van
het nieuwe fatsoen en de rekening voor de onvermijdelijke recessie.
Corona zelf is niet zo bijzonder,
maar de bestrijding ervan lijkt me uniek in de wereldgeschiedenis. Zelfs
tijdens gruwelijke oorlogen gaat het leven door, nu ligt alles maandenlang
stil. Tijdens pest-uitbraken in de zeventiende eeuw droegen alleen de dokters gezichtsmaskers
in de vorm van een vogelkop. Veel besmettelijke ziekten zijn dodelijker dan
Corona. Malaria, aids, tbc, cholera, ebola, typhus en veel andere ziektes
steken regelmatig ergens de kop op of maken bepaalde gebieden permanent minder
veilig. Toch hebben we ermee leren leven.Het grootste gevaar van Covid19 is
zijn onschuld. De meeste geïnfecteerden worden niet of nauwelijks ziek maar kunnen
wel anderen besmetten. Vandaar de paniek en de maatregelen in maart, na de
eerste Nederlandse sterfgevallen.
Het angstbeeld van uitpuilende wachtkamers
vol doodzieke mensen was effectief om iedereen drie maanden thuis te houden en deze
golf van besmettingen te smoren. Maar nu dat is gelukt komen de maatregelen overtrokken
voor. Het middel was erger dan de kwaal.
Historici zullen straks misschien op
de corona terugkijken als een wereldwijde massapsychose. De lockdown was in
december bedoeld om het virus in Wuhan in te dammen. Toen dat mislukte, werd het
middel overgenomen door andere landen. Symboolpolitiek, omdat containment al
geen zin meer had. In veel arme landen is nauwelijks corona, maar zitten mensen
al maanden hongerig in hun hutjes, alleen omdat hun regering niet achter wil
blijven.
Rutte beloofde eerst een muur van
immuniteit, later werd het doel flattening the curve. Maar groepsimmuniteit is
nog lang niet bereikt, juist omdat de piek laag, steil en kort bleef.
Uit allerlei onderzoeken blijkt
nog geen heldere relatie tussen aanpak en effect. Helemaal niets doen en laten
uitrazen was geen optie, maar nu de ziekenhuizen weer leeg zijn, kun je
concluderen dat het hele land stil leggen onnodig was.
We zouden vooral kwetsbare mensen
moeten beschermen. Triest dat de verpleegtehuizen tot voor kort niet eens mondkapjes
kregen. Alles ging naar de ziekenhuizen. Tijdens de piek lagen daar 1200 zieken
op de IC. Dat is nauwelijks een epidemie te noemen en zou voor een land als
Nederland geen capaciteitsprobleem mogen vormen.
Er zullen vast nieuwe,
plaatselijke uitbraken komen. Ik hoop dat de media tegen die tijd uitgekeken
zijn op het onderwerp en het afdoen met een item halverwege het journaal. Dat
we in het ergste geval onze mondkapjes uit de kast halen, maar wel gewoon naar
werk, school, restaurant of theater blijven gaan. Tegen die tijd is er vast
weer een ander thema om je druk over te maken. Hoe gaat het eigenlijk met de
Brexit, waarvoor we ook jaren bang zijn gemaakt? Staat de EU straks weer eens op
springen vanwege de corona-schulden? Of zullen we het hebben over de diepere
oorzaken van deze pandemie? Te veel vlees eten en vliegen? Laten we een fractie
van de coronahysterie bewaren voor duurzaamheid en klimaat.
Media blazen de waan van de dag
graag op tot historische proportie, terwijl ze geen aandacht hebben voor structurele
veranderingen. Hoe vaak hebben we de afgelopen decennia na een incident niet beweerd
dat de wereld nooit meer hetzelfde zou worden?
Maar na eerdere epidemieën (gekke
koeien, Q koorts, varkenspest, vogelgriep) werden dieren nog verder opgehokt in
steriele quarantaine. Op 9/11 en IS reageerden we met laffe bombardementen op
onschuldige burgers en steun aan misdadige regimes. Na de schuldencrisis trokken
de oude banken zich verder terug in hun ivoren torens. De eurocrisis werd
opgelost door de geldpers permanent te laten draaien, ook de komende jaren weer.
Elke keer gaan we, zodra het weer kan, op de oude voet verder en zetten zelfs
nog een tandje bij. De geschiedenis leert dat de meeste mensen er weinig van
leren.
|
Maart 2020 -
Uit de veelbesproken talkshow oorlog is wat mij betreft een grote winnaar
tevoorschijn gekomen, waar je niet zoveel over hoort. Dat is de geloofwaardigheid
van de journalistiek. En die kan in deze tijden van nepnieuws en complot denken
wel een succesje gebruiken.
Nog maar twee maanden geleden gaf
niemand een cent voor de publieke omroep. Jinek had zich laten wegkopen door
RTL en Jeroen Pauw vertrok, volgens NRC omdat hij nog meer wilde verdienen dan
hij al deed.
Hoongelach alom toen NPO
aankondigde de twee Late Night sterren te vervangen door vijf presentatiekoppels
met relatief of volslagen onbekende gezichten. Wat een zwaktebod, smaalden de
commentatoren. Wat een armoede! Moeten deze nobody’s het opnemen tegen diva
Jinek? Moeten deze losers de trotse Pauw doen vergeten? Maar vanaf de eerste
uitzending bleek dat heel goed te gaan. De nieuwkomers scoren zelfs structureel
beter dan de ervaren Jinek. Ze hebben vaak betere gasten, de duo presentatie
zorgt voor een prettige sfeer en het zijn bijna allemaal ervaren, inhoudelijk
sterke journalisten. Met zijn tienen zijn ze zeker aan Jinek gewaagd, en het is
gelukkig ook weer niet zo dat alle kijkers Jinek nu links laten liggen. Ik denk
dat de meeste kijkers net als ik heen en weer zappen op zoek naar de interessantste
gasten en verhalen en dat de presentatie weer bijzaak is geworden. Daarom een
overwinning van de inhoud.
Ondertussen zie je tussen de tien nieuwe
gezichten de toptalenten al schitteren. Hugo Logtenberg en Erik Dijkstra zouden
zomaar uit kunnen groeien tot de nieuwe Pauw of zelfs de nieuwe Matthijs. Maar
het is de vraag of zij straks met evenveel gemak een topsalaris kunnen eisen.
Als het succes van OP1 iets duidelijk maakt, is dat talent helemaal niet zo dun
gezaaid is. En bijna iedereen heeft een personality. Als je presentatoren maar
laat groeien en de kijkers aan ze kunnen wennen, dan is er genoeg potentieel.
Het is onzin om een vedette tot ver voorbij zijn uiterste houdbaarheidsdatum
een topsalaris uit te keren, alleen omdat hij in een ver verleden een kans
heeft gehad en gegrepen. Dan is het veel slimmer van de publieke omroep om
nieuwe gezichten een kans te geven. Het gaat tenslotte om belastinggeld en de
kijker wil ook wel weer eens een ander gezicht en geluid.
Het gaat aan de talkshowtafels ook
regelmatig over topsalarissen. Het was altijd ongemakkelijk om zo’n
grootverdiener te zien fulmineren tegen bonussen en graaicultuur bij de banken
of woningcorporaties. Goed, het vraagt misschien meer talent, lef en kennis om
een talkshow te presenteren, dan om een suffe aandeelhoudersvergadering of raad
van bestuur voor te zitten, maar toch voelde het altijd als boter op het hoofd
van de kritische talkshow host. Maar als het thema topsalarissen straks langskomt
bij Op1, dan kunnen de presentatoren van dienst zonder blikken of blozen hun
modale loonstrookje op tafel leggen.
|
September
2019 –
Volgens sommige journalisten is de waarde van een verhaal af te meten
aan de maatschappelijke impact die het heeft. Zo’n journalist heeft een
missie. Hij wil de wereld veranderen en zijn verhaal is een middel.
Zelf heb ik me nooit aangetrokken gevoeld tot actiejournalistiek, noch
van links noch van rechts. Natuurlijk vindt een journalist van alles,
maar zijn meerwaarde ligt in onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Hij
is alleen maar toeschouwer en juist daarom geloofwaardig. Zijn verslag,
het verhaal kan de wereld soms wel veranderen, maar dan moet de
verteller niet in de weg staan.
Ik heb dus nooit ministers ten val gebracht of bedrijven
doen wankelen. Toch hebben mijn verhalen ook wel invloed gehad. Zo zie
ik mezelf graag als geestelijk vader van de Keuringsdienst van Waarde.
Voor EenVandaag maakte in eind jaren negentig een serie reportages over
voedselschandalen. Het was de tijd van varkenspest, gekke koeien en
vogelgriep. Ik ging met de camera de voedselfabrieken in, op zoek naar
de oorsprong van kant en klaar maaltijden. Na twee afleveringen bloedde
de serie dood. Er was weer ander nieuws en het bleek veel research te
kosten. Een jaar later startte de Keuringsdienst met hetzelfde
format, maar dan veel beter uitgewerkt.
Ik was inmiddels bezig met de zaak Guus Kouwenhoven, een
Nederlandse houtmagnaat die verstrikt was geraakt in een gruwelijke
Afrikaanse burgeroorlog. Na mijn primeur werd de man gearresteerd. Wat
volgde was een van de langstlopende processen ooit. De strafzaak loopt
al meer dan vijftien jaar en het einde is nog niet in zicht.
Ook ben ik trots op mijn docu over de weduwe van Hans
Janmaat. Ik portretteerde haar als eerste, Fons de Poel en Jeroen Pauw
brachten ieder hetzelfde verhaal integraal twee keer op prime time, maar niet
half zo goed.
En vorig jaar schreef ik dit stuk over discriminatie
in de advocatuur. Een groep zwarte vrouwen die zich op eigen kracht
invecht in een wereld van witte mannen. Toevallig sprak ik onlangs een
van de dames weer. Het verhaal had veel losgemaakt. Ze waren op de
radio geweest, ontvangen door de deken van de orde van advocaten en
hadden van een juridische uitgeverij gratis abonnementen gekregen. Maar
op het warme bad volgde een koude douche, toen de vrouw vanwege een
ruzie waar ze niets mee te maken had, werd geschorst en door de lokale
orde werd gefileerd. Zelfs die allerlaatste loodjes in een
onbeschrijflijk lange en moeilijke weg die ze moest gaan om haar
achterstand in te halen, werden haar nog extra moeilijk gemaakt. Hadden
de heren het stuk niet gelezen? Zagen ze in haar inzet en integriteit
een bedreiging voor hun zakkenvullerskartel? Wie zal het zeggen. In
ieder geval heeft ze het toch gehaald en is ze nu officieel advocaat.
Als mijn stuk daar ook maar een millimeter aan heeft bijgedragen, dan
is me dat meer waard dan een aftredende minister.
|
Augustus 2019 - Ik ben
wel eens jaloers op geoefende bingewatchers die feilloos hun favoriete
serie kunnen typeren en analyseren. Een sf wild west met robots als
cowboys en een vleugje gothic. Een vampier thriller met humor, SM en
een enkele verdwaalde zombie. Een streekroman met prachtige
landschappen, zinderende incest, rivaliserende drugsbendes en een geheimzinnige
zwervende predikant. De mediaconsument krijgt een breed menu
voorgeschoteld met elke keer weer verrassende combinaties van
vertrouwde elementen.
Ik schrijf zelf fictie, maar ben wat minder goed met genrewetten. Ik
heb weliswaar literatuurwetenschap gestudeerd, maar net in de verkeerde
tijd. Eind jaren tachtig heerste het Modernisme nog op de
universiteiten. Alles draaide om experiment, hermetische, onleesbare
teksten, vervreemding, autonome kunst. Ik ben als het ware jarenlang
gebrainwashed met atonale muziek. Mijn professoren beweerden dat de
tijd van harmonie, klassieke vormen en leuke liedjes definitief voorbij
was. Weliswaar had je nog de postmodernisten die toen al jongleerden
met genres, maar dat was een hype, beweerde mijn neomarxistische
hoogleraar,
dat was een tijdelijke terugval. De toekomst was abstract, een stream
of consciousness van klank en ritme zonder structuur of vaste
betekenis. Hij had natuurlijk ongelijk. Het modernisme is geschiedenis,
en het postmodernisme mainstream geworden.
Alle genres –detective, science fiction, wild
west, griezel, ridders, vampiers en zelfs de romkom- zijn uitgevonden
in de negentiende eeuw, toen lezen bereikbaar werd voor de gewone man.
De genres begonnen vaak met echte literatuur. Omdat de eerste boeken
over Frankenstein, Dracula, kapitein Nemo, Sherlock Holmes en
Ivanhoe bestsellers werden, gingen pulpschrijvers het succes immiteren
en dat doen ze eigenlijk nog altijd. Het woord cliché betekent
letterlijk een drukplaat, een format.
Mijn professoren hadden wel een beetje gelijk. Kunst
en literatuur moeten altijd vernieuwen, origineel zijn, meer dan alleen
maar een invuloefening of herhaling van een succesformule. Tegelijk kan
geen enkel kunstwerk zonder conventies en regels en heeft onze smaak
waarschijnlijk zelfs te maken met onze psychologie. Zoals we lekker
vinden wat ons lichaam nodig heeft (suiker, zout, koolhydraten), zo
geven goede verhalen ons de nodige houvast in het leven. Onder alle
wendingen en variaties schuilt toch vaak nog iets van de oude
moraalvertelling. De rampenfilm waarschuwt en vermaant, de feel good
beloont en motiveert.
De bingewatcher is zich van die impliciete moraal
vaak niet bewust. Die klikt gewoon lekker verder naar de volgende
aflevering, met een zak chips op de bank. De mediaconsument is handig
met labels en typeringen, maar weet dus niet meer wat de labels
betekenen. Het is alleen maar marketing, een manier om spullen te
slijten door er een wervende sticker op te plakken. Ik ben zelf meer
geïnteresseerd in kwaliteit. Een verhaal is namelijk niet alleen maar
goed omdat er een astronaut in zit, of een rechercheur of een
seriemoordenaar. Het verhaal moet boeien en verrassen, en dat zit hem
toch meer in details, originaliteit en vakmanschap dan in het toepassen
of slim combineren van oude genrewetten.
|
Juli 2019 - Bijna
Iedereen boven de veertig herinnert zich het ijdele maar goedlachse
typetje professor Akkermans (‘ik word genoemd’) uit Koot en Bie.
Nu, zoveel jaar later, is Akkermans nog altijd professor, maar de lach
is verdwenen en de eerzucht geradicaliseerd. De man heeft het nooit tot
minister geschopt. Zijn naam wordt zelfs niet meer genoemd. De geleerde
is een boze witte man geworden.
Ik had hem benaderd voor een artikel over
letselschade, want hij doceert tegenwoordig verzekeringsrecht aan de
Vrije Universiteit. Ik had hem twee keer proberen te bellen en een
beleefde mail gestuurd. Toen belde hij ongevraagd terug. Hij had hier
eigenlijk geen
tijd voor, zo dreinde hij, maar voelde zich toch verplicht het
journaille te woord te staan. De wetenschap wordt betaald met
belastinggeld en moet maatschappelijk dienstbaar zijn.
Vervolgens begon Akkermans over de telefoon een
warrig hoorcollege af te steken. Na drie kwartier werd mij duidelijk
dat hij precies dezelfde analyse probeerde te geven, als drie eerder
geraadpleegde bronnen, die dat in een paar zinnen hadden samengevat.
Met een enorme aanloop trapte Akkermans in slow motion een open deur
in. Vragen en interrupties van mij wimpelde hij af. Hij deed niet aan
speculatie. Dit was zuivere wetenschap, bralde hij. Vervolgens begon
hij geheel ongevraagd te oreren over vergezichten waarin wetenschappers
aan de macht zouden zijn.
Ik moest hem uiteindelijk beleefd maar beslist
afkappen, omdat ik een andere afspraak had. Een week later mailde ik
hem zoals afgesproken het concept artikel, waarin ik ook twee quotes
van hem verwerkt had. Nog dezelfde avond mailde hij terug. Ik had hem
goed geciteerd, er zaten geen fouten in het stuk, maar hij was laaiend
over een jurist die ik in het stuk ook aan het woord liet (en die zelfs
meer ruimte kreeg dan hij). Die jurist was fout, en ik had dat veel
duidelijker moeten maken. Dit was slechte journalistiek, een schande om
zo’n oplichter een platform te geven. Akkermans had echt werk van zijn
mail gemaakt en mijn stuk geannoteerd met lange, manische voetnoten
zoals: 'Dit mag niet gepubliceerd worden' en 'je laat toch ook geen
pedofiel aan het woord?'
Ook nu herhaalde de man met veel omhaal alleen maar
wat ikzelf en anderen in het artikel ook al beweerden. De oplichter
werd wel degelijk kritisch opgevoerd, maar subtiel en met wederhoor, zo
schreef ik ook in mijn antwoord aan Akkermans, waarin ik hem bedankte
voor zijn tips en feedback. Ik beloofde het stuk nog wat aan te
scherpen, negeerde zijn tweede mail met dringende adviezen en maakte
een betere versie van het artikel die ik inleverde bij de
opdrachtgever. Toen hoorde ik dat Akkermans ook naar de redactie had
gebeld om voor mij en mijn artikel te waarschuwen. Als journalist stuit
je in probleemwijken soms op vervelende hangjongeren, ik kreeg
meermalen advocaten op mij afgestuurd vanwege onwelgevallige feiten in
verhalen, maar nooit eerder voelde ik me zo geïntimideerd als door deze
lage acties van deze professor Akkermans. Waar bemoeide die man zich
mee, die het verschil kennelijk niet begreep tussen feiten en opinie,
tussen reportage en column? In een reportage neemt de verslaggever zelf
in principe geen positie in. Hij kan alleen door de samenstelling van
het stuk, de toon en selectie een evenwichtig en goed beeld geven. Ik
kan niet iemand interviewen en tegelijk zeggen: deze man vind ik fout.
In een column kan dat natuurlijk wel, en dat doe ik bij dezen. Een
hoogleraar –zelfs in een pseudowetenschap als Rechten- zou beter moeten
weten.
Waar journalisten altijd op zoek moeten naar lezers
of kijkers, kunnen wetenschappers zich hun hele carrière verschansen in
hun eigen gelijk. Ze wanen zich koning in hun minuscule specialisme en
worden goed betaald, omdat hun positie nu eenmaal beschermd is. Ze zijn
gearriveerd en hoeven niet meer bang te zijn voor concurrentie. En waar
geen concurrentie meer is, heersen middelmaat, orthodoxie en eigendunk.
Ik heb Akkermans helemaal uit mijn artikel
geschreven (ik had immers al 3 andere bronnen) en zal hem nooit meer
raadplegen. Dat lijkt me de beste reactie op zijn achterbakse
handelswijze. Het staat iedereen vrij om een andere mening of smaak te
hebben en ik ben altijd bereid daarover te praten. Maar de pers je wil
op proberen te leggen is censuur en dat gaat te ver. Wel zou ik het passend
vinden als professor Akkermams door dit stukje misschien weer een
enkele keer genoemd zal worden. |
April 2019 - In al weer de tweede zuiveringsronde bij het
jonge Forum voor Democratie moest medeoprichter Henk Otten het veld ruimen.
Henk de Tank werd publiekelijk vernederd en afgeserveerd, omdat hij het had
bestaan om in een interview wat kritiek te leveren op het narcisme van Baudet. De
partijleider liet zijn in ongenade gevallen adjudant als straf omstandig
geselen, maar verleende daarna gratie. Henk mag toch in de senaat. Het lijkt een
slimme zet van Baudet. Het oogt lankmoedig, maar is misschien wel het toppunt
van sadisme. De gemuilkorfde beer moet straks in de senaat dansen naar de
pijpen van de Boreale Leider.
Had
de gewezen bankier maar een paar weken gewacht met zijn aanval, dan had hij als
leider van de grootste Senaatsfractie zonder moeite kunnen uitgroeien tot het
gezicht van zijn partij. De regering heeft geen meerderheid in de Eerste kamer en
Otten had deals kunnen sluiten met Rutte 3. Zo zou hij het komisch duo Baudet in
de Tweede kamer moeiteloos voorbij hebben gestreefd. Maar Otten kon niet
wachten, liet zich kietelen door journalisten van NRC en bevestigt maar weer
eens dat bankiers geen betrouwbare penningmeesters zijn, en nog minder benul
hebben van strategie en hoe het er in de echte wereld aan toegaat, zo luiden de
meeste commentaren.
Maar
misschien blijkt het toch anders te liggen, en is juist Baudets hoogmoed
afgestraft. De inmiddels beruchte toespraak na de verkiezingszege was zijn coming
out als racist. Je zag de overwinningsroes in zijn ogen, zijn altijd al gezwollen
voordracht werd die avond nog potsierlijker: “Vrienden! De uil van Minerva…”
Had hij tot nu toe een enkele keer stiekem op zijn hondenfluitje geblazen, nu
draaide hij er niet langer omheen. De kiezer had immers gesproken? Nu kon hij eindelijk
ook vrijuit spreken.
Er
is veel gezegd over het racistische codewoordje ‘boreaal’. Maar los daarvan, bevatte
de toespraak deze sleutelpassage: “Wij, beste vrienden, wij zijn het product
van 300.000 jaar evolutie. Wij hebben meerdere ijstijden overleefd, wij hebben
mammoeten gevloerd. Wij zijn dragers, wij zijn erfgenamen van de grootste
beschaving die ooit heeft bestaan. Wij dragen een unieke kracht. (…) Iets wat
in ons zit, wat nooit kan worden afgepakt.”
Dat
“iets, dat niet kan worden afgepakt”, die “unieke kracht”, daarmee bedoelt
Baudet niet de westerse cultuur of traditie. Die kan immers wel worden afgepakt
of afgezwakt en dat gebeurt ook in de visie van Baudet. Met “de unieke kracht”
die in zijn toehoorders zou schuilen, kan Baudet niets anders bedoelen dan de
genen, het DNA van een fictief, Arisch ras dat zich sinds het ontstaan van homo
sapiens, in het koude noorden hoger zou hebben ontwikkeld (“ijstijden
overleefd”) dan in andere gebieden, met de “grootste beschaving” als resultaat.
Dit
is onzin. De moderne mens stamt uit Afrika, de grootste beschavingen ontstonden
niet in het Boreale noorden, maar net boven de evenaar: China, India, de
Maya’s, Babel, Egypte, later de Grieken en Romeinen, allemaal Zuidelijke of
Oosterse beschavingen die ‘groter’ waren en langer standhielden dan de moderne
Westerse beschaving. Baudets ideeën voeren terug op negentiende eeuwse
theosofische flauwekul, die ook nog eens is verbasterd door nepwetenschappers.
Als er al zoiets is als een indo-europese bakermat, dan ligt die volgens
archeologen ergens in de Kaukasus of het huidige Turkije. De enige Boreale
beschaving is die van de Eskimo’s. Maar iglo’s en honden sleeën vindt Baudet
juist inferieur.
Daarbij
is zijn beeld van de “grootste beschaving” veel te rooskleurig. De
cultuurschatten waarmee hij dweept, gingen ten koste van niet alleen kolonies
en slaven, maar ook van verreweg de meeste Europeanen uit die tijd. Negentig
procent van de Nederlanders had helemaal geen weet van Mozart, Rembrandt of de
grachtengordel. Die probeerde te overleven in een krot of plaggenhut. De gouden
eeuw leverde schitterende monumenten op, maar het dagelijks leven was voor de
meesten tot ver in de twintigste eeuw grauw en armoedig.
Dat
een in Leiden gepromoveerde jurist dit soort onzin serieus lijkt te geloven is
curieus en extra zielig, omdat Baudet er zelf helemaal niet boreaal
uitziet. Net zoals de geblondeerde indo waarvan hij de meeste zeteltjes
afsnoept, probeert hij iemand te zijn die hij niet is.
Maar
is het gevaarlijk? Zijn fanatieke, jonge fans brainstormen op
besloten partijdagen en app-groepen enthousiast over de beste manier om
Nederland etnisch te gaan zuiveren. Daar klinkt gelukkig vooralsnog niets van
door in de officiële partijstandpunten, die eigenlijk best redelijk en
realistisch zijn. Een beetje VVD, een vleugje D66, een snufje PVV light.
Allemaal binnen de grenzen van de wet. Zelfs de Nexit is al geschrapt.
Maar
na zijn overwinning meende Baudet die avond dat zijn kiezers in zijn private waanbeelden
waren gaan geloven. Dat ze hem zouden volgen in zijn queeste tegen het partij-kartel,
de linkse leraren, de klimaat-drammers en “immigratie die het straatbeeld
vertekent”.
Otten
probeerde af te rekenen met de grootheidswaan van Baudet, en lijkt daar voor te
moeten boeten. Maar als je beter naar de uitkomst van het conflict kijkt, dan wordt
Otten misschien wel de winnaar en is juist Baudet gemuilkorfd. Baudet moest de
beschuldiging van greep uit de kas inslikken, Otten werd geprezen om zijn inzet
en bood alleen excuses aan voor de ontstane ophef. Tussen de regels door lees ik
dat Otten helemaal geen genadebrood eet en nog lang niet is uitgespeeld. Baudet
had hem gemakkelijk kunnen royeren. Dat hij er nog zit, betekent dat hij steun
heeft in zijn fractie en de rest van de partij.
Iedereen
vergelijkt de ruzie met LPF-toestanden, maar mij doet het meer denken aan de
breuk tussen Fortuyn en Leefbaar Nederland. Het gematigde Leefbaar probeerde de
extraverte stemmentrekker in het gareel te houden. Dat lukte niet en Fortuyn
moest vertrekken en begon zijn LPF. Of misschien kun je Baudet vergelijken met Steve Bannon, die na
de overwinning door Trump werd gedumpt vanwege zijn ideeën over rassenstrijd.
Er is ook een sterke parallel met de ruzie destijds tussen Rita Verdonk en haar
twee steunpilaren, inclusief de valse verwijten over een “greep uit de kas”. Na
die ruzie liep Trots op Nederland leeg als een ballonnetje lachgas. Dat zal FvD
ook gebeuren, als deze tweespalt vaker gaat opspelen
Vanaf
nu bepalen senatoren en gedeputeerden de koers van FvD. Zij hebben wél
politieke macht en weten dat ze pas meetellen, als ze compromissen sluiten over
bijvoorbeeld klimaatbeleid. Hun kiezers zitten niet te wachten op een nieuwe
PVV, die zich buitenspel zet. FvD zal zich de komende maanden en jaren moeten bewijzen
als een serieuze partij, en nieuwe uitglijders van een ongeleid projectiel
passen daar niet bij. Baudet heeft zijn dienst bewezen als aandachtstrekker,
maar de vraag is of hij mee wil en kan groeien in de nieuwe fase van dit
politieke avontuur. Ik denk het niet, want Baudet heeft niets met polderen.
Zijn enige natte droom is om dit kikkerlandje straks blank en boreaal terug te kunnen
geven aan de golven.
|
Maart 2019 – De
verkeerde man in het foute format. Hoe kan het dat de hele wereld zag
dat Twan Huys, RTL Late Night en hoge kijkcijfers elkaar nooit zouden
gaan vinden in dit universum, terwijl zowel de RTL-top als Huys zelf
met open ogen in een geboren mislukking stapten? Maakt ijdelheid zo
stekeblind? Waren de bonzen dronken?
De NPO mag een log vergadercircus zijn, de
commerciëlen kunnen er ook wat van. Er gaapt een kloof tussen de
werkvloer van een redactie en de executives die in de boardroom de
strategie uitzetten samen met de poppetjes die daar wel of niet bij
zouden passen. De beslissers hebben lang niet altijd verstand van
televisie, maar denken in cijfers, marktaandelen en focusgroepen. Waar
groot gedacht wordt, worden ook grote fouten gemaakt.
Dus Tan ging en Twan kwam. Een kundige, maar
misschien wat overschatte verslaggever en nieuwslezer. Niet bekend om
zijn scoops, briljante vragen of originele inzichten, wel van een prijs
voor een reportage die eigenlijk door zijn redactie was gemaakt en een
studentenspreekuur waarvan hij de ‘bedenker’ en kleurloze moderator
was. De moeilijke vragen voor Holleeder liet hij lekker over aan de
bolleboosjes in de zaal. 
Maar dat is flauw. Huys is een betrouwbare, gedegen
anchor, geknipt voor het journaal. Hij mist evenwel de charme van
Humberto, de eloquentie van Van Nieuwkerk, de flair van Eva of het vilein van Jeroen Pauw. Daarbij werd
de RTL talkshow in plaats van inhoudelijker, juist ondraaglijk licht.
RTL leek te programmeren voor sadisten die avond aan avond puur
leedvermaak kregen voorgeschoteld. Dit keer geen obesitas, daklozen,
onhandige klussers of zingende kleuters, maar een verdwaalde
hypotheekadviseur die zich manmoedig door een reeks kromme teksten en
domme vragen heen
glimlachte.
Ondertussen deserteerde de hoogste RTL baas samen
met bijna alle RTL sterren naar concurrent SBS van John de Mol en werd
het late feestje op vier nog sneuer. Het leek de laatste weken op een
soort ‘Koffietijd’ van de Limburgse regionale omroep, met veel zachte
g’s en opgelegde jolijt.
Ik ben zelf wel eens weggelokt bij de publieke
omroep om als verslaggever te gaan werken bij een nieuwsuur van RTL,
dagelijks vanaf 10 uur met nieuws, misdaadnieuws en sport. Het zou
allemaal heel journalistiek worden, en het nieuws was dat ook wel, maar
het misdaadblok werd toch vooral een dagelijkse dosis Peter R. de
Vries, die, los van de actualiteit, zijn eigen verhalen over meerdere
dagen uitserveerde. Niets mis mee, maar niet waar ik voor had getekend
en het werd ook geen succes.
RTL begon destijds met Barend en Van Dorp, de
oerversie van Late Night. Toen die stopten namen Pauw en Witteman het
stok je over. Humberto wist met een lichtere toets veel kijkers van het
duo weg te kapen en werd zelf vervolgens leeggezogen door Eva Jinek,
die op NPO1 met Jeroen Pauw ging afwisselen. Het lijkt de kijker niet
zozeer om licht of zwaar te gaan, maar vooral om de toon en de
afwisseling. Die waren bij Huys niet goed.
Mislukkingen horen er in het zakenleven gewoon bij.
De zender neemt zijn verlies en verzint een nieuw product. Maar het is
natuurlijk heel vervelend wanneer jij de mislukking bent, als jij je
ego hebt laten kietelen om mee te doen aan iets waarvan je zelf
eigenlijk ook wel wist dat het niks zou worden.
|
Februari 2019 – In alle stilte verscheen
vorige maand het nieuwe boek van Mohamed Rasoel, ‘Melkkoe en Zondebok’. Toen ik
hem vijf jaar geleden tevergeefs probeerde te interviewen voor mijn
documentaire ‘Op zoek naar Rasoel’, kondigde hij het al aan. Zijn eerste boekje,
“De Ondergang van Nederland” veroorzaakte in 1990 een enorme rel en meerdere
strafzaken. Nu blijft het stil.
'De
Ondergang van Nederland’ was een islamofoob en ook tamelijk racistisch pamflet dat
al snel werd verboden. Rasoel verscheen een paar keer op TV met pruik en
zonnebril, bang voor represailles uit de moslimhoek. Er werd druk gespeculeerd
over de ware identiteit van de vermomde schrijver met schuilnaam. Theo van
Gogh? Gerrit Komrij? In mijn documentaire maak ik aannemelijk dat de ware
schrijver toch die vermomde komediant was, Zoka van der A., een uit Pakistaan
gevluchte hippie die in Nederland rondtrok als cover-artiest, een one man
band voor feesten en partijen.
Ik
sprak met oude vrienden, buurtgenoten, kennissen en doodsbange
ex-vrouwen van Zoka en
reconstrueerde een portret van een paranoïde psychopaat die na de
veroordeling voor het discriminaterende boekje verder was afgegleden en meerdere malen
veroordeeld voor
verkrachtingen en het maken van kinderporno. Hij bleek de belichaming
van het
gevaar waar hij de ‘naïeve’ Nederlanders in het ranzige boekje voor
waarschuwde. Een
man die met charme, provocerende meningen en desnoods een zielig
verhaal mensen
voor zich wist te winnen, maar ook wildvreemde vrouwen met een mes tot
seks dwong
of minderjarige daklozen drogeerde, verkrachtte en dat filmde. Zoka
alias Mohamed Rasoel
bleek met andere woorden Wilders’ worst nightmare. Het was extra pikant dat de
PVV in 2012 met een motie zijn boekje gratis had willen verspreiden op alle middelbare
scholen.
In
het nieuwe boek zet Rasoel de mystificatie onverdroten voort. ’Alhoewel hij tijdens
zijn leven talloze vrouwen heeft proberen te verkrachten, omdat hij het flirten
niet begreep’, zo schrijft het voorwoord: ‘was hij zeker niet Zoka van der A.
en Gerrit Komrij was homofiel.’ Het voorwoord beweert dat Rasoel na alle
commotie in 1990 is gevlucht naar Oost-Europa en dat hij onlangs overleed in
een grot in Afghanistan. Dit boek zou zijn testament zijn, maar dat is onzin.
Zoka verkeert voor zover ik weet in goede gezondheid en was vijf jaar terug niet
te beroerd om een Zuidas-advocaat op de NTR af te sturen om een scene uit de
documentaire te krijgen.
Ik
ga zijn nieuwe boek niet lezen en verwacht er verder weinig meer van. Het taboe
is er af en zijn geluid is inmiddels helaas overal te vinden op internet.
Misschien solliciteert Zoka naar een plek op de lijst van FvD als de nieuwe
Ramautarsing. Ook daar zou vrees ik niemand zich meer druk over maken.
|
Januari 2019
- Sluipenderwijs maakt de politieke correctheid de afgelopen jaren een come
back op TV en in de kolommen van de kwaliteitskranten. Ze is natuurlijk nooit
helemaal weggeweest, maar in de debatten over #MeToo, White Privilege,
klimaatverandering en de flauwiteiten van Derksen en Van der Gijp laat het
vermanende PC-vingertje zich weer steeds vaker van haar meest onberispelijke en
dus ook wel voorspelbare kant zien. Vooral de jongste generatie columnisten in
Volkskrant en NRC laat zich zonder gene op haar correctste beentje voorstaan.
Ondertussen zijn ouderen, en ook
wel jongeren op sociale media en in het echte leven nog altijd druk doende de
grenzen van het politiek onbetamelijke te verleggen, wat de brave PC borsten
dan weer aanleiding geeft om nog eens te benadrukken hoe belangrijk het is om
de rechten dan vrouwen, minder validen, LHBTIQRST-ers, Groningse aardbevingsgedupeerden,
mensen met een migratieachtergrond, geachte reizigers en eigenlijk iedereen die ergens het
slachtoffer van denkt te zijn geweest, zo omzichtig mogelijk te respecteren. Soms
lijkt het er bij de kletsprogramma’s op TV en de opiniepagina’s bijna op alsof
we allemaal weer ouderwets in het PC gareel zijn gemept, pal voor het
kinderpardon en de warmtepomp. Maar
dat is helaas niet zo, blijkt uit de
peilingen. Integendeel, het populisme heeft er nog nooit zo florissant
voorgestaan. We stevenen na de volgende kamerverkiezingen misschien wel
af op een coalititie VVD-CDA-FVD met steun van PVV. Vreselijk!
Politieke correctheid is een oud scheldwoord voor de moraal van de babyboomers. Die hadden sinds ’68
korte metten gemaakt met het fatsoen van hun ouders, maar vanaf de vroege jaren negentig werd hen door hun
inmiddels volwassen kinderen zelf een spiegel voorgehouden. Hoezo alles moet
kunnen? Waren die idealen niet een beetje naïef? Zat er vaak niet iets onder
dat helemaal niet mooi was? PC was een knellende orthodoxie geworden.
Tegenspraak werd niet geduld. Feiten die niet met de leer overeen kwamen, wilden
we niet zien. Waar was de twijfel? Waar was het debat? Alleen met humor en
ironie mochten schrijvers en cabaretiers in die tijd nog een beetje knabbelen
aan onze vermeende consensus.
PC werd uiteindelijk definitief verneukt door smeerlappen als Harvey Weinstein en Bill Cosby en graaiers
in de sociale sector en de charitasindustrie. Links lullen, rechts vullen.
Vooruitstrevendheid was ten onrechte een tijdje synoniem voor hypocriet. De
goede beginselen waren misbruikt door hele foute types. Toch doet dat aan het
ideaal natuurlijk niets af. Wie even nadenkt,
kan niet anders zijn dan feminist, antiracist en tegen discriminatie op
welke
grond dan ook. Maar ik hoef niet elke dag in mijn krant te
lezen hoe een nieuwe generatie columnisten zich uitput in
weldenkendheid. Het lijkt me ook niet verstandig om allang geaccepteere
waarden er
alsnog doorheen proberen te drammen. Dat komt zwak over en roept juist
meer wrevel en ontkenning op. Je stelt je punt onwillekeurig opnieuw
ter discussie.
Ik heb dan ook niet zoveel met het pathos waarmee een nieuwe generatie het verre
verleden oprakelt en de antieke ketenen met veel misbaar opnieuw van zich
afwerpt. Maar goed, dat is nog altijd beter dan verdwaasde FVD bleekneusjes die
al even antieke rassentheorieën omarmen. Wat ik wel mis in de krant en elders is
ironie, distantie en humor. De cabaretiers en columnisten van nu mogen de
grappen niet overlaten aan amateurs als Derksen, Van der Gijp en Geenstijl.
|
Augustus 2018 - Ik las
ergens dat Stef Blok op Doug Stamper lijkt, en dat was mijzelf ook al
opgevallen. Sterker nog: Stef Blok is Doug Stamper, het
meelijwekkendste personage uit House of Cards. Hetzelfde kalende
piekerhoofd, dezelfde zeurstem, sombere blik, licht gebogen tred en
totaal gebrek aan uitstraling. Doug Stamper deed het vuile werk voor
Frank Underwood, Blok is de loyale klusjesman van R utte.
Anders dan Stamper doet Blok voor zover bekend geen politieke
moorden, maar nette klussen die hij ook altijd onberispelijk heeft
uitgevoerd. Zo was hij fractievoorzitter, onderhandelaar, campagneleider en invalminister.
Het is helemaal niet zo vreemd dat Blok op Stamper
lijkt. Wereldwijd moeten er tientallen miljoenen Stef Blokjes
rondlopen, en ze hebben het vaak niet gemakkelijk. Klusjesmannen en
onderknuppels doen ondankbaar werk. Nooit komen ze toe aan eigen visies
of idealen. Ze zijn druk met het oplappen van gaten die er vallen in
andermans dromen. Daar valt geen eer aan te behalen en die krijgen ze
dus ook niet.
Met Halbe Zijlstra viel er weer eens een VVDroom in duigen en dus werd Blok - die
bekend staat om zijn hekel aan reizen - weer opgetrommeld van de reservebank, deze keer met als portefeuille de Grote Boze
Buitenwereld. En zo kwam het dat een groep vaderlandse
wereldverbeteraars bijeen kwam om te luisteren naar de kersverse
opper-diplomaat. Blok, naar wie normaal nooit geluisterd wordt, wilde
ze eens een beetje stangen. Een realistisch verhaal konden ze krijgen,
met de beide benen op de grond. Zo moet hij het ongeveer bedoeld
hebben, maar het kwam er heel anders uit. Misschien had hij eigenlijk
nooit nagedacht hoe hij zelf eigenlijk was gaan denken over sommige
dingen. Daar hebben meer mensen last van op een zekere leeftijd. Sadder and wiser.
Realistischer. Conservatiever ook. Niets mis mee, Maar Blok gleed door
richting feitenvrije PVV-retoriek, die hij in de maanden daarna niet
terug heeft willen nemen.
De relatie met landen als Suriname zal niet meer
goedkomen. Mannen als Erdogan, Putin en Trump zullen in hem een
geestverwant zien, iemand die hen begrijpt, ook al mist hij zelf het
charisma om er politieke munt uit te slaan. Maar voor zijn werk In Den
Haag en Brussel is Blok nu ongeloofwaardig en onhoudbaar gorden. Wat
als de minister van Justitie zou verzuchten dat misdaad nu eenmaal
loont? Of dat de minister van Volksgezondheid zou berusten in het feit
dat we allemaal toch vroeg of laat dood gaan? Het is me wat en het valt
allemaal niet mee, maar het is aan een minister om daar
met visie en beleid wat aan te doen.
Anders dan Blok heb ik veel gereisd door
brandhaarden en het valt me altijd op dat verreweg de meeste mensen er
gewoon vreedzaam naast elkaar leven. Surinamers, Hutu’s, Bosnische
Serviërs, Joden en Palestijnen: Hun genen vertellen dat een goede buur
beter is dan een verre vriend. De conflicten ontstaan pas als foute
politici de tegenstellingen gaan aanwakkeren.
Zo’n politicus is Stef Blok gelukkig niet, en hij
mag vinden en zeggen wat hij wil. maar van een minister verwacht je nu
eenmaal meer ambitie dan van een klusjesman. Laat hij zijn portefeuille
inleveren of wisselen met een andere minister.
House of Cards werd vorig jaar gestaakt toen
Underwood’s gewetenloze machtswellust niet alleen fictie maar ook
werkelijkheid bleek te zijn. Stamper was al eerder gedumpt als nuttige
idioot en uit de serie geschreven, lees ik nu. Zelf was ik als kijker
na seizoen twee al afgehaakt. Zwarte humor en een gezonde dosis
mensenhaat zijn prima op zijn tijd, maar liever niet in het Witte huis
en ook niet in de Treves-zaal.
|
Augustus 2018 - Een
paar jaar geleden bezocht ik het mythische Kisangani, een stad midden
in de oerwouden van het enorme Congo-Kinshasa. De stad werd ooit
gesticht door ontdekkingsreiziger Stanley, die in opdracht van de
Belgische koning de Congo rivier was opgevaren, bijna tweeduizend
kilometer de binnenlanden in. Het werd al snel een beruchte handelspost
en stond model voor Heart of Darkness, de beroemde roman van Joseph
Conrad die weer model stond voor de film Apocalyps now.
Ook A Bend in the river, het meest bekende boek van de
afgelopen weekend overleden schrijver V.S. Naipaul speelt in een stad
die lijkt op Kisangani, gelegen aan een bocht in de congo rivier.
Naipaul was omstreden, een typische `donkerwitte` hindoestaan die
worstelde met de koloniale erfenis. Ogenschijnlijk was hij Britser dan
de Britten en hij liet zich in de jaren zeventig al laatdunkend uit
over al die nieuwe, toen al half mislukte staten. Maar hij was ook de
eerste die twintig jaar voor 9/11 schreef over de revival van het
islamisme, over de ambitie van de Aziatische nieuwe industrielanden,
over hoe westerse waarden als democratie zich moeizaam laten vertalen
naar andere culturen. Hij was geen optimist of gemakzuchtige
kosmopoliet, maar wel een hele goede, precieze observator met een mooie
stijl.
Zoals hij het fictieve Kisangani beschreef, de slaperigheid en
stilstand, om de paar jaar wreed verstoord door plotselinge onlusten,
onverklaarbare geweldsexplosies en daarachter het gekonkel en tribale
gestook van krijgsheren en schimmige zakenmannen, allemaal door de ogen
van Indiase winkeliers die zich daar ooit hadden gevestigd als burgers
van een Empire dat niet meer bestond, maar er toch waren gebleven, al
hoorden ze er niet thuis (volgens Naipaul, zelf geboren op Trinidad en
overleden in Londen, en al even kritisch over zijn land van herkomst
India).
Toen ik in Kisangani arriveerde was het er doodkalm. Met een
busje van de VN werd ik van de luchthaven naar een guesthouse gebracht.
De voormalige rubberstad leek uitgestorven, op de blauwhelmen na. Ik
liep een rondje door de buurt. Niets. Geen mensen, geen auto’s, alles
en iedereen achter de muren van compounds. Ik at een broodje op een
terras. Er kwamen gelijk twee mannen op me af met koffers vol
houtsnijwerk. Ze achtervolgden me later zelfs tot in het hotel. Ik was
de enige toerist. Ik moest wat kopen.
Ik ben zo snel mogelijk weer vertrokken. Hier was niets te
zien. Geen drama, geen hoofden op palen zoals bij Conrad, geen sporen
van het oerwoud, geen bruisende markt zoals in andere Congolese steden.
Naipaul had het goed beschreven: Dit was een kunstmatige stad aan een
bocht in die machtige rivier, een soort vacuüm, een plek die je zonder
omwegen vraagt wat je er eigenlijk komt doen.
|
5 maart 2017 - In deze
wezenloze campagne is Wilders tot dusver de grote afwezige. Het cordon
sanitaire heeft hem volgens de peilingen nauwelijks geraakt. Houdt Wilders zijn
kruit droog voor de eindspurt, de debatten waar hij wel aan mee gaat doen? Of
grijpt hij de problemen rond zijn beveiliging aan als excuus om straks als
tweede of derde te eindigen? Misschien koerst hij aan op verlies, zodat hij kan
blijven prijsschieten vanuit de oppositie?
Ik ga niet op hem stemmen, maar
toch hoop ik dat de PVV deze keer de grootste wordt. In dat geval zouden de
andere partijen hun mislukte strategie beter kunnen heroverwegen. Want als de
PVV de grootste wordt, biedt dat nieuwe kansen om de partij klein te krijgen.
Al dertien jaar lang is Wilders een belofte, de eeuwige nieuwkomer die ons
landje “weer groot gaat maken”. Als Wilders wint moet hij die belofte waar zien
te maken. Ongetwijfeld weet hij als geen ander dat hij dit helemaal niet kan.
Mijn onlangs gepubliceerde online
documentaire “Wilders wilde haren” blikt terug op de tienerjaren van deze rebel
zonder reden. Een dwarse puber die zijn wortels zocht in Israël en onder Joodse
kolonisten inspiratie opdeed voor zijn latere kruistocht. Als het aan de
inmiddels 53 jarige angry young man
ligt, blijft hij ook de komende vier jaar onverminderd puberen in de oppositie.
Niets wijst erop dat Wilders wil regeren. Hij heeft geen verkiezingsprogramma,
hij heeft nooit moeite gedaan om een partijorganisatie op te bouwen en heeft
geen kandidaten voor regeringsposten. Wilders is een control freak die de
leiding over zijn eenmanszaak nooit zal willen delen met PVV-ministers,
staatssecretarissen en fractievoorzitters. Geen LPF-toestanden, herhaalde hij
vorige maand voor de Duitse televisie.
De LPF mocht in 2002 na één
overwinning gelijk meeregeren, en ging binnen een paar maanden ruziënd ten
onder. Wilders kwam tot nu toe weg met een comfortabele rol als gedoger van het
kabinet Rutte 1: Wel de lusten, niet de lasten van de macht.
Stel dat hij nu de grootste wordt,
dan ligt de bal bij hem. Hij zal het voortouw moeten nemen om andere partijen
te verleiden tot een coalitie. In het WNL-interview van vorige maand liet hij
doorschemeren dat hij zich daarbij weinig gelegen zal laten liggen aan de
strijdkreten uit zijn verkiezings-A4’tje. Alles is voor hem bespreekbaar.
Formateur Wilders zal zich coöperatief opstellen beweerde hij, in de wetenschap
dat bijna iedereen hem al heeft uitgesloten.
Het is voor al die andere partijen
dus zaak om hun mislukte cordon zo snel mogelijk op te heffen. Ze zijn er veel
meer bij gebaat om Wilders in de rest van de campagne en –mocht hij de grootste
worden- na 16 maart zo ver mogelijk uit zijn tent te lokken en desnoods zelfs
een tijdje met hem te gaan regeren, natuurlijk binnen de grenzen van de
grondwet.
Mocht de formatie van het kabinet
Wilders I niet lukken dan zal er een andere coalitie zonder de PVV moet worden
gesmeed. Maar Wilders op voorhand buitensluiten is hem in de kaart spelen. Hij
zal het huidige cordon met beide handen aangrijpen als een excuus om in de
oppositie verder te groeien. Voor zijn kiezers moet duidelijk worden dat het
mislukken van een formatie te wijten is aan Wilders’ vooringenomenheid, niet
die van de midden partijen.
Zodra de kiezers doorkrijgen dat
hun volksvertegenwoordiger eigenlijk helemaal niet wil regeren, zullen ze
teleurgesteld afdruipen. Dat merkte de SP na de formatie van 2006. De partij
had veel zetels gewonnen en mocht mee formeren. Maar na één gesprek liet Jan
Marijnissen zich al gewillig afschepen door het CDA, zodat hij zich kon wijden
aan het managen van een sterk gegroeide fractie. De SP heeft sindsdien nooit
meer dat aantal zetels behaald.
Hetzelfde kan de PVV overkomen.
Daarom is het belangrijk dat de andere partijen een afwachtende houding
aannemen. Natuurlijk moeten ze Wilders aanspreken op zijn onhaalbare
standpunten en discriminerende uitlatingen, maar tegelijk de deur openhouden.
Zo dagen ze Wilders uit om de stap te maken van een protestpartij naar een
coalitie-kandidaat. Wat wil hij nu echt bereiken voor zijn achterban? Die
zitten niet te wachten op symbool-politiek als een Koran-verbod. Heeft Wilders
wel voeling met wat er onder zijn kiezers leeft? Kan hij hun reële zorgen
vertalen naar haalbaar, uitvoerbaar beleid? Ik ben benieuwd waar hij mee komt
als hij de grootste wordt. Na dertien jaar mag de PVV het dan eindelijk waar
maken.
Laat Wilders straks maar zwoegen
in zijn nieuwe rol. Laat hem maar bruggen bouwen, compromissen aandragen (“mag
het een onsje minder, minder zijn?”), eindelijk eens dat moeizame politieke
handwerk verrichten waarvoor wij hem nu al dertien jaar betalen en beveiligen.
En laat hem als onze eigen versie van Trump grandioos mislukken.
|
Februari 2017- Ik ontmoette hem toevallig
in 2010, in de haven van Berbera, Somaliland. Jürgen Kantner,
zeezeiler, zestiger, een ontzettend aardige, gewone man die zijn
rijtjeshuis had verkocht om op zijn oude dag een jongensdroom te
vervullen: de wereldzeëen over in een klein zeiljacht. Op die manier
genoot hij van zijn pensioentje. Het bewijs dat je geen miljonair hoeft
te zijn voor
het Zwitser-leven-gevoel. Maar toen was zijn scheepje geënterd door
Somalische piraten en werden hij en zijn vrouw gevangen
gehouden in de rimboe.
En nu zat hij hier - na maanden wachten vrijgekocht- aan de verlaten
kade in Berbera zijn zeilboot Rockall te repareren. Alles was geplunderd. Zelfs de
motor was er door de piraten uitgesloopt. Hij vertelde
erover voor mijn camera, wees de mast aan waaraan ze hem op
hadden willen hangen, hoe hij en zijn vrouw uiteindelijk waren
vrijgelaten nadat de piraten de dollarbiljetten van het losgeld één
voor één met een geavanceerd apparaat op echtheid hadden gecontroleerd.
Kantner wilde verder, vertelde hij toen. Hij sleutelde met somalische scheepsmonteurs
aan een tweedehands motor, lapte zijn scheepje op voor een niewe reis. Zijn vrouw had er meer moeite mee, was
getraumatiseerd. Maar hij hield van de zee en liet zich zijn droom niet
afpakken. Ik verwerkte zijn verhaal
in deze documentaire over piraterij
en hield nog een tijdje contact per mail. Hij en zijn vrouw waren weer
op wereldreis, van haven naar haven in hun eenvoudige jacht.
Dit najaar ging het weer fout. Nu werd het stel overvallen
door de Fillipijnse piraten van Abu Siyaf. Zijn vrouw
Sabine, vastbesloten zich
niet weer te laten gijzelen, kwam bij een vuurgevecht om het
leven.
Kantner werd overmeesterd en weggevoerd door de islamitische
separatisten. Hij smeekte de afgelopen maanden voor zijn leven,
voor losgeld, in video's
die ik niet hoef te zien. De Duitse regering weigert te onderhandelen
met terroristen. En nu is hij dood, onthoofd. Ook die beelden schijnen online te
staan. Zijn lijk is inmiddels teruggevonden. Een bescheiden,
rustige man
die geen problemen wilde, die niet voor niets het ruime sop verkoos
boven het vaste land. Een oude dag in het paradijs, samen
genieten van de ondergaande zon: Hij kende de risico's en ik hoop dat
de tussenliggende jaren mooi zijn geweest, dat hij geen spijt heeft
gehad van zijn keuze. Ik had ze veel meer tijd gegund en een minder
gruwelijk einde. Diep, diep triest. |
November 2016 - De zege van Donald Trump deed me in eerste instantie denken aan
de roman "The Plot against America" van Philip Roth. Dit boek,
gepubliceerd rond de herverkiezing van George W. Bush in 2004, is een
verbeelding van wat er gebeurd zou kunnen zijn, als Amerika in de jaren
veertig niet Roosevelt maar de fascist Charles Lindbergh zou hebben verkozen
als president. Maar daarna drong zich een
ander boek aan me op: Het ultrarechtse cultboek "Atlas
shrugged" van Ayn Rand. Trump, die zich erop laat voostaan dat hij
nooit boeken leest, is desalniettemin een bewonderaar van deze
omstreden schrijfster en filosoof. Rand weet in dit boek de Amerikaanse droom
om te turnen naar een fascistoïde nachtmerrie.
"Atlas Shrugged" is een curieus boek, gepubliceerd in 1957. Ik zie de dikke pil sinds jaar en dag liggen
in luchthavenkiosken. De roman wordt op het omslag aangeprezen als het populairste boek na de Bijbel, maar het heeft
weinig literaire status. Ik ben het uit
nieuwsgierigheid maar eens gaan lezen en het blijkt een saaie ideëenroman waarin de schrijfster vooral
een
ideologisch antwoord wil geven op het communisme. Rand werd geboren in
Sint Petersburg, onvluchtte de
Russische revolutie en schetst in haar roman een karikatuur van
socialisme en planeconomie. Ze was in de jaren vijftig, op het
hoogtepunt van de koude oorlog, bang dat ook haar nieuwe vaderland, de Verenigde Staten
kapot zouden gaan aan middelmaat en bureaucratie: Bruggen die
instorten, oogsten die mislukken
en treinen die niet meer rijden,
omdat niemand zich
verantwoordelijk voelt en iedereen bang is om initiatief te nemen.
Vergelijk haar fictie uit de jaren vijftig met de verouderde
infrastructuur die
Trump nu belooft aan te pakken!
Het langdradige epos volgt een aantal
bordkartonnen helden die zich verzetten tegen de middelmaat van
het fictieve Amerikaanse socialisme. Deze eenlingen houden vast aan de
traditionele Amerikaanse waarden van vrijheid en eigen initiatief. Maar
ze maken van de deugd een dogma.
Bij Rand zijn deze Amerikaanse helden veranderd tot
groteske zeloten zoals we die kennen uit het werk van Dostojevski. Haar
zakenmannen en uitvinders geloven in competitie en
marktwerking tegen elke
prijs. In de loop van het boek trekken deze monomane strebers zich terug uit de instortende
verzorgingstaat en beginnen een kapitalistische heilstaat voor de happy few. De Amerikaanse
droom - een meritocratie waarin iedereen met hard
werken, talent
en een beetje geluk vooruit kan komen- wordt bij Rand
een elitaire nachtmerrie waarin alleen plaats is voor
enge übermensen die hun eigen moeder nog zouden verpatsen.
Nu, zestig jaar later, is het communisme al lang tenonder gegaan
aan de door Rand voorspelde zwakheden. En het Amerikaanse
kapitalisme heeft inderdaad wel wat trekken gekregen van deze als
ideaal beschreven angstdroom.
"Atlas shrugged" is natuurlijk vooral populair bij de de
verkeerde mensen. Niet bij echte ondernemers zoals Bill
Gates of Mark Zuckerberg, maar bij bankiers, traders en andere
parasitaire beroepsgroepen: Zij spiegelen zich graag aan dit boek. Greed is good.
Het is niet verwonderlijk dat ook opschepper Trump zich
meent te herkennen in Rand's doorgedraaide superhelden. Hij is -in eigen ogen- ook zo'n
succesvolle bikkel, zo'n meedogenloze self made man die het moest doen met een startkapitaal van schamele miljoenen, geerfd van zijn louche vader. De roman geeft ook de naam aan een bekende anti Islam-site. "Atlas shrugs"
is het populaire extreemrechtse blog van Pamela
Geller, pleitbezorgster van Trump én van Geert Wilders. In deze
tijden van groeiende tweedeling en nieuwe scheidslijnen kan ik iedereen
aanraden dit lijfboek voor de nieuwe elites te lezen, juist omdat het zo immoreel, dom, kortzichtig en slecht geschreven is. |
September 2016 - Het was een koude, hete zomer die achter ons
ligt. Koud qua temperatuur, heet van opwinding en geweld. Het
dieptepunt was de derde week van juli, met bijna elke dag een nieuwe
aanslag in Duitsland of Frankrijk. Gelukkig is het daarna weer rustig
geworden. Het begon al bijna te wennen. Terrorisme
went, en gewenning is waarschijnlijk het enige effectieve weermiddel.
De aanslagen zullen misschien ophouden als we niet meer opkijken van
een nieuwe aanslag. Maar misschien ook niet. In Kaboel en Mogadishu
behoren aanslagen al jaren tot de orde van de dag. Idereen is eraan
gewend. De angst is uitgewerkt, maar de explosies gaan gewoon door,
Wat was het weer een verknipte serie van absurde horror verhalen. De
homoseksuele afghaan die een Gay bar in Orlando schietend
binnenvalt. De Iranier die geinspireerd door Breivik
migrantenkinderen executeert in een MC Donalds in Munchen.
De chauffeur in een scheiding die op de dag van de Franse
revolutie met
zijn vrachtwagen 86 mensen verplettert. Het is allemaal
cultuurschok, identiteits crisis op het scherp van de snede, en in die
bloederige botsingen zit ook nog heus de nodige islam, maar de
restanten van de Islamitische Staat die wat propaganda goed kan
gebruiken,
lijkt de aanslagen met steeds minder kracht op te eisen.
De geheime diensten staan machteloos tegen dit soort
suicidale gekken. Iedereen kan een mes kopen, een auto huren, een wapen
regelen. In de Verenigde Staten is er bijna elke dag wel ergens zo'n
massale schietpartij. Bijna elke dag, jaar in jaar uit, is er wel
iemand die op deze manier uit het leven stapt en zoveel mogelijk
vreemden met zich meesleurt. Met Islam heeft het daar vrijwel nooit iets te
maken. Het is kopieer gedrag en aandacht zoeken.
Toen Goethe in 1774 zijn bestseller over de suicidale Werther
publiceerde, leidde dat tot een golf van copy cats, jonge mannen die
vanuit weltschmertz zich van het leven beroofden. Sinds die tijd
berichten de media terughoudend over zelfmoordenaars. Maar over
zelfmoord terroristen wordt juist heel veel gepubliceerd. En als de
publieksmedia besluiten om namen en gezichten van de daders niet meer
te tonen, zoals de Franse media deze zomer besloten, dan zet de
terrorist zijn testament zelf wel online.
Negeren is het beste. Aandacht voor de slachtoffers en de daders
zoveel mogelijk doodzwijgen. Het zijn geen helden, zelfs geen
martelaren. Martelaren offeren zich op. Deze laffe losers offeren
anderen op aan hun waanzinnige egotrip. |
Augustus
2016 - Ik heb laatst weer eens geprobeerd een aflevering Game of
Thrones uit te zitten, maar nee: De draken, de verzonnen koninkrijken
en dynastieën zijn tot daaraantoe, maar ik kan niet tegen die premoderne
eendimensionaliteit. Zelfs al lopen goed en kwaad soms in elkaar over,
toch is alles vergeven van die epische uitvergroting, de als archetype
verkochte clichés en het totale gebrek aan humor en relativering dat
dit soort fantasy waarschijnljk juist zo aantrekkelijk maakt voor de
fans.
Ook de Hobbit en In de ban van de ring
hebben mij nooit kunnen boeien. Maar ik heb wel een keer een smakelijke hobbit
gegeten. Dit is al weer twintig jaar geleden, op het platteland van
Ierland. Ik was op doorreis in een afgelegen county, waar elk
jaar gedurende één week in october de jacht op hobbits wordt
gedoogd. Ik wist hier niets van en bestelde
nietsvermoedend het dagmenu in de plaatselijke herberg. Met een wat
besmuikte blik zette de waard een dampend bord voor mij neer en
daarmaast een glas roetzwart bier.
De aardappels waren kruimig, de rapen waren gaar, maar de
biefstuk had een oprmerkelijk zilte smaak. "Tournedos van de hobbit, een wat ouder exemplaar", legde de
waard uit en haalde zijn schouders op: "Je moet er van houden. Het is onze
traditie."
Ik had toen nog nooit van hobbits gehoord.
Volgens de gastheer waren het een soort kabouters die zich
weinig lieten zien. Ik schrok en legde mijn mes neer. Was ik nu een kannibaal? Nee,
dat leek me niet. Maar na mijn consumptie van gefrituurde
chimpanseeoren, twee jaar eerder in het oerwoud van Liberia bleek ik
wel een
nieuwe grens gepasseerd. Ik schoof het bord van me af en hoorde bij een
tweede glas bier de rest van het verhaal aan.
Midden-aarde bleek in de
nabijgeleden vallei te liggen. De hobbits veroorzaakten het hele jaar
door veel overlast. Ze stalen 's nachts appels uit de boomgaarden,
hadden
een keer ingebroken bij een supermarkt en poepten het plantsoen onder.
Het jachtseizoen was op het randje, zo gaf de waard toe, maar hobbits
waren irritante etters. Volgens een eeuwenoud gebruik
mochten de dorpelingen één
week per jaar hun gram halen. Of ik het aljeblieft niet verder
wilde vertellen. Dat heb ik niet gedaan maar de recente opmars van de
hobbit in de media laat me geen andere keus.
|
Juli 2016 - Bij Europa en euroscepsis moet ik wel eens terugdenken aan het huismerk Euroshopper, waarmee Albert
Heijn jarenlang de supermarktoorlog probeerde te winnen. Tegen
afbraakprijzen werd de eurotroep
aangeboden in witte, uniforme zakken met rode letters. De inhoud van de zakken met een
oostblok-achtige
uitstraling voldeed ongetwijfeld aan alle strenge Brusselse
voorschriften. Maar het smaakte elke keer nergens naar en deed
verlangen naar rauwe melk, gekke koeien, blauwe kaas, rokende worsten en al die
andere lekkernijen die Brussel verboden heeft.
Het meest
vervreemdend aan het merk waren nog de Engelse opschriften.
Kroepoek heette
opeens "Prawn crackers", hagelslag werd aangeboden als "pure chocolate
sprinkles" en onze oud hollandse speculaas werd aan de man
gebracht als "Dutch spiced cookies." Je kreeg toch een beetje het gevoel dat met Euroshopper onze eigen cultuur in de uitverkoop was gedaan.
Ongetwijfeld bevatten de producten
de minimaal voorgeschreven hoeveelheid visafval of
kaneel-surrogaat, maar Euroshopper gaf geen prettig vertrouwd gevoel.
Dan toch liever de normale
marketing leugens van ambachtelijke houtovens, met zorg geselecteerde
ingrediënten en grootmoeders
geheime recepten. Het merk Euroshopper is
drie jaar geleden vervangen en met Brexit is volgens sommigen ook de
bijl aan de wortels van de Europese unie gelegd. Brussel is zo abstract dat het
zich te gemakkelijk laat wegzetten als een karikatuur: Bureaucraten die
ons hun spijswetten opleggen, die in Brussel bepalen dat hier
een glazenwasser niet meer op een ladder mag staan en dat wij achterin de auto opeens ook een
gordel moeten dragen.
En nu willen de Britten eruit. Al die ergenis over details en bedilzucht heeft ertoe geleid
dat niemand meer pleit voor meer Europa. Als we het al niet
eens worden over de inhoud van een zak koekjes, dan gaan we toch helemaal niet
ons buitenlandbeleid in Brussel laten harmoniseren?
Toch zouden we dat juist wel moeten
doen. Europa moet zich juist ver houden van het lokale -wat we eten,
hoe we
werken, van onze culturele verscheidenheid- en zou zich moeten beperken
tot een sterk, gemeenschappelijk buitenlandbeleid. Een vuist
naar onze boze buren Poetin en Erdogan. Een immigratiebeleid dat
eindelijk eens gewoon goed geregeld is, met asiel- en visumprocedures
in de landen van
herkomst. Denk aan de Verenigde Staten: Elke staat heeft zijn eigen
wetgeving, zijn eigen cultuur en gebruiken. De federale
overheid gaat vooral over een paar gemeenschappelijke taken: defensie,
buitenland, de grondwet en de munt. Geen eenheidsworst, wel een
wereldmacht.
|
21
juni 2016 - Deze week overleed de journalist van de vorige eeuw. Ik
kreeg ooit een persoonlijke brief van H.J.A Hofland, die ik al die
jaren bewaard heb en die ik vandaag opzocht in mijn
knipselmappen. In 1994 recenseerde ik twee van zijn romans, die net
waren verschenen: "Het Diepste Punt van Nederland" over de wederopbouw
van Rotterdam en "Man van zijn Eeuw", over de jaren negentig. De
economie zat ook in 1994 in een dipje en ik maakte de
vergelijking met "een troosteloos pretpark dat betere tijden heeft
gekend. "De draaimolen is afgebladderd, de ballentent gesloten en de
politiek kan er maar weinig aan doen." Ik prees Hofland
om zijn eloquente maatschappijkritiek die me erg aansprak. Ik was toen
28, net begonnen als journalist, Hofland was 66, net gepensioneerd. In
zijn brief bedankte hij me voor de lovende woorden. "Het was werkelijk
een opluchting om een kritiek te lezen waaruit bleek dat de schrijver
had begrepen wat ik met die verhalen heb bedoeld", schreef hij en ik
was natuurlijk onzettend trots op dat compliment. Maar
in dezelfde brief wees hij me terecht. Hij was niet, zoals ik had
geschreven, een "oud-journalist". Hij was weliswaar met pensioen, maar zou
zeker door blijven werken, zo voorspelde hij. En dat is hij
blijven doen, letterlijk tot zijn laatste snik. Ik zag hem wel eens lopen in Amsterdam, heb
hem ook wel een keer gebeld voor een TV interview. Dat weigerde hij,
vriendelijk maar beslist. Hij was bang om op straat of in de tram nog
vaker herkend te worden. Maar hij bleef dus wel schrijven.
Hij was niet bang om in zijn columns soms de plank mis te
slaan, voorzag na de moord op Fortuyn een staatsgreep maar had de
Fortuyn-revolte zelf wel goed voorspeld ("De Elite verongelukt" uit
1995!). In alle necrologieen van deze week mis ik aandacht voor zijn
zes romans (waaronder vier thrillers) die ik allemaal heb verslonden,
en die ik binnenkort eens ga herlezen. Te beginnen met het
vlijmscherpe "Man van zijn eeuw", geschreven door de journalist
van zijn eeuw! |
Maart
2016 - Met hangen en wurgen heeft Sander Dekker zijn omstreden
mediawet
nu gedeeltelijk door de eerste kamer gekregen. Er was nogal wat rumoer
over. Minder
macht voor de omroepen, meer voor het centrale bestuur van wat al weer
een tijdje NPO heet. Een soort BBC model,
maar dan zonder garantie voor onafhankelijkheid. Het lijkt een
beetje spijkers op laag water zoeken van de eerste kamer. Haagse
censuur? Polder propaganda? Politieke benoemingen? Dat zal toch
allemaal wel loslopen?
Waar de eerste kamer zich druk maakt over politieke benoemingen
en inmenging, zeg maar het Berlusconi effect, lopen de omroepen vooral
te hoop tegen het verbod op amusement. Ze willen eigenlijk juist meer
Berlusconi, minder ingewikkelde onderwerpen en lastige vragen en meer
bakkende boeren, nog meer paling en bananasplit.
De centrale sturing van de NPO ten koste van al die omroepen
heeft de afgelopen jaren goed uitgepakt. Nederland 1 (die
naamsverandering blijft een vergissing) is de best bekeken zender van
het land, met mooie programma's voor een groot publiek. Nederland 2
heeft elke avond goede documentaires op prime time. Jongerenzender
3 mag nog een stuk gedurfder, maar de balans is positief: Meer
drama, meer
informatie en debat. Actualiteitenrubrieken die niet meer allemaal
hetzelfde doen, maar elkaar aanvullen. Reden voor een feestje, dus.
Ook de NOS vierde onlangs feest. Het journaal bestaat 60
jaar en bewierookte zichzelf als vlaggeschip van de publieke
omroep. Maar dat is de NOS zeker niet. Aan de NOS kun
je zien dat politieke invloed op de omroep toch een heikel punt is en
kan leiden tot kleurloosheid. De NOS is politiek neutraal en je zou
kunnen zeggen dat het journaal zich verschuilt achter neutraliteit. De
grootste nieuwsorganisatie van Nederland is gedegen maar ook verlegen,
doet als geen andere nieuwsorganisatie aan fact dubbelchecking en weegt
zijn woorden, maar is daarmee ook tandeloos en overbodig. Heel wat
anders dan de BBC.
Wat minder positief geformuleerd: De NOS is een
vergaderclub van journalisten met een wat ambtelijke taakopvatting die
veel en lang nadenken over hun "grote maatschappelijke
verantwoordelijkheid" en ondertussen bijna alleen
agenda-nieuws brengen, nauwelijks aan eigen nieuwsgaring doen en daarom
weinig voeling met de samenleving hebben. Onderzoeksjournalistiek,
zelf op zoek naar nieuws gaan, kost veel tijd en vraagt een
andere houding: Kritisch, nieuwsgierig, gedreven in plaats van
vermoeid, volgzaam van negen tot vijf als een soort boekhouders de
nieuwsstroom verwerken. En als ze bij de NOS dan een keer uit hun onkreukbare kramp
schieten, dan gaan ze vaak onderuit, het zoals oud-premier Balkenende op een skateboard. Dan drommen ze bij mensen in de
voortuin op zoek naar een dood kind of een ontsnapte oehoe.
Regioverslaggevers interviewen in nauwelijks verstaanbare accenten
gewone mensen gewoon op straat. Het is Lucky TV - werken bij de NOS.
Amateuristisch dieptepunt was de gijzelingsactie door Tarik, vorig
jaar. De NOS sloeg keihard terug. De verwarde jongen met zijn
neppistool werd voluit, zonder balkje aan het volk getoond.
Koudwatervrees, onzekerheid, angstvallige politieke
correctheid en stijfheid die zomaar kunnen omslaan in stampvoeten
en valse noten. Laat de politiek daar alsjeblieft verre van
blijven. |
Februari
2016 - Ooit
genoot ik van De Naam van de Roos en De Slinger van Foucault en nu de
maker van die schitterende puzzels deze maand op 84 jarige leeftijd is
overleden, heb ik ook zijn laatste roman gelezen:
Het vorig jaar verschenen boek "Het Nulnummer" trok in alle In Memoriams mijn
aandacht. De novelle gaat namelijk over journalistiek, over een nieuw
tijdschrift dat wordt opgezet in het Italië van de vroege jaren
negentig, de tijd dat Berlusconi aan
zijn opmars bezig is. Het boek zit vol complottheorieën, zoals we
van Eco gewend zijn, en speelt in 1992, een jaar
waarin ik zelf veel door Italie gereisd heb, schrijvend over de waargebeurde schandalen die Eco in dit boek oprakelt.
Het was het jaar van de zogenaamde "Operatie Vuile Handen", de
frontale botsing tussen onder- en bovenwereld die beg on met een affaire
van niets, een corrupte sociaaldemocraat in Milaan, een directeur van
een
bejaardentehuis die betrapt werd op het aannemen
van steekpenningen. Binnen de kortste
keren werden steeds meer corrupte politici ontmaskerd en gingen ook
maffiosi elkaar verlinken. Maar Cosa Nostra gaf zich niet zomaar
gewonnen. Onderzoeksrechters werden opgeblazen. Het was een
smerige sneeuwbal van geweld en verraad met als hoogtepunt een met een
kus
bezegeld pact tussen de eeuwige premier Andreotti en de mafia-baas
aller bazen Toto Riina.
De "Operatie Vuile
Handen" veroorzaakte vooral een politieke aardverschuiving. De christen
democraten en de Socialistenen verdwenen van het toneel en maakten
plaats voor nieuwe partijen zoals de Lega Nord en
Berlusconi's Forza Italia. Ik betwijfel of de mafia veel terrein heeft
moeten prijsgeven, maar de politiek heeft in die tijd een
gedaantewisseling ondergaan waar we in Nederland nu al vijftien jaar
over doen.
Terwijl die periode Italie nog geen vijfentwintig jaar geleden
onherkenbaar heeft veranderd, constateert het boekje van Eco dat alles
inmiddels al lang weer vergeten is. In de kleine roman wil een louche
journalist van allerlei verbanden onthullen, maar uiteindelijk blijkt
niemand echt geinteresseerd.
In Italië hebben ze er een woord voor: Dietrologia, de kunst om
overal iets achter te zoeken, de theorie van het complot.
Zelf herinner ik me uit dat jaar een interview met
Agostino Cordova in het stadje Palmi, diep in het zuiden van
Italië. Daar zat de onderzoeksrechter in het afbladderende Paleis van Justitie
een sigaar te roken achter een bureau vol vergeelde
paperassen . Cordova onderzocht een nieuwe samenzwering in de toch
al intens verstrengelde Italiaanse slangenkuil. Volgens hem speelde de
vrijmetselarij weer een sleutelrol, net als in de jaren tachtig ten
tijde van de rode brigades, contraterreur en bloedige aanslagen.
Ik knikte, stelde in mijn beste Italiaans een paar vragen, ging
naar huis en schreef er een spannend stuk over in Trouw. Daarna werd
het stil. Ik hoorde nooit meer iets van de man.
Nu, zoveel jaar later is er google en blijkt de inmiddels 80 jarige
magistraat een facebook pagina te hebben. Zijn onderzoek heeft nooit
tot veroordelingen geleid. Wel werd hij de meest gehate en gevreesde
rechter van Italië. Van de president ontving hij op een dag een
intimiderend pakket, zo klaagde hij later voor het Europese hof: In de
doos bleken een stokpaard
en een driewieler te zitten. Zo liet het staatshoofd aan de aanklager
weten dat hij hem maar een kinderachtige drammer vond. |
Januari
2016 - Lang hoopte ik dat David Bowie zou eindigen als crooner. Dat hij
zijn mooiste liedjes zou gaan zingen, gehuld in
een fout glitterpak voor een
solide bigband. Zijn ontelbare stemmige ballads zoals Life on
Mars, Lady Grinning Soul en Rock´n´Roll Suicide, maar ook een nummer
als Heroes teruggebracht tot de smartlap die het eigenlijk is, de riffs
uit Rebel Rebel en Cracked Actor vertolkt door stuiterend koper. Als
een superieure Las Vegas act had de gewezen rockster zijn in het slop
geraakte carriere op een
waardige manier kunnen afsluiten, als een soort nieuwe Sinatra of Elvis. In de jaren
zeventig en tachtig had Bowie zichzelf een paar keer indrukwekkend
opnieuw uitgevonden. De singer songwriter was glamrocker geworden, had
daarna de soul en funk omarmd, was in Berlijn gaan experimenteren met
new wave en krautrock en had tenslotte zijn grootste hits gescoord
met disco en pop.
Na het megasucces van Let´s dance en Tonight was de kameleon
definitief zichzelf kwijt geraakt, alsof de man daadwerkelijk zijn
zieltje had verkocht aan de discoduivel. Alles wat Bowie nadien
probeerde, mislukte en werd door de critici afgebrand. Altijd had hij de toon gezet, maar nu leek hij
wel zo´n zielige fashion victim geworden, die hij in een van
zijn oude hits op de hak had genomen: Een veertiger en daarna vijftiger
die koste wat kost hip en happening wilde blijven, maar elke keer de
plank missloeg. Bowie ging dance maken en jungle, ging dan weer
obligaat en postmodern zichzelf citeren, werd zelfs zanger in een suffe
gitaarband of ging maar weer eens experimenteren met electronica.
Ik bleef hem als trouw fan volgen en op bijna elke plaat
stonden wel weer een paar mooie nummers, maar trendsetter of avant garde was hij
al lang niet meer. Uiteindelijk werd het stil rond Bowie na een
hartaanval in 2004. Was hij met pensioen? Was hij ziek? Hij liet zijn
fans tien jaar in onzekerheid. En toen was hij
ineens terug, in 2013, met de ´grootste come back aller tijden´. Toen
het stof van de stunt weer was neergedaald bleek de nieuwe
plaat bij nader inzien eigenlijk niet beter of
slechter dan al die andere platen die Bowie in de jaren negentig
had laten verschijnen. Best aardig en poppy, maar niet memorabel.
Maar twee jaar later, in de loop van 2015. verschenen er nieuwe
nummers met een ander geluid, en toen was daar begin januari
opeens dat hele album, Black Star, dat twee dagen werd bejubeld en toen
opeens zijn zwanenzang bleek te zijn geweest.
En deze plaat is wel een blijvertje. Wat een prachtig afscheid,
wat een geslaagde mengeling van rock en jazz. Blackstar is zonder enige
twijfel Bowies beste plaat sinds Scary Monsters uit 1980. Het laat een
man horen die eindelijk weer eens als niemand anders klinkt, die muziek
maakt die nergens op lijkt en daarom vernieuwend is. De plaat
ademt spontaniteit, klinkt fris, direct, bijna live en er is veel
ruimte voor lyrische solo´s en een heerlijke jazzy ritme
sectie. In de teksten zinspeelt Bowie voortdurend op de dood, maar toch
is Blackstar geen sombere plaat. Steeds weer refereert Bowie aan een
leven na de dood, zoals van de astronaut wiens schedel in de clip Black
Star
wordt aanbeden, of zoals het voor zijn musical geschreven Lazarus, de
bijbelfiguur die herrees uit de dood. Bijna elk nummer geeft stof voor
de
onvermijdelijk op internet al circulerende theorie dat Bowies
dood een hoax is zoals zinnen als `I´m dying to (...) fool them
all again` en `I know something´s
very wrong, the pulse returns´. Ongetwijfeld zijn er
al mensen die hem op een bankje in Central park hebben zien zitten,
samen
met Elvis. En zo heeft de levende legende ook
van zijn dood een bron voor mythevorming gemaakt. Bowie heeft de
wereld zeker beet genomen, voor een laatste keer op het verkeerde been
gezet, maar vooral verrast met een plaat die leeft en bruist, En
eigenlijk maakt hij mijn wens waar, om als crooner voor een fantastische
jazzband tijdloze en onthechte muziek te maken, een muzikale
wederopstanding waar we nog lang van kunnen genieten. |
December 2015 -
Het jaar begon en eindigde met een aanslag in Parijs. De tweede, op 13
november, leek al op routine. Een gruwelijke routine,
maar toch routine. De marathon uitzendingen en herdenkingen op tv, de
pagina's in kranten.
De waxine
lichtjes, de knuffels, de holle woorden van de leiders. Opblaastaal en lege rituelen. Het was allemaal deja vu.
Charlie Hebdo, MH17, Breivik: De media zijn dol op de dood. Die
massale omarming van het slachtofferschap krijgt soms de
trekken van een morbide cultus. Zou het in de kern dezelfde
fascinatie voor destructie zijn die ook zelfmoord terroristen drijft?
Je zou bijna gaan verlangen naar de grimmige
ongenaakbaarheid
waarmee we in de toekomst zullen reageren op de zoveelste aanslag, net
zoals
mensen in Bagdad en Kaboel dat doen. Net zoals
Spanjaarden en Britten deden toen Eta en Ira nog bommen lieten
afgaan in Madrid en Londen. Het zal de terreur niet stoppen, maar
maakt het nog net wat zinlozer dan het nu al
is.
Terreur. Het woord is ook verbonden met de Franse revolutie, Parijs
1799. Die begon met vrijheid, gelijkheid en broederschap maar vloog
daarna net zo uit de bocht als al die arabische lentes van deze tijd.
Ook toen waren er onthoofdingen, was er een populist die zich ontpopte
als dictator en
aan het einde van het liedje werd alles weer teruggedraaid. Toch bleven
de
idealen van de revolutie levend. Ze werden verwerkt in grondwetten, in
steeds
meer democratieën en vormde de basis voor wat we het vrije westen
gingen noemen.
Het vrije westen dat nu een nieuw ijzeren gordijn optrekt. Toch blijven die kernwaarden bestaan: Vrijheid, de vrijheid om bijvoorbeeld een hoofddoek te dragen, of
juist niet. Gelijkheid, wat niet betekent dat we allemaal hetzelfde hoeven te
zijn. Juist niet. Er zijn heel veel verschillen tussen mensen, tussen rijk en
arm bijvoorbeeld, geprivilegieerd en achtergesteld. Toch kunnen we doen alsof die
verschillen er niet toe doen. We kunnen en moeten elkaar een kans geven en gunnen. We
behandelen elkaar alsof we gelijk zijn en daarmee zijn we niet gelijk, maar wel gelijkwaardig.
En broederschap. Het lijkt soms ver te zoeken in onze
propvolle leventjes die vooral om onszelf draaien. En toch is
het overal om ons heen, in al die miljoenen interacties
op straat, hoe vluchtig ook, in het verkeer, op het werk, in de
winkels. Ook in Bagdad
en Parijs gaat het gewone leven altijd weer verder, met al het alledaagse vertrouwen dat
daarvoor onmisbaar is. Het is te weinig, te oppervlakkig en onbewust,
loopt vaak krassen en deuken op, maar is
niet kapot te krijgen.
|
November 2015 - Wat is het geheim achter het succes
van Joris Luyendijk, die vorige week andermaal de NS publieksprijs kreeg? Ik
overwon mijn scepsis en besloot "Dit kan niet waar zijn" zelf te lezen.
En voelde me naderhand bekocht. Het bleek inderdaad niet waar. Het boekje biedt geen nieuwe inzichten.
Het is niet mooi of meeslepend geschreven. Het is een alledaags verslag
van kennelijk vrij saaie gesprekken met willekeurige bankmedewerkers
uit de City. Anonieme bronnen die zichzelf voor een interview hadden
opgegeven. De belangrijkste conclusie is dat ook bankiers net mensen
zijn. En dat een crisis weer kan gebeuren, maar ook dat wisten we al.
Er zijn veel boeken en documentaires over de
bankencrisis die spannender zijn, die meer onthullen en
verhelderen. Daarbij vergeleken lijkt de bekroonde bestseller van
Luyendijk een gehypt niemendalletje, met al dat opgeklopte gezeur over
de bancaire
omertá. Luyendijk gaat wel heel ver mee in de koudwatervrees van de
angsthazen die bij hem komen biechten. Niemand klapt in het boek uit
de school, dus er is eigenlijk ook geen
journalistieke rechtvaardiging voor de anonimiteit van de bronnen. En
als
er wel nieuwswaardige feiten in hadden gestaan, dan was er over
die anonieme bronnen veel meer discussie
gekomen. Maar nu blijft het bij een tamelijk fletse zedenschets van de
Londense
kantoortuinen.
Of beoordeel ik het boekje nu met de
maatstaven van de gangbare journalistiek, die Luyendijk in zijn vorige
bestseller "Het zijn net mensen" bekritiseerde? Is het juist de
verdienste van Luyendijk dat hij de honger naar sensatie en hapklare
brokken negeert, ons niet manipuleert met stijl en beeldende taal, ons
niet intimideert met vertoon van feitenkennis, ons niet aan het
lachen of aan het huilen probeert te maken, maar laconiek en luchtig
verslag doet van het zoveelste kopje koffie met de
zoveelste
deepthroat met een aardappel erin. Hij doet zich niet groter voor
dan
hij is, hangt niet de deskundige uit met makkelijke generalisaties en
overhaaste conclusies. Hij heeft gewoon met tweehonderd mensen gesproken,
en van zijn veldonderzoek doet hij verslag. Luyendijk past zijn
eigen methode toe en het grote publiek waardeert dat. Zijn timing is
perfect. Dit jaar is precies het moment om een aantal open deuren over het bankwezen in te
trappen. Kennelijk is er een behoefte aan dit soort journalistieke
duiding; transparant, toegankeljk, degelijk en betrouwbaar. Maar van
mij mag het wel wat spannender en met wat meer verhaal en context. |
Oktober
2015 - Ik heb altijd al een haat liefde verhouding gehad met het medium
waar
ik het
meest voor werk: De televisie. Het begon alemaal toen ik een jaar
of vijf was, met een hartstochtelijke verliefdheid. Ik was niet weg te
slaan voor die wonderlijke kijkdoos. Kindertelevisie was er alleen
nog maar op de woensdagmiddag en elke dag even voor bedtijd. De
fabeltjeskrant, Barbapapa,Tita
Tovenaar,de Bereboot. Ik vond het allemaal prachtig.
Tijdens de puberjaren bekoelde de verhouding. Het blauwe oog in het centrum van
de huiskamer begon me te ergeren. Het schotelde ons avond na
avond dezelfde prak voor. Amusement voor het hele gezin. Het tijdperk Ted de Braak. "Er is geen
bal op de TV". zong ik mee met Doemaar. Bijna dagelijks werden er familieruzies uitgevochten over het karige rantsoen op de twee zenders.
Voetbal of nieuws? Kwis of Toppop? Dallas of Zeg ´ns A? Levensgrote
kwesties, temeer daar alles maar één keer werd uitgezonden. Wie
een aflevering miste, was reddeloos verloren. En net toen wij thuis
over al die dillemma's een broos bestand hadden gesloten, werd de
afstandsbediening uitgevonden. Met dit nieuwe wapen in de
hand laaide de strijd nog feller op.
Toen ik op kamers ging, nam ik dan ook geen verrekijk mee.
Ik ging liever naar de bioscoop. Ik heb zeven jaar nauwelijks
televisie gekeken en heb het geen moment gemist. Toch kwam ik er na mijn studie voor te werken. Er waren inmiddels commerciële
zenders bijgekomen. De TV ontwikkelde zich van gaarkeuken
tot fastfood restaurant. Maar het bleef daarmee toch een kwestie van
weinig keus en steeds meer van hetzelfde. Ik sloot een verstandshuwelijk met Hilversum. Ik werkte er met plezier, maar
keek er weinig naar en dan nog bij gebrek aan beter. Gelukkig
is er sinds die tijd veel veranderd. De oude beeldbuis
is een Smart TV geworden, met steeds meer content die je kunt bekijken
wanneer je wilt. Het scherm is van de huiskamer verplaatst naar de
jaszak, en televisiekijken doe je tegenwoordig vaak alleen, net als
lezen. En je kijkt wat je echt wilt zien, niet wat er toevallig
langskomt. Er is veel meer keuze en kwaliteit dan vroeger: Drama,
documentaires, talkshows, reality, het aanbod is overweldigend en
gevarieerd. Zenders moeten harder knokken
voor de kijker en dus concurreren ze ook op kwaliteit. En terwijl de TV
steeds meer opgeslokt wordt door internet, beleeft het oude medium zo een prachtige levensavond. Hoewel het omslagpunt hier en daar al wel zichtbaar is. Ik vind dat ik die afbladdering ook nog mee moet maken. Televisie als een vervallen pretpark, als
een noodlijdend circus waar de laatste Bekende Nederlanders
hun kunstjes staan te vertonen voor het hoogbejaard publiek. Ik zal er
dan ook bij zitten en blijven kijken tot het bittere eind. Het zal
me weemoedig stemmen, omdat het waarschijnlijk weer net zo
vertrouwd zal smaken en ruiken als de lauwe prak waarmee ik ben
opgegroeid.
|
September 2015 - Daar was ie weer, in KRO Reporter,
Volkert van der Graaf, beter bekend als Volkert van der Gé, vijftien jaar ouder, maar nog altijd dezelfde irritante
veganistische betweter. Ik zag hem voor het eerst de dag nadat hij Fortuyn had vermoord,
enkele meters van mijn toenmalige werkplek. Hij was er bijna ook nog
mee weg gekomen. Doodgemoedereerd en ongezien was het stuk Asperger
van de plaats delict weggewandeld richting zijn autootje. Als
Hans Smolders er niet was geweest hadden we misschien wel nooit geweten
wie F ortuyn had omgelegd.
De volgende dag had ik de twijfelachtige eer om Volkert aan het
volk voor te mogen stellen. Dat kon met een bewerking van een portret
dat een Eenvandaag-collega eerder over zijn milieuwerk had gemaakt
en dat nu ook weer werd herhaald in Reporter. Daarna kwamen de
rechtzaak, de obligate commissierapporten over de moord, een mooie
biografie van Johan Faber en toen werd het stil. Maar
vorig jaar kwam Volkert na veel gedoe vrij en nu kon hij op een
terrasje triomfantelijk vertellen over zijn luizeleven in Apeldoorn.
Voorheen was Volkert milieuactivist met behoud van uitkering,
nu doet hij met behoud van uitkering lekker helemaal niets meer. En
misschien is dat ook maar het beste. Ik vertrouw hem niet met een
papierprikker.
De ophef ontstond over de Volkert-foto's die kort na zijn
vrijlating in de Telegraaf waren verschenen. Volgens Reporter een
overtreding van het mediaverbod en daarom het meest relevante
nieuwsfeit uit de met verborgen camera vastgelegde ontboezemingen. De
advocaat van Volkert reageerde met een kort geding om de uitzending
tegen te houden, toenmalig staatssecretaris Teeven zei van niets te
weten. Het verhaal leek dus rond, met als mogelijk gevolg dat Volkert
alsnog de rest van zijn straf zou moeten gaan uitzitten. Maar al
snel bleek eerst de advocaat, toen de reclassering en tenslotte ook de
top van het Openbaar Ministerie van te voren op de hoogte te zijn
geweest van de fotoshoot. Het was zelfs een idee van justitie geweest
om zo de mediadruk van de ketel te halen. Niks schending van het
mediaverbod. Het was eerder andersom. Veel commotie, politici in het
nauw, maar in feite was het een zeperd voor de KRO. Had Reporter dit
niet beter van tevoren kunnen uitzoeken?
Waarschijnlijk wilden ze hun nieuwspuntje niet
doodchecken. Ze hadden het nodig om de inzet van de verborgen camera
mee te rechtvaardigen. Of
wist Reporter van te voren dondersgoed hoe het zat en zette de rubriek
een ingenieuze val voor de brekebenen van Veiligheid en Justitie? Zoals
eerder Nieuwsuur al deed? Is hier misschien sprake van een nieuwe trend
in de onderzoeksjournalistiek? Er zijn in Nederland
tien voorlichters voor elke journalist. Hun dagelijkse werk is de media
tegenwerken en bestoken met propaganda prietpraat. De door hen
bekokstoofde fotomomentjes, opzetjes en one liners halen maar zelden
het nieuws. Maar ze slagen er wel vaak in het echte nieuws tegen
te werken. Hoeveel uur zal er de afgelopen weken
zijn vergaderd op het departement? Koortsachtige sessies waarbij koppen
rollen en iedereen elkaar de eh... gouden piet toespeelt. Zo werd een
klein nieuwtje tot een flinke rel, net als eerder dit jaar de bonnetjes
affaire over de Teeven deal. Deze keer heeft de minister het wel
overleefd, maar het was weer spannend en ontluisterend. Als Reporter de
ware toedracht van tevoren wist of vermoedde, dan zou je het kunnen
zien als de wraak van de journalistiek op de voorlichting. Laat ze zich
maar weer eens goed verslikken in hun leugens! Nieuws als booby trap.
Nieuws als bermbom. Nog even verder denkend zou ook
de hele Reporter uitzending doorgestoken kaart kunnen zijn, een
vooropgezette strategie om Volkert zo eindelijk eens zijn verhaal
te laten vertellen zonder het media verbod te schenden. Volkert
weet gewoon dat hij wordt gefilmd vanaf het andere tafeltje. Het kort
geding was om de schijn op te houden. Ik geef toe, dit is niet erg
waarschijnlijk. Anders dan voorlichters mogen
journalisten namelijk niet liegen.
Ondertussen had Justitie al die tijd wel gewoon gelijk. Het was
een goed idee om Volkert te laten fotograferen door de Telegraaf.
Mede daardoor kan deze vervelende man gewoon vrij rond lopen in
Apeldoorn. Niet opgejaagd door paparazzi en daardoor ook veiliger voor
wraakzuchtige malloten. Eigenlijk zijn we nog best een beschaafd landje.
Volkert leeft nog lang en gelukkig en hoeft dus ook niet terug naar de
gevangenis. We kunnen hem nu maar het beste weer snel vergeten. Goed
bedacht dus van justitie, maar rampzalig slecht gecommuniceerd.
PS 12 okt: Vandaag werd bekend dat het hoofd voorlichting van het ministerie V en J vertrekt. |
29 augustus 2015 - Ooit gold het als aanbeveling als
je "van onbesproken gedrag" was. Tegenwoordig kun je in het belang van
je carriere maar beter stevig over de tong gaan. Neem
Bram Moszkowicz. De spraakmaker gaat nu toch
35.000 euro terugbetalen aan hell's angel Donald Groen, meldt de
Volkskrant vandaag. De geplaagde oud-pleiter ontkende tot nu toe in
alle
toonaarden dat hij geld van afperser Groen had geleend. Maar
hij betaalt nu toch. Heeft Moszkowicz weer eens
gelogen of wordt de prille politicus nu zelf ook met succes afgeperst
door zijn oud client? Welke optie zou eigenlijk erger zijn? En bij
optie 2, waarmee wordt Moszkowics dan wel niet gechanteerd?
Allemaal lastige vragen voor een lijsttrekker. Ik
volg de aanstormende showpoliticus al meer dan twintig jaar.
Midden jaren negentig zag ik hem door zijn vader op het schild worden
gehezen tijdens het grote Hakkelaar-proces, daarna was hij kind aan
huis op de redactie van Peter R. de Vries toen ik daar werkte, en de
afgelopen jaren zag ik hem vooral op tv. Maar ook, eerlijk is
eerlijk, bij een onbekende mensenhandelzaak die de tv nooit heeft
gehaald. Het is een meeslepende familie saga van Auschwitz
naar jetset, en via de goot is hij inmiddels dus aan een nieuw
hoofdstuk begonnen. Het geschorste 'mafiamaatje'
loopt zich warm in de Haagse wandelgangen. Daar zal hij nog meer opvallen dan tussen de excentrieke toga's.
Moszkowicz is van een beproefd type, dat de Nederlandse huiskamers al
jaren weet te vermaken. Het typetje van de blaaskaak, ooit ontsnapt uit romans
van Charles Dickens. duikt steeds weer op in een nieuwe gedaante. Archaische mooipraters van
ouderwetse snit, causeurs die zichzelf graag horen oreren, liefst met een sigaar in het hoofd, horlogeketting op de vaak
omvangrijke pens. Denk
aan het bloemrijke geouwehoer van Wiegel en Van Agt, maar ook Bomans en Gerard Reve met hun ironische volzinnen. Het oertype in
Nederland is wellicht Ollie B. Bommel, ook weer fraai vertolkt door kasteelheer en minister Ard van der Steur.
Moszkowicz is een blaaskaak pur sang met zijn
maatpakken en overdreven dictie. Zelfspot en parodie zit in
het type ingebakken, ook als de vertolker dat zelf niet echt door heeft.
Echte eloquentie is niet vereist. De blaaskaak hoeft alleen welsprekendheid
voor te wenden. Zelfs Ivo Opstelten kon met zijn bronzen gestamel
decennia lang voor een geloofwaardige blaaskaak doorgaan. Het gaat om
de aanzet, de pose. "Ik hoor het u zeggen..." Ik heb Moszkowicz
nooit iets scherps of geestigs horen zeggen. Hij is clownesk en hoeft
dus niet meer grappig uit de hoek te komen.
Er
is alleen een probleem: Het type blaaskaak verdraagt geen tegenspraak.
Het hooggeëerd publiek moet het spel meespelen, net als bij de
keizer zonder kleren.
Moszkowicz gedeit bij tv klapvee dat lekker wil lachen, maar het
politieke debat in de kamer is andere koek. Wilders, ook geen groot
debater, houdt zich daar maar net staande met zijn verzuurde mantra's.
Maar van Moszkowicz verwachten
we meer. De Grote Redenaar moet het juridisch rookgordijn
nu verruilen voor een politiek luchtkasteel, de ontkenning voor het vergezicht.
Kon hij als advocaat af met halve waarheden, als politicus moet
hij het hele verhaal verkopen. In een heel ander tempo dan in de
rechtzaal. Het is de vraag of de man, die de afgelopen jaren de ene na
de andere inschattingsfout maakte, erin slaagt zichzelf opnieuw uit te
vinden. Mocht het niet lukken, dan wordt de come back een afgang.
|
28 juli 2015 (Dit
opiniestuk werd eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad) - Verbijstering
over celstraf voor een schietende agent.
Dienders met pruiken op voor de rechtbank. Haagse wijkagent durft de
straat
niet meer op. Politie voorlichters maken deze week overuren om het
beeld na de
dood van Mitch Henriquez weer te doen kantelen. De agent speelt graag
de slachtofferrol
en wordt daarin aangemoedigd door de politiek. Maar is het
niet deze reflex die de dood van Henriquez heeft veroorzaakt? Inderdaad, voor
dienders wordt het er allemaal niet makkelijker op. Politiemensen krijgen veel
over zich heen van assertieve burgers. Ze worden uitgescholden en soms zelfs
bedreigd. Er wordt op ze in gereden bij verkeerscontroles en ze krijgen een
enkele keer ook klappen. Het is voor een agent op straat heel moeilijk om
voorbereid te zijn op agressie en tegelijk toch beleefd te blijven naar de gewone
burgers. Dat gaat dan ook regelmatig fout. Al jaren is
er een beleid om de agressie tegen agenten en andere publieke dienstverleners
hard aan te pakken, het zogenaamde VPT beleid (Veilige Publieke Taak). Agressie
tegen agenten, ambulance personeel en andere hulpverleners heeft hoge
opsporingsprioriteit en wordt extra zwaar bestraft. Politieagenten zijn min of
meer verplicht om van elk incident aangifte te doen. Ook van verbale agressie,
zoals een belediging. Samen met
twee collega's deed ik in 2013 een onderzoek naar de werking van het VPT
beleid. We analyseerden honderden incidenten en spraken met tientallen daders
en hulpverleners, waaronder veel politieagenten. In nogal wat onderzochte zaken
bleek het VPT-beleid escalerend te werken. Een belediging wordt dan beantwoord
met een gewelddadige aanhouding. Een van de
onderzochte incidenten lijkt op het verhaal van Mitch Henriquez. In dit geval
uit 2012 was het slachtoffer een blanke man van rond de vijftig. Hij was in Den
Haag langdurig en onterecht ondervraagd. Daarna werd hij nogal bot weggestuurd
(“Oprotten!”). Terwijl de man wegliep zei hij “stelletje hufters”tegen
zijn zoon. Vervolgens sprongen er meer dan vier agenten boven op hem en werd
hij overmeesterd met pepperspray. De man, die zelf geen geweld had gebruikt,
hield er een paar gebroken ribben en een veroordeling voor belediging aan over.
Zoals wel vaker werd dit incident destijds door de politie naar buiten gebracht
als een typisch voorbeeld van geweld tégen
de politie. Als “slachtoffers”hadden de betrokken agenten zelfs de gebruikelijke bos
bloemen van de korpsleiding gehad. In een ander onderzocht
geval werden tientallen jongeren gebeten en geslagen, na een avondje stappen in
een Brabants dorp. Een agent meende een scheldwoord te hebben opgevangen uit de
mond van een dronken tiener. Het VPT beleid speelt ook een rol in de zaak Mitch Henriquez. Maar
welke? Waarom werd hij aangehouden? Er zijn eigenlijk maar twee scenario’s: Belediging of bedreiging. Volgens
ooggetuigen liep Mitch die avond langs een groepje agenten.“Ik ben niet bang voor jullie. Ik heb ook een gun”, zou Mitch hebben gezegd, waarbij hij naar zijn
kruis greep. Een agent zou toen hebben geantwoord dat hij geen grappen moest
maken over wapens. Ze lieten Mitch en zijn vrienden passeren. Mitch zou nog wat
hebben teruggeroepen in de trant van “wie
denken jullie wel niet dat jullie zijn?”
en werd vervolgens besprongen. Als uit
onderzoek straks blijkt dat de agent de grap van Mitch serieus nam en bang was
voor een echt wapen, dan is de gewelddadige aanhouding te begrijpen. De politie
probeert gevaarlijke arrestanten met overmacht aan te houden. Een korte
worsteling verkleint de kans op letsel voor beide partijen. Daarbij mogen
agenten ook de eerste klap uitdelen (“pijnprikkel”) of de nek klem gebruiken om het verzet zo snel
mogelijk te breken. Dat dat hier helemaal fout is gegaan is pijnlijk, maar in
het geval van bedreiging wellicht niet strafbaar. De agent die in 2012 de
Haagse tiener Rishi doodschoot werd uiteindelijk vrijgesproken, omdat hij mocht
aannemen dat Rishi een vuurwapen trok. Maar de
ooggetuige verslagen in diverse media wijzen eerder in de richting van belediging.
Henriquez had voor zover bekend geen motief voor geweld. Dat blijkt ook uit de
reactie van de agent (“geen
grappen”). Het ligt meer voor de
hand dat de politie de grap in combinatie met het suggestieve gebaar ervoer als
een opgestoken middelvinger. Een belediging dus, een provocatie.
Het VPT
beleid maakt geen onderscheid tussen fysiek en verbaal geweld: “Fysiek geweld wordt natuurlijk niet geaccepteerd,
evenmin als bedreiging, mishandeling of belediging. Verdachten worden gelijk
aangehouden”, zo staat het op de website
van de politie. Veel politiemensen
denken dat ze met een streng beleid het respect op straat terug kunnen
veroveren. De tijd dat je een politieman ongestraft voor rotte vis kon uitmaken
is gelukkig voorbij. Maar een belediging van een ambtenaar in functie blijft
toch heel wat anders dan (een bedreiging met) fysiek geweld. De politie zou een
belediging zoveel mogelijk met woorden of met een bekeuring moeten oplossen. Gelukkig
gebruiken de meeste agenten in de praktijk hun gezond verstand, maar volgens
het VPT beleid zouden ze op alle slakken zout moeten leggen. En een foute
grap van een aangeschoten feestganger kun je maar beter helemaal negeren. Uit
diverse onderzoeken blijkt dat het meeste (fysieke en verbale) geweld tegen
publieke dienstverleners wordt gepleegd door mensen onder invloed van drank,
drugs of een psychische stoornis. Hier zijn andere maatregelen nodig,
bijvoorbeeld betere en snellere opvang van verwarde personen. Uit de
filmpjes van het incident wordt pijnlijk duidelijk wat het blijvende effect is
van dit doorgeschoten beleid. De agenten die hannesen met het stervende lichaam
van Henriquez worden uitgejouwd door de filmende omstanders. “Goed gedaan. Helden!”roepen
ze. Is het een belediging of is hun cynisme op zijn plaats?
|
Juni
2015 - Regeringen wisselen elkaar in Nederland steeds sneller af, maar premiers
blijven een stabiele factor. Mark Rutte zetelt al weer
vijf jaar in het torentje, en hij lijkt nog lang niet uitgeregeerd.
Daarvoor hadden we Balkenende, Kok en Lubbers. Elke tien jaar één. In
de tijd van de verzuiling, tot de jaren zestig en zeventig wisselden premiers elkaar veel sneller af.
De zwevende kiezer hecht zich meer aan personen dan aan
partijen. Maar wat zien we eigenlijk in deze personen? Het is ontstellend hoe
weinig onze leiders te melden hebben, Ze praten voortdurend, dat is hun
beroep, maar zeggen eigenlijk niets. Dat hebben ze gemeen met boeven: Alles wat ze zeggen, kan tegen ze gebruikt worden. Lubbers was
een woordkunstenaar, die in lange, meanderende zinnen minuten lang
om een antwoord heen kon draaien. Hij deed dat zo behendig, dat het een
plezier was om naar te luisteren. Maar van elf jaar Lubbers zijn weinig
one liners blijven hangen. "Nederland is ziek", zei hij op het laatst. Dat was
kernachtig. Daarmee had hij zijn zegje gedaan en liet
het over aan zijn
opvolger Kok om de WAO, vangnet voor al die zieken, te saneren. In éen
moeite door schudde de sociaal democraat ook maar zijn andere
"ideologische veren" af. Die kromme metafoor werd zijn gevleugelde uitspraak, de enige die beklijfde uit het zuinige
mondje dat ons door de paarse jaren negentig heen praatte.
Daarna kwam Balkendende, die met zijn normen en waarden de Fortuyn-revolte pareerde.
Onvermoeibaar bereed hij zijn stokpaardje over slecht gearticuleerde, kreupele zinnen die over elkaar heen buitelden
zoals de moraalridder zelf over skateboards struikelde. "Fatsoen moet je
doen", was zijn meest memorabele verwoording.
Rutte is de eerste premier sinds
mensenheugenis die echt welsprekend is. Was Lubbers zalvend, Kok
zuur, en Balkendende droog, Rutte is een verademing voor journalisten.
Hij beantwoordt vragen en als hij dat niet kan, zegt hij dat gewoon.
Hij is grappig en adrem, direct en goed ingevoerd. Toch blijft ook van
zijn woorden niet veel hangen. We moesten allemaal een auto kopen om de crisis te verhelpen. Onhandig,
riepen de commentatoren. Rutte zou te veel lachen of ons juist de put in
praten. Hij had eerst geen visie, Visie vond hij vies en gevaarlijk, meer voor collega's
als Hitler en Stalin. Maar dit voorjaar hield hij opeens toch een preek over de "dikke ik". De
man is populair, maar blijft ook mysterieus. Wat gaat er schuil achter
de brede lach en vlotte babbel?
Persoonlijk ben ik best bereid te geloven in dat beeld van de
eeuwig studentikoze links liberaal met het hart op de goede plaats, die
alleen zo nu en dan met wat harde taal extreem rechts moet afstoppen.
Politiek heeft hij het nodige bereikt dankzij een knap spel met
wisselende meerderheden. Een echte visie ontbreekt inderdaad, maar die
hadden zijn voorgangers ook niet. Rutte staat
eigenlijk in een lange traditie van atypische liberale leiders. Hij
combineert de charme van de goedlachse Dijkstal en Zalm met het
intellectuele overwicht van Bolkesteijn en Voorhoeve. Geen van deze
leiders was representatief voor de achterban van "hardwerkende
Nederlanders", die het afgelopen jaar steeds maar weer op een
vervelende manier in het nieuws kwam. Bonnetjes die zoek waren, dure
flessen wijn, foute aannemers, fraude en corruptie. Is de VVD een
sjoemelend old boys netwerk van dikke ikken dat
steeds maar het enige fatsoenlijke lid naar voren schuift als leider? Net zoals motor clubs dat doen? Is Rutte de
roverhoofdman
die zelf niet declareert? In dat geval zou zijn eeuwige lach er vooral
éen van verlegenheid kunnen zijn. Hij kan er ook niets aan doen wat
zijn partijleden achter zijn rug allemaal nu weer uitvreten.
Mei 2015 - En dan ligt er opeens een lijk op je
stoep.... Het is kwart over twaalf 's nachts. Je bent net terug komen
lopen vanaf het Museumplein, waar je een licht sculptuur hebt
bewonderd. Je smeert een boterham in de keuken en hoort zeven, acht
knallen vanaf het kruispunt, vijftig meter verderop. Het klinkt als
hard vuurwerk, maar je twijfelt. Je luistert nog eens goed, maar hoort
niets meer. Geen geschreeuw, geen scheurende autobanden of
sirenes. Loos alarm. Je eet je boterham op en ziet dan knipperlichten
door het matglas van de voordeur. Je opent de deur: De straat is in
tien minuten veranderd in een crime scene. Vier
politiewagens en een ambulance. De calamiteitencontainer komt
aanrijden. Een helicopter cirkelt over de buurt. Overal agenten
die de straat afzetten en met zaklantaarns zoeken naar patronen.
Iemand van de Village Lounge staat te praten met een
agent. "Mijn klanten zijn helemaal in shock over wat ze gezien
hebben", zegt hij: "Wanneer halen jullie het lichaam weg?" De lounge
staat slecht bekend in de straat. Je kunt er tapas en
waterpijpen consumeren staat er op de geblindeerde ramen, maar de
meeste klanten lijken voor andere zaken te komen. Elke avond staat
de stoep vol met dure scooters. De politie hing vorige week zonder
toelichting een camera aan de overkant, maar dat heeft niet geholpen.
Wel hebben we nu beelden van de vluchtende verdachten. 
De volgende ochtend zijn de agenten nog steeds bezig met
onderzoek. De schutters kwamen waarschijnlijk naar de lounge om met
iemand anders af te rekenen. Maar die was al weg. Toen ze met hun
wapens onverichterzake naar buiten liepen, stond het slachtoffer daar
in een auto te wachten voor het stoplicht. Deze
toevallige passant is toevallig ook een bekende van de politie. Een
raar verhaal, vindt de politie zelf ook. De verdachten zijn op een
scooter gevlucht in de richting van De Hallen. De
Hallen zijn een baken in de buurt, die officieel zelfs wordt omgedoopt
tot "Hallenkwartier". Het hipster uitgaanscentrum serveert ook tapas,
maar trekt natuurlijk een heel ander publiek. Ook jong en ambitieus, maar in een andere loopbaan. Vorige
maand werden de daders van een vorige wild west afrekening in de
Staatsliedenbuurt veroordeeld tot levenslang. Ook dit lijkt een
typische afrekening van de "Mocro Mafia": roekeloos en rommelig.
Vorig jaar viel er een dode bij een steekpartij bij een juwelier
iets verder in de straat. Die zaak is nooit meer open gegaan. Ook de
Village lounge zal nu wel sluiten en de buurt wordt weer rustig, zo
hoopt iedereen. Ik voel me niet onveiliger dan
gisteren. Ik vind het wel jammer dat ik niets kan doen met mijn
journalistieke opwinding. Ik werk een dag achter afzet linten en zwarte
schermen. Ik wordt gebeld door RTL maar heb niets gezien. Het nieuws
ligt op straat onder een wit tentje, maar ik kan er vandaag
helemaal niets mee, behalve het hier opschrijven.
|
April 2015 - Deze koningsdag maar eens de andere kant
uitgelopen, weg van het overvolle, oranje gekleurde centrum, maar juist richting
Amsterdam west. Ook op het anders zo desolate Plein 40-45,
ver buiten de ring, is het volop vrijmarkt. Hoofddoeken en bontkraagjes
zitten er tussen hun afdankertjes, net zoals in de rest van Nederland.
Potten en pannen, speelgoed, hier en daar wat oranje. Prima geintegreerd dus, zou je zeggen.
Misschien is er ook een andere verklaring voor het omarmen van
deze 'Hollandse' traditie: Want in Marokko en Turkije is het eigenlijk
elke dag vrijmarkt. Iedereen verkoopt er wat hij kwijt wil. De
smalle steegjes van de bazaars en soukhs zijn bezaaid met
koopwaar.
Een vrijmarkt is een voorbeeld van informele, 'grijze' economie.
Bij ons beperkt tot die ene dag per jaar, in veel ontwikkelingslanden
een wezenlijke bron van inkomen. Het is het type bedrijvigheid dat
europese politici graag verdacht maken als zwartwerk, mensenhandel en
moderne slavernij. Toch zou onze luchtbellen economie nog kwestbaarder
zijn zonder een
stevige, deels grijze basis. Landbouw, horeca, de bouw: hele sectoren
kunnen niet zonder illegale arbeidsmigranten. Meer dan de helft van
de migranten die met gammele bootjes Europa proberen te enteren, komen
hier om te werken. Ze investeren duizenden euro's familiekapitaal om
hier misschien een paar tientjes per dag te kunnen verdienen. Dat is
triest. Maar het is nog veel triester dat ze zelfs dat niet wordt
gegund door de politiek.
Afgelopen week werden -na de zoveelste bootramp- de
muren van het fort Europa nog wat verder opgehoogd, om nog meer
vluchtelingen tegen te houden. Tegelijkertijd werd afgesproken meer
schepen te laten patrouilleren om de mensen uit het water te vissen. Zo
schizofreen is het Europese asiel beleid. Het resultaat is een mens
onterende zieligheidsindustrie die jaarlijks duizenden slachtoffers
maakt.
Zou het
niet veel beter zijn om te erkennen dat er een vraag is naar
goedkope arbeidskrachten? Schoonmakers, tomatenplukkers en
software programmeurs. Zet een normaal
immigratiesysteem op voor deze mensen, met normale visa
procedures bij europese ambassades over de hele wereld. Met quota en
loterijen naar Amerikaans voorbeeld. Zodat de migrant die een visum
heeft weten te bemachtigen, gewoon met het vliegtuig of de auto naar
Europa kan komen. Voor eigen rekening en risico. Er is niets mis met
gelukszoekers. En als we ze de ruimte geven, leveren ze zelfs een
bijdrage aan onze welvaart. |
Maart 2015 - Drie jaar geleden ging er een gerucht
door de somalische gemeenschap in Nederland. Een Somalische Nederlander
zou zijn gesneuveld als strijder van Al Shabaab, de somalische Taliban.
Ik hoorde het verhaal tijdens de research voor Nomaden en Piraten, een
docu-serie over Somaliers in Nederland. Een van de afleveringen moest
gaan over radicalisering, en dus probeerde ik bewijzen te vinden voor
het gerucht. De man bleek Ahmed Abdisalaan te heten en hij woonde
jaren lang in Amsterdam. Vrienden van vroeger beschreven hem als een
vrolijke gangmaker, actief binnen de gemeenschap, erg gelovig maar ook
open naar andersdenkenden. Hij zocht altijd de discussie over
religieuze zaken. Zoals veel nederlandse Somaliers
verhuisde Ahmed met zijn gezin naar Engeland, dat toleranter heet te
zijn ten opzichte van moslims. Nog weer later keerde hij terug naar
Somalie, en nog een paar jaar later was er opeens dus dat gerucht.
Een
van zijn oude vrienden zocht op mijn verzoek contact met de
nabestaanden in Engeland. En die bevestigden het verhaal. Ahmed was
dodelijk geraakt bij een veldslag tussen Al Shabaab en de
regeringstroepen. Zijn rol was onduidelijk, maar het lag voor de hand
dat hij had mee gevochten aan de kant van Al Shabaab.
Zijn familie vroeg ons toen ook om het verhaal niet naar buiten te
brengen. Het gezin van Ahmed zat nog in door Al Shabaab gecontroleerd
gebied. De familie probeerde zijn vrouw en kinderen weer naar Engeland
te halen, en publiciteit zou gevaarlijk voor hen kunnen zijn.
We besloten het verhaal inderdaad niet mee te nemen in de
documentaire serie, vooral omdat er te weinig informatie beschikbaar
was. Ahmed bleef een schimmig figuur. Niemand kon of wilde vertellen
hoe en waarom hij uiteindelijk bij Al Shabaab was geeindigd. En nu, bijna drie jaar later, blaast een vrouw zich op in hotel Central in Mogadishu. Het nieuws
ging 20 februari jl de wereld over, en binnen een dag was ook al duidelijk dat de
vrouw, Lula Ahmed Dahir, een Nederlands paspoort had. Somalische media
en bloggers melden dat ze zou zijn opgegroeid in Amersfoort en al zes
jaar in hotel Central zou werken als receptioniste. Het hotel was
populair als ontmoetingsplek voor politici en onder de tientallen doden
zijn twee parlementsleden en een loco-burgemeester.
Nu blijkt Lula de weduwe van Ahmed te zijn, de vrouw die haar familie
drie jaar geleden nog hoopte te kunnen redden. Dankzij het kalifaat zijn dit
soort verhalen inmiddels helaas een stuk gewoner geworden. Lula is niet de
eerste Nederlandse zelfmoord terrorist. En ook dit verhaal is
incompleet en onbevredigend. We zullen waarschijnlijk nooit te weten
komen wat Ahmed en Lula dreef tot oorlog en massamoord. Had
het uitgemaakt als we de spaarzame details drie jaar geleden wel
gepubliceerd hadden? Ik denk het niet, maar mijn bron, de vroegere vriend van
Ahmed en Lula, ligt er wakker van. |
1
Februari 2015 - Vandaag werd de laatste aflevering van Zwart
wit uitgezonden. De serie uit december 2013 is nu herhaald
en aangevuld met anderhalve nieuwe aflevering.
Helaas werd de
meest beladen aflevering niet herhaald: die over PVV-ideoloog en serie verkrachter
Zoka van A.. Bij de eerste uitzending dreigde de
islam-criticus/kinderporno producent met rechtszaken.
Een scene moest onder druk onherkenbaar gemaakt worden. Bij de herhaling
van de reeks wilde NPO "die arme man niet nog eens lastig vallen".
Gelukkig staat de gewraakte aflevering nog wel online.
Er kwam een nieuwe aflevering voor in de plaats, over de
aanslag op Aad Kosto uit 1991. Het huis van de toenmalige
staatssecretaris werd opgeblazen door Rara, maar de daders werden nooit
gepakt. Ik begon met de research, na een interessante tip van Kosto zelf. Hij vertelde dat er
in de dagen voor de aanslag verdachte "verkenners" bij zijn huis in het dorp
Grootschermer waren geidentificeerd. Dat had hij destijds van een
politiechef vernomen. Het leek me interessant om uit te zoeken, omdat Rara tot nu toe een mysterie is gebleven. Justitie was bereid om na zoveel jaar inzage in het dossier te geven, en ik besloot
daarom geen WOB verzoek te doen. Je hebt -in theorie althans- meer aan
vrijwillige medewerking dan aan afgedwongen openheid. Maar helaas
duurde het op deze manier allemaal wel veel langer en bleek pas na een
half jaar dat het hele politie dossier was vernietigd.
Nogal wat mensen, zeker ook uit het voormalig
krakersmilieu, vermoeden een doofpot, maar dat lijkt me
een overschatting. De informatiehuishouding over
lopende zaken is bij
justitie al belabberd, dus de archieven zullen wel helemaal een
puinhoop zijn. Overheids-archieven worden nogal eens
verwerkt door mensen van de sociale werkplaats. Die zullen conform
de regels ook dit grootste politieonderzoek ooit routineus door de
papierversnipperaar hebben gehaald.
Justitie heeft deze aanslag op
haar eigen apparaat nooit weten op te lossen. Maar nog pijnlijker is
dat je gedachtenloos een belangrijk stuk van je eigen geschiedenis
hebt uitgewist. Institutionele alzheimer.
Gelukkig waren er nog politiemensen en een oud BVD-medewerker
bereid om over het onderzoek te vertellen. Er dook een BVD tape op met
observatie beelden van allemaal toenmalige Rara-verdachten over wie we
nooit meer gehoord hebben. Maar politieteamleider Hans Muller maakte
gehakt van die BVD-informatie. Die was flinterdun. De politie kon er
helemaal niets mee.
Al met al heb ik het mysterie Rara niet op kunnen lossen,
maar is het toch een aardig verhaal geworden, met een actuele
strekking. Nog steeds loopt het vaak fout tussen politie en AIVD bij
het bestrijden van de terroristen van vandaag.
De serie Zwart Wit is geboren uit mijn
verbazing over de opkomst van Fortuyn en later Wilders. De
Nederlandse politiek veranderde van de ene dag op de andere en is nooit
meer de oude geworden. Inmiddels zijn we gewend geraakt aan PVV
retoriek, maar in 2001 was dat nog ongehoord.
Maar de serie maakt duidelijk dat Fortuyn niet uit het niets kwam. In
de jaren negentig werd het integratiedebat al volop gevoerd, ook
al werd dat vaak genegeerd door de oude partijen. Fortuyn
en Wilders vertegenwoordigen ongeveer 15% van het electoraat. Dat
zijn heel veel mensen, die nu een politieke stem hebben gekregen.
Ik vond het bijzonder om de serie af te kunnen sluiten met de
vertegenwoordigers van een andere vergeten groep kiezers. Kuzu en
Ozturk werden in november uit de PvdA gezet, en presenteerden in de
laatste uitzending van Zwart Wit hun nieuwe beweging Denk. Zij staan voor
een grote groep (vooral allochtone) kiezers die zich al jaren ergert aan
de verrechtsing van de meeste politieke partijen en van de media.
Wilders zet de toon, en Denk wil daar tegenin
gaan. Ze scoren heel goed op sociale media, dus er lijkt
behoefte te zijn aan zo'n partij. Als ze het spel goed spelen, hebben ze misschien een toekomst op het Binnenhof.
|
18 Januari 2015 - De daders in Parijs blijken in de gevangenis te zijn geronseld door een oude bekende: Djamel
Beghal, een Franse Algerijn en al sinds 2001 een Al Qaida kopstuk.
Op 13 september 2001, twee dagen na de aanslagen in Amerika,
werd in Rotterdam en Brussel een terreurnetwerk opgerold.
Hoofdverdachte was Nizar Trabelsi, een aan lager wal geraakte
profvoetballer. Samen met twee tot de islam bekeerde Franse broers zou
hij de Amerikaanse ambassade in Parijs hebben willen opblazen. Ook deze
terreurcel was opgezet door Beghal. Ik maakte destijds samen met een collega een aantal reportages over deze in
Nederland vrij onbekende zaak. We spraken met de voormalige
trainer van Trabelsi, die de voetballer langzaam had zien afglijden in
een wereld van drank, drugs en kleine criminaliteit. Ook de Franse
bekeerlingen bleken zo'n triest verhaal te hebben. Slagerszonen
uit een klein dorp in de buurt van Geneve, verslaafd geraakt na de
scheiding van hun ouders en door ronselaar Beghal van de drugs
afgeholpen. De verhalen van toen lijken op die van de broers Kouachi,
Coulibaly en zoveel andere terroristen: kansarm, labiel en soms zelfs
zwakbegaafd, voor het karretje gespannen van gewetenloze types als
Beghal. Ze hebben niets te verliezen en denken het paradijs te
kunnen winnen. "Niet alle moslims zijn
terrorist, maar wel bijna alle terroristen zijn moslim", zei Wilders
afgelopen week. Maar is dit soort gestoorde randfiguren, dit
kanonnenvoer voor de heilige oorlog wel moslim? Veel gewone moslims
vinden van niet. Ook het kalifaat van IS wordt door moslims over de
hele wereld totaal niet serieus genomen. Alleen niet-moslims zien het
als een uiting van de Islam. De vraag is wie er het meeste belang bij
heeft om dat misverstand op te helderen. Ondertussen
is het een gerust stellende gedachte dat de terroristen in Parijs en
Brussel toch niet op eigen houtje opereren. Zolang er organisaties als
Al Qaida en IS achterzitten, hebben veiligheidsdiensten een kans om
aanslagen te voorkomen. Het is wel triest dat dat in Parijs niet is
gelukt, terwijl zowel de uitvoerders als de opdrachtgever Beghal meer dan tien jaar in de gaten werden gehouden.
10 januari 2015 - Het begin van dit nieuwe jaar werpt
ons opeens tien jaar terug ln de tijd, met gruwelijke beelden,
indrukwekkende herdenkingen en lange discussies over de vrijheid van
meningsuiting. Iedereen is geschokt door de beestachtige manier waarop
tien cartoonisten en twee politiemannen zijn vermoord. Ik kende het
blad niet, maar ik hou van satire en spotprenten. Ik stond de dag na de aanslag in Parijs dus op het
Plein in Den Haag, tussen spandoeken met de leus "Je suis
Charlie". Ik stond daar zelf zonder spandoek. In Parijs zijn tien
collega's vermoord, maar dat maakt van mij nog geen Charlie Hebdo. De vrijheid van meningsuiting moet verdedigd worden, maar ik
heb zelf nooit de behoefte gevoeld om de profeet Mohammed te beledigen. Ik
zou het niet durven, maar ik vind het ook niet
zinvol. Je kunt heel goed de islam bekritiseren en over allerlei
sociale problemen praten, met respect voor elkaars heilige huisjes. Het
is aan moslims om hun eigen religie te moderniseren en te relativeren. Ik
stond er zelf te demonstreren in een oud t-shirt dat ik ooit in
Jeruzalem kocht van een palestijnse souvenir-verkoper. "Peace, shaloom,
salaam" staat erop in bijna uitgewassen letters. Het shirt uit de tijd
van Rabin is al jaren genant geworden en ik heb het lang niet gedragen. Maar gisteren dus wel.
Vrede is helaas ver weg, in het midden oosten en misschien ook wel een
beetje hier. Er zijn de afgelopen maanden meer van dit soort aanslagen
geweest en er zullen er ongetwijfeld nog meer komen. Beveiligen
kan amper tegen zelfmoordterroristen met automatische wapens. Het
is extra pijnlijk dat deze generatie terroristen van eigen bodem lijkt
te komen. Kwamen de meeste Al Qaida kapers nog uit het midden oosten of
waren ze getraind in Afghanistan, nu gaat het om goed geintegreerde
moslims die op eigen houtje lijken te opereren en te radicaliseren.
Iedereen kan een mes of pistool kopen en een doelwit aanvallen. Er zijn
meer dan 150 Nederlandse jongeren afgereisd naar Syrie. Waarom zouden
er niet net zoveel rondlopen met plannen voor een aanslag in Nederland?
Moslims zouden er goed aan doen om veel duidelijker
afstand te
nemen van de radicale islam. Voor hen is het verschil vanzelfsprekend,
maar er is zoveel aandacht in de media voor IS en de jihadisten,
dat je de zwijgende, vreedzame moslim meerderheid bijna zou vergeten.
Die meerderheid heeft er alle belang bij om zich te laten horen en
zien. Het imago van hun religie wordt met elke aanslag -in Europa, Irak, Nigeria
of waar dan ook- verder bedoezeld. Het beestachtige kalifaat is
toch een veel grotere belediging voor hun geloof dan een paar
spotprenten? Op
een of andere manier komt de situatie me ernstiger voor dan tien jaar
geleden, misschien omdat het geweld banaler en brutaler is geworden.
Toch zijn dit soort aanslagen, hoe gruwelijk ook, niet meer dan
speldeprikjes, die onze cultuur van vrijheid moeiteloos zal doorstaan.
|
December
2014 - Het sinterklaasjournaal bracht dit jaar echt grotemensennieuws:
de doorbraak in de verhitte pietendiscussie. Een echt Hollands
compromis waarbij Piet de komende jaren steeds meer van kleur zal
verschieten. Over vijf jaar moet een nieuwe generatie gelovigen
vertrouwd zijn met het schoorsteen-model: Een witte, gele of bruine
piet met een paar roetvegen over zijn gezicht. Ik heb de
pietendiscussie nooit goed begrepen, omdat zwarte piet in mijn beleving
nooit een negatieve figuur is geweest. Geen slaaf of boeman, maar een
grappige, vrolijke rechterhand van de sint. Wat is daar mis mee? Er
zijn slechtere rolmodellen denkbaar. Ik groeide als kind samen met met broertje en zusjes op in een verder volledig witte omgeving. Het hele dorp en alle
kinderen op school waren wit. Zwarte piet bracht daar een paar
weken per jaar verandering in. Hij draaide de zaken even om. Zwart was
cool. Zwart was lachen! Laatst vond ik wat foto's terug van mijzelf,
verkleed als zwarte piet. Dat deed ik ieder jaar, overigens zonder mijn
gezicht te schminken. Ik was dus als bruine piet eigenlijk mijn tijd
ver vooruit. Maar ik snap de mensen wel die willen vasthouden aan zwarte piet.
Het is gevaarlijk om toe te geven aan de ingebeelde grieven van een
kleine minderheid. Negerzoenen. Jodenkoeken. Wat is het volgende?
Moeten we weer terug naar de angstvallige politieke correctheid van de
jaren negentig? Dat lijkt me geen goed idee. De
onvrede bij sommige Surinamers en Antillianen heeft volgens mij
trouwens meer te maken met hun eigen vooroordelen dan met de
slavernij. Veel nazaten van de slaven hebben nooit afstand genomen van
de koloniale maatstaven van vroeger. . Een lichtere huid heeft voor
hen meer status en "zwart" ervaren ze als een scheldwoord. Niet
voor niets begon Quincy Gario met zijn actie nadat zijn moeder door een
collega een keer "zwarte piet" was genoemd. "Black is beautiful?"
Het is volledig aan hen voorbijgegaan. De slavernij zit helaas nog
steeds in sommige hoofden en misschien zouden ze daar eens over moeten
discussieren.
Maar goed, na de verhitte discussie van de
afgelopen jaren heeft zwarte piet voor mij alsnog zijn onschuld
verloren. Zwarte piet is een symbool van extreem rechts geworden. De
bedreigingen en het onversneden racisme uit die hoek hebben hem de das
om gedaan. Ik vind het dus prima dat het feest wordt aangepast.
Want inderdaad, de kleur doet er niet toe. |
November 2014 - Bijna iedereen kent wel iemand die gelooft in
ufo's, graancirkels of bizarre complotten. Ik ben al een tijdje
gefascineerd door dit soort mensen, dat elkaar tegenwoordig vindt op internet
en een mondiale onderstroom is gaan vormen. Ik maakte deze maand een
portret van een van de bekendste complot denkers van Nederland, Johan Oldenkamp. Een gepromoveerd wetenschapper die bij zijn volle verstand beweert dat de wereld achter de schermen wordt geregeerd door buitenaardse reptielen, dat kanker vanzelf overgaat als je het
niet behandelt en dat de zwaartekracht niet bestaat. Mensen zoals Oldenkamp zijn zeer kritisch over alle gangbare
opvattingen, maar omarmen blindelings allerlei alternatieve,
occulte of zelfs subversieve theorieen. Die worden dan ook nog
eens door elkaar gehusseld tot een holistisch allegaartje waar de
honden geen brood van lusten. Veganisme, tarot kaarten, holocaust
ontkenning, pedo netwerken, kristallen, kabouters, Atlantis, sympatie
voor schurken als Poetin en Assad, alles loopt door elkaar heen.
Iedereen stelt zijn persoonlijke mythologie samen uit een lange
traditie van al dan niet gevaarlijke hersenschimmen.
Het is altijd interessant om te weten waarom mensen in dit soort waanzin gaan
geloven. Vaak heeft het met teleurstelling te maken. Iets of iemand heeft hun
vertrouwen in de wereld gebroken. Bedrogen door een geliefde, een
mislukte loopbaan. Ze voelen zich buitengesloten door het systeem, en
dan is het een schrale troost dat je nog sltijd het systeem daarvan de
schuld kunt geven. Maar er is ook een diepere oorzaak.
Het wantrouwen tegen instituties is normaal geworden.
Schandalen volgen elkaar in hoog tempo op. Corrupte bestuurders,
sjoemelende bankiers, dronken chirurgen en niet te vergeten NSA en het
wereldwijde afluisteren. Dagelijks wordt onze
achterdocht gevoed. Wie heeft nog het idee dat de overheid van ons
allemaal is? Zelfs ambtenaren geven erop af. Die massale onvrede lijkt
mij onhoudbaar. Het systeem is aan vernieuwing toe. Dat
er meer schandalen zijn komt natuurlijk ook omdat er meer media zijn,
die feller met elkaar concurreren. Zo is er een informatieovervloed
ontstaan, die niemand meer kan bijhouden. Alle kennis is online
beschikbaar en dat zou moeten leiden tot goed geinformeerde burgers.
Maar van de weeromstuit vluchten sommige mensen juist weg in
overzichtelijke, oude mythes.
|
Oktober 2014 - Ik woon en werk al weer een half jaar aan de De Clercqstraat,
en een tijdje terug vroeg ik me af wie De Clercq eigenlijk was. De
omliggende
straten zijn vernoemd naar negentiende eeuwse schrijvers, zoals
Bilderdijk, Da
Costa en Tollens. Grote namen toen deze buurt gebouwd werd, maar
inmiddels
al lang vergeten. Bij mij als neerlandicus doen die
dominees-dichters nog wel
een belletje rinkelen, maar van Willem de Clercq had ik nog nooit
gehoord.
Gelukkig staat hij wel op wikipedia. Hij was in het dagelijks leven
Amsterdams
graanhandelaar en publiceerde de eerste literatuurgeschiedenis van
Nederland. Daarnaast schreef
hij dagboeken. Maar waarom een brede doorgaande weg vernoemd naar een ook in zijn eigen
tijd wat secundaire schrijver? Lag hier een literaire sensatie op herontdekking te wachten?
Via het onvolprezen boekwinkeltjes.nl
bestelde ik een van zijn antieke titels, die waarschijnlijk de
laatste honderdvijftig jaar door niemand zijn gelezen.
Met een lichte opwinding sloeg ik
het oude boek
open: Per Karos naar st. Petersburg is het reisverslag uit 1826 vande jonge
De Clercq. Na de napoleontische tijd werd de aspirant graanhandelaar naar het
oosten gestuurd, om de handelscontacten te herstellen. Het boek geeft een leuk beeld van hoe zo'n reis door het negentiende eeuwse
europa verliep. In postkoetsen en droshka's over onverharde wegen en door donkere
oerbossen. Hotels en herbergen zijn er wel, maar de kwaliteit is
wisselend. Het grootste deel van de reis, door Duitsland en Pruisen,
kan De Clercq zich nog verstaanbaar maken. Maar dan staat hij voor de slagboom aan de grens met
Rusland en is alles anders.
De Clercq heeft een tweeslachtige houding ten opzichte van de Russische
beer, die actueel aandoet. Aan de ene kant gold Rusland ook toen als een
bevriende natie. Tsaar Peter de Grote had ruim een eeuw daarvoor zijn opleiding
in Nederland genoten, en prins Willem II was getrouwd met een russische prinses.
Maar tegelijkertijd was er ook toen veel wantrouwen.
Zo bezoekt De Clercq de beroemde Kazanse kerk in Petersburg. Daar hangen
tussen de vaandels van overwonnen vijanden ook de sleutels van verschillende
steden: "Hier als veroverd aangemerkt, doch daaronder vele herkend van Hollandse
steden waar de Russen als vrienden binnengelaten werden."
De Clercq vindt de stad prachtig, maar volgens hem blijven de Russen in
wezen primitieve barbaren. "Alles is hier uiterlijk, alles schijn. Men wenst
geen Europese beschaving. Men wil dezelve alleen tonen te bezitten'',
verzucht hij als hij in een bibliotheek de boeken niet eens uit de kast mag
pakken. Rusland is bezig met een inhaalslag. In Petersburg
ziet De Clercq al fabrieken met "damp machines" en
stoomboten, waar Nederland nog niet aan toe is. Maar tegelijkertijd
blijft het een feodaal land waar de arme lijfeigenen hun vrije tijd
verdelen "tussen zuipen en slapen" Bang was De Clercq niet voor de opkomende grootmacht. "Europa heeft niets
van Rusland te duchten. Burgelijke oorlogen zullen misschien
ontstaan, of afgelegen satrapen hunne onafhankelijkheid zoeken te
verkrijgen. Maar zeker verschijnt eens het ogenblik der ontbinding,
waarin dit rijk in de chaos der verwarring zal verzinken, en het
overige gedeelte der wereld voor altoos van de vrees voor deszelfs
overheersing zal bevrijd worden." Bijna twee eeuwen later en 25 jaar na de val van de muur, moet je
constateren dat de angst voor overheersing weer terug is.
Poetin bouwt als moderne tsaar opnieuw aan de expansie van zijn rijk. De
meeste russen lijken weinig interesse te hebben in democratie en laten zich maar wat voorliegen over "onze" MH17.
Er is weinig vooruitgang geweest in twee eeuwen, en dat stemt treurig. Maar net als
Willem
de Clercq blijven we er -als het even kan- handel mee drijven.
|
|
|
|